U bent hier

Ouderlijk gezag en ex-partners: hoe ga je als school om met informatieverschaffing?

De verhouding tussen de school en ouders/verzorgers (hierna: ouder(s)) die elkaars ex-partners zijn, verloopt meestal probleemloos. Er zijn echter situaties waarbij de school fricties ervaart, omdat de communicatie tussen de ex-partners verstoord is, of de ex-partners alles in het werk zetten om elkaar dwars te zitten en de school zelfs als speelbal wordt gebruikt.

Bij de juridische afdeling van Verus komen in dit kader geregeld vragen van leden binnen, bijvoorbeeld over verzoeken van één ex-partner om informatie te verstrekken over schoolverzuim en de schoolresultaten van het kind.

Bij informatieverschaffing aan ouders is het van belang om na te gaan wie het ouderlijk gezag heeft, omdat de aard van de informatie die de school mag verstrekken afhankelijk is van de vraag of de ouder al dan niet ouderlijk gezag heeft.

In een advies van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC)[1] komen ten aanzien van de aard van de informatieverschaffing door de school zowel de situatie dat het ouderlijk gezag bij één van de ouders ligt, als de situatie dat beide ouders het gezag hebben, samen. Alvorens in te gaan op deze uitspraak, wordt het verschil in informatieverschaffing bij beide situaties belicht.

Informatie

Als beide ouders het ouderlijk gezag hebben, hebben zij recht op dezelfde informatie en consultatie door de school. Als maar een van de ouders ouderlijk gezag heeft, is de informatie waarop de andere niet gezaghebbende ouder recht heeft, beperkter.

De ex-partner die ouderlijk gezag heeft moet de andere niet-gezaghebbende ouder op de hoogte houden van gewichtige aangelegenheden die het kind betreffen (dit volgt uit artikel 1:377b van het Burgerlijk Wetboek (BW)).  Maar wat moet je als school doen als weet dat de ouders elkaar in een dergelijke situatie niet informeren? Ook hier wordt in het advies van de LKC nader op ingegaan.

Wanneer de ex-partner niet het ouderlijk gezag heeft, dient de school op verzoek van de ex-partner informatie te verschaffen over belangrijke feiten en omstandigheden die te maken hebben met verzorging en opvoeding van een kind (dit volgt uit artikel 1:377c BW). Hierbij kan gedacht worden aan informatie over de cognitieve en/of sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind, rapporten, informatie rond de schoolkeuze van het kind of de schoolloopbaan. Op deze regel zijn twee uitzonderingen:

  • De informatie wordt niet door de school verstrekt als de school de informatie niet op dezelfde manier aan de ouder met het ouderlijk gezag zou moeten verstrekken;
  • De informatie wordt niet door de school verstrekt als het belang van het kind zich daartegen verzet. Hierbij dient de school af te wegen of het verstrekken van informatie aan een (niet-gezaghebbende) ouder strijdig is met het belang van het betrokken kind.

Verschillende situaties

Bij de klacht die aan de LKC werd voorgelegd, speelde dat de school in de periode van de klachtbehandeling door de LKC, te maken kreeg met wijzigingen in het gezag van de ouders die elkaars ex-partners zijn.

De school verneemt van de moeder dat zij alleen het ouderlijk gezag heeft over haar twee kinderen. Zij wil niet dat de school de biologische vader informeert over de kinderen. De vader is een contactverbod opgelegd. Op een bepaald moment wordt de vader na een rechterlijke uitspraak weer het ouderlijk gezag toegekend en kort daarna wordt ook het contactverbod opgeheven.

Informatieverschaffing aan de niet met het ouderlijk gezag belaste ex-partner

In de periode dat de vader niet het ouderlijk gezag heeft, verzoekt hij de school informatie te verschaffen over zijn kinderen. De commissie is van oordeel dat de school juist heeft gehandeld door de biologische vader in de periode dat hij niet het ouderlijk gezag had, op hoofdlijnen op de hoogte te stellen van belangrijke zaken over de kinderen en de moeder te informeren welke informatie met de biologische vader werd gedeeld.

Daarnaast is de commissie van mening dat de school een zorgvuldige afweging heeft gemaakt. De school heeft juridisch advies ingewonnen, aangezien het haar bekend was dat de biologische vader een contactverbod opgelegd had gekregen. (Een contactverbod staat niet gelijk aan een informatieverbod.)

De school heeft daarbij ruim de tijd genomen om te beslissen of de informatie aan de vader werd verstrekt. De informatieverstrekking heeft in dit verband ook pas na een gedegen afweging en na het inwinnen van juridisch advies plaatsgevonden. De commissie is tot slot van oordeel dat de bewoordingen niet partijdig zijn en dat de bewoordingen juist zijn gekozen met de insteek om zo neutraal mogelijk te handelen.

Informatieverschaffing aan de met de ouderlijk gezag belaste ex-partner

Ten aanzien van de situatie waarin de vader weer het ouderlijk gezag heeft (en het contactverbod is opgeheven), merkt de commissie op dat op de school een actieve informatieplicht (op grond van artikel 11 van de Wet op het primair onderwijs (WPO)) rust.

De commissie wijst erop dat indien de school ermee bekend is dat beide ouders elkaar niet informeren, zij beide ouders de mondelinge en schriftelijke informatie dient aan te bieden. De school dient zich bij het voldoen aan de informatieplicht wel neutraal en onpartijdig op te stellen. De commissie is bij deze klacht van oordeel dat de school beide ouders op gelijke wijze heeft geïnformeerd en heeft voorzien van informatie.

Neutraliteit

Tot slot is het van belang om te weten dat LKC in een van haar uitspraken in een geval waarbij een ouder vragen heeft gesteld over een verschil in leerprestaties van de kinderen in de weken dat ze bij de ex-partner zijn, heeft geoordeeld dat deze vragen een zodanige lading hebben, dat als de school deze vragen zou beantwoorden (als zij dit al zou kunnen), zij haar neutraliteit zou prijsgeven.[2]

Een neutrale opstelling van de school in dit soort zaken is juist van groot belang.

Conclusie

Het is in situaties waarbij sprake is van ex-partners belangrijk om na te gaan of beide ouders al dan niet het ouderlijk gezag hebben, aangezien de wijze waarop informatie moet worden verschaft aan een gezaghebbende ouder en een niet-gezaghebbende ouder kan verschillen.

Het is mogelijk dat een ouder probeert de school uitspraken te laten doen, informatie te laten verschaffen of partij te laten kiezen. Het is van belang om de neutrale positie te handhaven, met name als een ouder erg emotioneel reageert. Het is belangrijk dat de school zich dan niet laat verleiden om bijvoorbeeld informatie te verstrekken over het gedrag en de schoolprestaties als het kind bij de ex-partner is geweest.

Lees hier meer informatie over dit onderwerp. Neem bij vragen over informatieverschaffing over ex-partners contact met onze juridische helpdesk op T 0348 74 44 60 - helpdesk@verus.nl.

[1] Advies 108450 van de LKC, d.d. 4 februari 2019

[2] Advies 106560 van de LKC, d.d. 10 maart 2015

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs