U bent hier

Passend Onderwijs: houdt het klein en simpel

De afgelopen week stond er weer van alles in de krant over passend onderwijs. De Onderwijsraad  gaf een advies. Staatsecretaris Dekker publiceerde gegevens dat er veel geld op de plank is blijven liggen in 2015. En de redactie van het Nederlands Dagblad gaf er ook nog eens z'n eigen mening over in een hoofdartikel. Martin Jan de Jong vindt het bijzonder dat hij zich zo slecht in de verhalen herkent. “Terwijl ik al heel lang actief ben in Passend Onderwijs.”

Martin Jan de Jong is bestuurder van Greijdanus, een school voor gereformeerd voortgezet onderwijs in Oost-Nederland. Hij is sinds jarenlang actief in verschillende SWV-en Passend Onderwijs en de voorlopers. Onderstaande schreef hij in reactie op de adviezen en onderzoek over passend onderwijs die vorige week verschenen.

Wat is eigenlijk Passend Onderwijs?

Passend onderwijs gaat over kinderen met een beperking in het onderwijs. De oorzaak van de beperkingen is gedrag, lichamelijke beperkingen en/of verstandelijke beperkingen. Veel van deze kinderen volgen een vorm van speciaal onderwijs. Veel kinderen moeten daarvoor veel reizen. De kosten zijn daarom, alles bij elkaar genomen, gemiddeld ruim drie keer zo hoog als bij kinderen zonder zo'n beperking.

Passend onderwijs is ontstaan omdat de kosten voor het speciaal onderwijs de pan uit rezen.  Voor de eeuwwisseling dacht de overheid de toegang tot het speciaal onderwijs te moeten regelen door indicatiestelling. Als een kind een indicatie had, ontstond het recht op veel extra geld voor onderwijs. Daarom hebben veel scholen - de gewone en de speciale - de mogelijkheid benut om door meer indicaties meer geld te krijgen. Er gingen zo veel meer kinderen naar het speciaal onderwijs. Dat ging de overheid veel te veel kosten. En dus moest er ingegrepen worden. 

De overheid heeft dat verkocht door er een inhoudelijke saus overheen te gooien. En wat is dan een mooiere naam dan passend onderwijs. Daar kun je niet op tegen zijn. Inhoudelijk betekende het ook nog eens dat kinderen dichter bij huis naar de gewone school zouden moeten kunnen.

Na veel lobbyactiviteiten kon dit uiteindelijk ook nog eens zonder grote bezuinigingen. Maar groeien kon het budget niet meer. 

Een probleem is wel dat de groei van het speciaal onderwijs erg scheef over Nederland verspreid is. In sommige gebieden zijn er wel drie keer zoveel leerlingen in het speciaal onderwijs dan in andere. Al die regio's krijgen in 2021 geld voor het gemiddelde aantal leerlingen dat in Nederland naar het speciaal onderwijs gaat. Sommige regio's krijgen er daarom heel veel geld bij. Andere regio's krijgen heel veel geld minder.

Er zijn samenwerkingsverbanden passend onderwijs opgezet om dit te regelen. Daarin werken alle schoolbesturen in een bepaald gebied verplicht samen.

Wat is nu het probleem?

Wat is nu het werkelijke probleem? Voor heel Nederland valt dat reuze mee. Met veel meer geld per leerling dan 15 jaar geleden (door de grote groei van het aantal leerlingen met een indicatie) moeten we goed onderwijs geven. 

Er is ook een doelstelling om meer kinderen naar het gewone onderwijs te laten gaan. Is dat dan een probleem? In de samenwerkingsverbanden die ik ken, is er nergens een doelstelling om meer kinderen in het regulier onderwijs te hebben dan 15 jaar geleden het geval was. Ook dat lijkt me dus niet een onoverkomelijk probleem.

Waarom roepen zoveel mensen dan dat er wel problemen zijn?

De grote oorzaak is voor mij dat de overheid drie dingen heeft gedaan: 

  1. Ze is begonnen met te zeggen dat er heel veel bezuinigd moest worden waardoor iedereen in de gordijnen zat. 
  2. Ze heeft de financiële doelstelling verknoopt met allerlei grote perspectieven van beter onderwijs. 
  3. Ze heeft de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk gemaakt voor heel veel geld.

Doordat er in het begin heel veel bezuinigd moest worden, riepen alle belangenbehartigers (leraren, schoolbesturen) dat dat ten koste ging van deskundigheid. Ook toen de bezuinigingen niet meer aan de orde waren, moest en kon iedereen ook wel uit dat vaatje blijven tappen.

Door de grote perspectieven en veel geld werden er voor de samenwerkingsverbanden heel serieuze besturen opgetuigd. De overheid legde dit ook bij wet vast want ze dacht dat dit hielp. Maar dit is niet zo. Er komt een extra bestuurslaag. En die maakt het ingewikkeld. En ook duur. En dus ontstaan er problemen.

Hoe kan het dan dat er zoveel geld op de plank blijft liggen? Ik zie drie grote redenen: 

  1. Er zijn regio's die er door de landelijke herverdeling extra geld bij krijgen. Dat kunnen ze niet zo snel uitgeven. 
  2. De samenwerkingsverbanden zijn net gestart. Dan willen teveel besturen financiële zekerheid. En dus gaan ze geld reserveren. 
  3. Samenwerkingsverbanden gaan zelf 'ondersteuning bepalen en betalen'. Dan moet je bureaucratie inrichten en kost het tijd om geld uit te geven. En dus geef je het niet op tijd uit.

Maak de samenwerkingsverbanden kleiner

Wat moeten we nu doen? De natuurlijke reflex is: de samenwerkingsverbanden nog meer aandacht geven, zo groter, sterker en belangrijker maken. Ik zeg dan: zo maak je het alleen maar erger. Zorg er voor dat de samenwerkingsverbanden weer kleiner worden. Minder geld. Minder taken. Minder bestuurlijke complexiteit. Dan kan er weer veel meer geld en tijd naar de leerkrachten en kinderen in de school.

Wat we vooral niet moeten doen: de verantwoordelijkheid van schoolbestuurders voor hun eigen school èn voor het samenwerkingsverband onmogelijk maken. Samenwerkingsverbanden hebben zeggenschap over schoolbesturen. Ze zijn gesprekspartner voor gemeenten en de inspectie. En ze moeten zorgdragen voor een dekkend netwerk van onderwijsvoorzieningen. Als de schoolbestuurders niet meer verantwoordelijk mogen zijn voor het samenwerkingsverbanden , wordt dat zelfstandig: een zelfstandig regionaal onderwijsbestuur, met flinke zeggenschap over de mogelijkheden van scholen. Via een omweg is dat de wortel aan de bijl van de onderwijsvrijheid die geregeld is in Artikel 23 van onze Grondwet.

Dat is nog een belangrijke reden om het SWV klein en simpel te houden. En wat is er tegen op klein en simpel? En op de vrijheid van onderwijs?

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs