U bent hier

‘Openbaar onderwijs worstelt met identiteit’

“Het kan niet, dat weet ik ook wel”, zegt Ineke Struijk. “Maar in mijn ideale wereld zou de hele wetgeving rond vrijheid van godsdienst afgeschaft worden. De vrijheid van meningsuiting volstaat. De vrijheid van godsdienst houdt een enorme verzuiling in het onderwijs in stand.” Allemaal openbare scholen dus? “Nee. Gewoon: school. Waarop actief aandacht is voor levensbeschouwing.”

Struijk schreef haar masterscriptie over levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. De probleemstelling: Hoe ziet men in de context van onze huidige samenleving op de openbare basisscholen de openbare identiteit en de vormgeving van de levensbeschouwelijke component hiervan?

Denominatie
Struijk (46) is groep 8-leerkracht op een openbare school en rondde haar gecombineerde studie Humanistiek en Religie en Levensbeschouwing af met een scriptie over levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. De belangrijkste conclusie: het openbaar onderwijs ziet zichzelf niet als denominatie terwijl het dat eigenlijk wel is. Veel openbare scholen worstelen met hun identiteit en zijn ‘handelingsverlegen’ als het gaat om levensbeschouwing.

Niet duidelijk genoeg
“Overal lopen leerlingenaantallen terug, maar in het openbaar onderwijs gaat dat nog harder. Deels doordat het imago niet al te best is. Ouders denken dat katholieke of protestants-christelijke scholen vanuit hun levensbeschouwing meer aandacht voor waarden en normen hebben, of voor respectvol met elkaar omgaan. Het openbaar onderwijs profileert zich daarin niet duidelijk genoeg.”

‘Actieve pluriformiteit’. Dat staat in de kernwaarden van het openbaar onderwijs. “Een wat vaag begrip”, vindt Struijk. Uit haar onderzoek blijkt dat medewerkers en leraren van openbare scholen daar ook zo over denken: op de vraag wat zij onder de openbare identiteit verstaan noemen zij allereerst de algemene toegankelijkheid.

Zingevingsvragen
De oplossing: openbare scholen zouden actieve tolerantie moeten uitdragen. Want 90% van de 220 openbare scholen die deelnamen aan Struijks onderzoek vindt dat zij aandacht moeten besteden aan zowel cultuur, burgerschap als religie. “Het onderwijs mist zingevingsvragen. Identiteit bestaat uit cultuur, etniciteit en levensbeschouwing. Niet alleen uit godsdienst; dat is veel breder dan alleen godsdienstles en/of humanistisch vormingsonderwijs. Kinderen moeten praten over de vraag hoe zij tegen anderen aankijken. Zo ontwikkelt respect voor de ander zich vanuit een empathisch verstaan.

Het probleem is dat het openbaar onderwijs hinkt op twee gedachten, vertelt Struijk. “Openbare scholen redeneren dat iedereen welkom is en zij geen voorkeur mogen uitspreken. Die neutraliteitsclausule leggen veel scholen uit als: we doen niets aan religies, want wij zijn openbaar.”

Geen geschikt materiaal
Maar juist de plurifomiteit waarop de openbare scholen zich laten voorstaan, vraagt om aandacht voor levensbeschouwing. En dan niet in de vorm van g/hvo-les, vindt Struijk. “Schaf die af. Want extra verdieping in één religie is geen actieve tolerantie. Alle religies en levensbeschouwingen moeten in het onderwijs aan bod komen.” Hoe? Tsja: er is weinig materiaal beschikbaar voor het openbare onderwijs. Stap één is daarom het aparte diploma voor openbaar onderwijs verder uit te werken, adviseert Struijk, zodat aankomende leerkrachten weten waar ze voor staan en wat die openbaarheid inhoudt. Maar ook gedegen kennis hebben over de verschillende culturen en levensbeschouwingen.

Tolerantie of gedogen
Het uiteindelijke doel is dat kinderen elkaar begrijpen in hun sociale handelen. “Waarom eet een islamitische leerling geen varkensvlees? Waarom viert een Jehovagetuige zijn verjaardag niet? Door op alle scholen actief aandacht te hebben voor álle religies en levensbeschouwingen, ontwikkelen kinderen actieve tolerantie. Nu bestaat tolerantie vaak uit gedogen en dat maakt het een leeg begrip. Maar actieve tolerantie is gebaseerd op morele waarden: eerbied, rede, geluk en hoop. Hierdoor krijgt het begrip tolerantie inhoud.”

Die aandacht voor alle vormen van levensbeschouwing is volgens Struijk het best mogelijk in het concept ‘school’. “Álle kinderen hebben recht op de ontwikkeling van hun identiteit en daar hoort het levensbeschouwelijke aspect ook bij. Niet openbaar of christelijk. Nu zorgt de wetgeving rond vrijheid van godsdienst ervoor dat er een enorme verzuiling in het onderwijs in stand gehouden wordt. We hebben heel veel vrijheid van meningsuiting. Dat is genoeg.”

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs