U bent hier

Passend onderwijs slaagt pas als kind echt centraal staat

Lerarenteams, schoolleiders en ouders hebben een centrale rol om kansenongelijkheid van leerlingen aan te pakken. Verus heeft daarom een brief met vijf verzoeken aan de Tweede Kamer gestuurd in aanloop naar het debat over Passend Onderwijs op maandag 2 juli:

  1. Geef onze leraren de tijd, want passend onderwijs maakt nog volop de beweging om een snelle uitvoering en verantwoording direct bij het primair proces te leggen. Leraren willen kunnen handelen als kansenongelijkheid bij leerlingen dreigt of aanwezig is, ongeacht waar het geld precies vandaan komt. 
  2. Samenwerking met jeugdzorg en zorginstellingen. Steun de ontwikkeling voor meer vrijheid van handelen op de werkvloer die het mogelijk maakt voor het onderwijs de samenwerking met jeugdzorg en zorginstellingen te delen. 
  3. Breidt de experimenteerruimte uit om het samengaan van regulier en speciaal onderwijs mogelijk te maken
  4. Voorkom dat kinderen die niet meer naar een school voor speciaal onderwijs mogen omdat de toelaatbaarheidsverklaring jaarlijks op oudere leeftijd niet verlengd wordt. Verus pleit om voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking een rechtstreekse, integrale onderwijs-zorg bekostiging vanuit de ministeries OCW en VWS in het leven te roepen. In de praktijk blijkt dat deze leerlingen te snel afvloeien als een arbeidzaam leven door hun handicap in de toekomst moeilijk is. 
  5. Stop met de governance-discussie. Passend onderwijs gaat om de ontwikkeling van de leerling en de professionaliteit van de leerkracht om zo de beste kansengelijkheid te bereiken; in transparantie en in relatie met de ouders. Toezicht richt zich op het belang van elk kind in plaats van op het inrichten van het bestuur. Schoolbesturen zijn eigenaar van de samenwerkingsverbanden die aanspreekbaar zijn op de kwaliteit. Laat ze daarom zelf uitmaken hoe bestuur en toezicht geregeld wordt.

Alles is passend onderwijs

Steeds meer leerlingen krijgen een stempel dat zij extra aandacht nodig hebben. Dat heeft gevolgen voor de ervaren werkdruk bij leraren in het verdelen van aandacht over alle leerlingen en de leerlingen die extra aandacht nodig hebben. Deze druk wordt nog eens versterkt door meer drukke kinderen, betere signalering en diagnoses, de toegenomen prestatiedruk van de overheid en hogere eisen van ouders. Daarbij zijn er de toenemende eisen aan lesgevend personeel als gevolg van complexiteit veroorzaakt door diverse beleidsvraagstukken.

Verus ziet een duidelijke verklaring voor de zorg van de minister over samenwerkingsverbanden die  doorgeefluik van middelen zijn. Zo’n situatie groeit uit onmacht bij dalende inkomsten waardoor het samenwerkingsverband niet meer kan voldoen aan de vraag bij de scholen. Verschillen in het organiseren van extra aandacht en voorzieningen tussen regionale verbanden zullen toenemen.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs