U bent hier

Over het verband tussen de prestaties van de leerlingen en het onderwijsstelsel

Deze week verscheen Education at a Glance 2015, waarin de OESO het onderwijs internationaal langs de lat legt. Nederland doet het bovengemiddeld. Op verzoek van de regering publiceert de OESO volgend jaar een uitgebreide analyse van ons onderwijsstelsel.

Internationaal

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), waar ons land en 33 andere landen lid van zijn, publiceert jaarlijks een internationaal en representatief overzicht van gegevens over de prestaties van leerlingen, de omstandigheden van de scholen, de subsidiëring van het onderwijs, de toegang van mensen tot het onderwijs en hun voordeel van het volgen van een opleiding. 

Onderwijs en welzijn

Over dit laatste kan nauwelijks een misverstand bestaan. Het individuele voordeel van onderwijs is niet alleen financieel. De OESO schrijft in het deze week verschenen Education at a Glance 2015: 

"Volwassenen die hoger onderwijs hebben gevolgd, maken meer kans op een goede gezondheid, nemen vaker deel aan vrijwilligerswerk, hebben meer vertrouwen in de ander en hebben het gevoel dat zij invloed hebben op het beleid van de overheid. Met andere woorden: hoger opgeleide volwassenen zijn meer geneigd betrokken te zijn bij de wereld om hen heen.” 

Jaar in jaar uit rapporteert de OESO over deze positieve verbanden tussen onderwijs en het individuele welzijn, die natuurlijk ook een maatschappelijke betekenis hebben. De bedoeling hiervan is dat wij een steeds beter begrip krijgen van het effect van maatregelen die getroffen zijn om het verband tussen onderwijs en welzijn te versterken. 

Neem het voorschoolse onderwijs. Daarover stelt de OESO vast dat deze voorziening vooral in het voordeel is van kinderen uit migrantengezinnen. Een andere vaststelling: in grotere klassen is er een reële kans dat er minder tijd is voor onderwijzen en leren, omdat ordehouden een belangrijk punt is. Dan over het gebruik van ICT in het onderwijs: ondanks de toegenomen subsidies hiervoor gebruiken leraren ICT niet systematisch. Een laatste bevinding: in de leeftijdsgroep 20-24 jarigen is 20% noch aan het werk, noch bezig met een opleiding.

Ons land

Zodra het rapport van OESO bekend is gemaakt, publiceert onze regering elk jaar haar interpretatie van dit onderzoek. Deze gaat vooral over de prestaties van de leerlingen, die overigens ook deze keer nagenoeg boven het gemiddelde van de leerlingen in de OESO-landen liggen. Sommige prestaties liggen om en nabij het niveau van de nummer vijf van de ‘best presterende landen’ (zo wil de populaire uitdrukking). Om welke prestaties van de leerlingen het gaat en hoe ‘Nederland’ presteert ten opzichte van de beide getallen ziet u in het overzicht hieronder. 

De waarden per indicator zijn fictief. De waarden zijn omgerekend om indicatoren onderling vergelijkbaar te maken.

Discussie 

Zijn wij tevreden met dit beeld? Hoe dan ook, het OESO-rapport is altijd een aanleiding voor discussies in de samenleving. Uiteraard mengt Verus zich daarin. Onze vereniging waarschuwt regelmatig tegen de verschraling van het onderwijs omdat te veel aandacht dreigt uit te gaan naar rekenen en taal. Discussies daarover moeten zorgvuldig zijn en gevoed door leraren en andere deskundigen, vindt Verus. 

Kenmerken Nederlandse onderwijsstelsel

Op verzoek van de regering zal de OESO volgend jaar een uitgebreide analyse publiceren van ons onderwijsstelsel. Daarop vooruitlopend melden wij de resultaten van een onderzoek naar onderwijsstelsels, dat vorige maand verscheen en afkomstig is van wetenschappers van verschillende universiteiten (Onderwijsstelsels vergeleken: leren, werken en burgerschap). 

“Het lijkt onmogelijk een model te vinden dat alle leerlingen en alle functies van onderwijs evengoed bedient”, schrijven zij. Bovendien roepen zij op tot enige bescheidenheid “over de maakbaarheid van de samenleving via aanpassingen in het onderwijsstelsel.” Immers, de capaciteit van een leerling om te leren is “voor een belangrijk deel” afhankelijk van factoren in haar/zijn omgeving. 

Over de aansluiting van het onderwijsstelsel op de arbeidsmarkt, een ander belangrijk politiek punt, stellen de onderzoekers vast dat deze “voor een belangrijk deel het gevolg is van economische en technologische factoren waar het onderwijsstelsel als zodanig weinig invloed op heeft.” Een ander punt, het burgerschap van mensen. Niet alleen de school heeft daar invloed op, “maar is minstens even sterk afhankelijk van omgevingsfactoren zoals gezin, buurt en werk”. 

Hierboven zijn de bekende functies van het onderwijs aangestipt: kwalificatie (de verwerving van kennis en beroepsvaardigheden) en socialisatie (het leren van de normen en waarden van de samenleving). (Verus vult deze functies aan met persoonsvorming van een uniek mens dat er naar verlangt, mede dankzij de school, als volwassene in de wereld te zijn.)

De onderzoekers wijzen op drie constanten in het Nederlandse onderwijs: de vroege selectie van leerlingen, de standaardisatie van toetsen en veel beroepsgerichtheid. Zij noemen dit de stelselkenmerken van het Nederlandse onderwijs en concluderen daarover het volgende.

  • De vroege selectie is niet nadelig voor kansengelijkheid, mits de condities in het onderwijs gunstig zijn: goed opgeleide leraren, niet al te grote klassen en mogelijkheden tot doorstromen, ‘stapelen’.
  • Objectieve toetsing (denk aan de zogenoemde eindtoets in het basisonderwijs en het centraal examen in het voortgezet onderwijs) “kan de verschillen tussen milieus in schoolloopbanen verkleinen.” Volgens de onderzoekers is de sociale ongelijkheid groter in landen zonder objectieve toetsing. 
  • Een volwaardige beroepsopleiding behoudt zijn kracht, want mensen met zo’n opleiding (met name op niveau 3 en 4 van het middelbaar beroepsonderwijs) hebben minder kans op werkeloosheid.
PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs