U bent hier

Oplossing BAPO-problematiek in de maak

Scholen hebben veel kritiek geuit op de verplichting om een BAPO-voorziening te treffen die aan de toekomstige BAPO-verplichtingen kan voldoen. Deze verplichting maakt onderdeel uit van de nieuwe Regeling jaarverslaggeving onderwijs die geldt vanaf het verslagjaar 2008. Tijdens de informatiebijeenkomsten over de nieuwe Regeling die we begin 2008 met OCW organiseerden ging hier dan ook veel aandacht naar uit. Inmiddels is er een oplossingsrichting gevonden die de negatieve effecten van de verplichting beperkt.

Scholen hebben veel kritiek geuit op de verplichting om een BAPO-voorziening te treffen die aan de toekomstige BAPO-verplichtingen kan voldoen. Deze verplichting maakt onderdeel uit van de nieuwe Regeling jaarverslaggeving onderwijs die geldt vanaf het verslagjaar 2008. Tijdens de informatiebijeenkomsten over de nieuwe Regeling die we begin 2008 met OCW organiseerden ging hier dan ook veel aandacht naar uit. Inmiddels is er een oplossingsrichting gevonden die de negatieve effecten van de verplichting beperkt.

Met name in het primair en voortgezet onderwijs leidt het strikt toepassen van de voorschriften bij de BAPO-regeling in veel gevallen tot een forse inhaalslag en een navenante verschuiving vanuit de post Eigen Vermogen naar de post Voorzieningen. Van diverse kanten is de vraag gesteld of het inderdaad de bedoeling van de wetgever is geweest dat scholen forse bedragen voorzien voor mogelijke toekomstige personeelsbeloningen. 

In nader overleg met betrokken partijen is daarom gezocht naar een oplossingsrichting die tegemoet komt aan de bezwaren, zonder te tornen aan de werking van RJ271 of aan de basisprincipes van autonome besteding onder lumpsum. Daarbij is vastgesteld dat de effecten zoals hiervoor beschreven, kunnen worden ingeperkt als scholen bij het bepalen van de hoogte van de voorzieningen ook rekening houden met de toekomstige BAPO-baten.

Bij de oorspronkelijke opbouw van de lumpsumbekostiging in het primair onderwijs was voor de gevolgen van de BAPO een opslag van ongeveer 2 procent van de personele (GPL) bekostiging in de lumpsum opgenomen. Bij het voortgezet onderwijs is dit wat lastiger traceerbaar omdat bij de vereenvoudiging van de bekostiging per 1 januari 2006 de opslag in de ratio's voor directie, onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel is verwerkt. Maar een opslag van ongeveer 2 procent kan bij het voortgezet onderwijs ook worden aangehouden.

Over de technische uitwerking van een en ander vindt eerst consultatie met enkele vertegenwoordigers van de accountantskantoren plaats. Daarna wordt de aanpassing in overleg met de Raad voor de Jaarverslaggeving opgenomen in de Regeling jaarverslagleggeving onderwijs.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs