U bent hier

Passend onderwijs heeft vertrouwen nodig

Passend onderwijs moest geregeld worden door regionale samenwerkingsverbanden. Maar oh, constateert de Onderwijsraad deze week: de ondersteuning van kinderen wordt dus verschillend vormgegeven en nu is het lastig in beeld te brengen wat de resultaten van passend onderwijs zijn. Directeuren van samenwerkingsverbanden zeggen tegen Verus het kritische adviesrapport te herkennen, maar vragen allereerst vertrouwen.

De Onderwijsraad bracht maandag zijn adviesrapport Passend onderwijs uit. Een greep uit de conclusies en adviezen:

  • Het zijn uitdrukkelijk de samenwerkingsverbanden die beslissen hoe er een passend aanbod komt voor alle kinderen in hun regio. Zij vullen de ondersteuning verschillend in, daardoor kan er nauwelijks data worden verzameld en onderzocht worden of passend onderwijs werkt voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Dat vindt de raad bezwaarlijk. 
  • Samenwerkingsverbanden verdelen de gelden op verschillende manieren (soms wordt het direct onder de schoolbesturen verdeeld, soms moeten scholen ondersteuningsmiddelen aanvragen bij het verband). Dat leidt tot ongewenste ongelijkheid. 
  • Er zijn geen uniforme criteria voor de toekenning van ondersteuningsmiddelen en dat leidt tot discussies tussen ouders en scholen
  • De raad adviseert een governancecode voor samenwerkingsbesturen omdat die besturen  en/of toezichthouders vaak bestaan uit de aangesloten schoolbesturen.

We zijn pas twee jaar bezig

Ook merkt de Onderwijsraad op dat de invoering van passend onderwijs tijd nodig heeft. “We zijn pas twee jaar bezig”, benadrukt Cees Nugteren, directeur van samenwerkingsverbanden PO en VO (Noordelijke) Drechtsteden. “Laten we dit proces vooral niet te snel frustreren. Want er wordt door de verbanden onderling veel overlegd en we leren van elkaar.” 
En dat zegt ook Ab Kreunen, zijn collega in samenwerkingsverband Oost Achterhoek. “Dit proces is zo ongelofelijk groot en vraagt zoveel aan onderwijsverandering dat het vandaag de dag niet klaar kan zijn. Je moet dit meten in kleine stapjes.” Niet te snel ingrijpen dus. 

Worsteling in de governance

Ze herkennen een aantal conclusies van de Onderwijsraad. Zoals de lastige positie waarin veel besturen van samenwerkingsverbanden zitten. “Ik zie een worsteling bij bestuurders die tegelijkertijd een school besturen”, zegt Nugteren. Maar die bestuurders zijn zich bewust van hun dubbele rol, merkt hij op.

En ook Kreunen heeft het over een ‘spanningsveld’, maar wijst erop dat besturen zoeken naar een goede governanceafspraak. Een governancecode, waar de Onderwijsraad het over heeft? Misschien moet die er wel komen ja, “Maar dat is dan iets wat het brede netwerk van samenwerkingsverbanden passend onderwijs samen met de PO-Raad zou kunnen ontwikkelen.” 

Niet weer landelijk aan de touwtjes trekken

Minder gecharmeerd zijn beide directeuren van het gebrek aan vergelijkbare data dat de Onderwijsraad constateert. “Decentraal functioneren was volgens mij de doelstelling”, reageert Kreunen. “De samenwerkingsverbanden hebben het initiatief genomen en gevarieerde invullingen gecreëerd. Die diversiteit maakt vergelijken niet makkelijk, nee. Maar ik vraag me af of dat nou verkeerd is. 
“We moeten dit volhouden met elkaar. Daarvoor is het belangrijk dat de politiek consequent is. Dat staatssecretaris Dekker volhoudt dat de ingeslagen weg goed is.”

“Bureaucratie verminderen was toch één van de doelen van passend onderwijs”, zegt Nugteren. “Het heeft te maken met vertrouwen geven aan al die verbanden en niet landelijk weer aan de touwtjes trekken. Vertrouw er nu eerst een poosje op dat het samenwerkingsverband het werk doet dat zij moet doen. Er is geen centrale aansturing. Laat ons nou gewoon de kans krijgen.”

Passende ondersteuning voor elk kind

Maar het doel van passend onderwijs, passende ondersteuning voor elk kind, is dat er nu? Ja, zegt Kreunen over zijn eigen samenwerkingsverband. Zeker, en in steeds hogere mate, zegt Nugteren, het PO en VO bereiken dat op een verschillende, maar vaak creatieve wijze. 

De gemeenten moeten ook bewegen

Kleunen ziet landelijk grote verschillen in samenwerking tussen scholen en jeugdzorg. Terwijl de ontschotting tussen die twee volgens hem een voorwaarde is om te komen tot echt passend onderwijs. “In sommige gemeenten staat de deur wagenwijd open, elders staan samenwerkingsverbanden nog voor gesloten deuren.” Kortom: niet alleen van schoolbesturen maar ook van gemeenten mag meer gevraagd worden om te komen tot een dekkend ondersteuningsaanbod.

Het gaat ook goed

“Het is hier een spetterend verhaal, ’t gaat goed”, vertelt Kreunen. “En passend onderwijs functioneert op veel meer plekken in het land uitstekend. Maar dat haalt nooit het nieuws.”

De NRO sprak gisteren met de Tweede Kamer over zijn Evaluatie Passend onderwijs. Daarbij ging het voornamelijk over samenwerkingsverbanden die het geld voor passend onderwijs op de plank laten liggen

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs