U bent hier

'Onzekerheid en flexibiliteit bij inrichting van onderwijs voor Oekraïense kinderen'

Schoolbesturen in heel Nederland buigen zich over de vraag hoe zij Oekraïense kinderen op hun school opvangen. Zo ook bestuurder Nico de Haas van Stichting Prisma in Almere, die in het eerste deel van deze reeks over de aanpak aan het woord komt. ‘’Door het lerarentekort en de onzekerheid moeten we continu flexibel zijn en weer terug naar de tekentafel.’’

Flexibiliteit. Dat is een woord wat bestuurder Nico de Haas vaak noemt. En die flexibiliteit is ook nodig, want elke dag lijkt de situatie te veranderen. ‘’In Almere komen drie stromen aan Oekraïners. Ongeveer vierhonderd mensen via de gemeente, ook een stroom aan familie van Oekraïners die al in Almere wonen en via burgerinitiatieven die gezinnen op hebben gehaald. Voorlopig ligt de regie bij het Taalcentrum, die heeft aangegeven een of twee dagen les te willen verzorgen. Maar ook daar is een lerarentekort, net zoals bij veel andere scholen in onze omgeving’’, legt De Haas uit.

En dat maakt het nog onduidelijk hoe de situatie er straks in Almere uitziet. ‘’We hadden eerst het plan om vier wijken scholen zo in te richten dat zo’n 80 of 100 kinderen daar een plek kregen. Nu het Taalcentrum de regie pakt, moeten we opnieuw terug naar de tekentafel. We moeten, vanwege het lerarentekort, ook met hen meedenken.’’ Daarnaast is het ook de vraag hoe lang de Oekraïense kinderen in Almere blijven en wat er van het onderwijs wordt verwacht. ‘’Als het nu tijdelijk om bezigheidstherapie, zoals buitenspelen en knutselen gaat, dan richten we ons daar op. Maar blijven de kinderen twee maanden, twee jaar of vast? En hoe moeten we het onderwijs dan inrichten?’’ vraagt hij zich af.

Onzekerheid

Dan wordt de kwestie wel wat lastiger, vanwege de situatie die op sommige scholen van De Haas al vanwege het lerarentekort en de coronacrisis nijpend is. Daarom vroeg hij enkel directeuren die zowel ruimte in het hoofd zien om dit op te pakken, zich aan te melden. ‘’Er is nog heel veel onzekerheid en alles kan met de dag veranderen. Want geven we bezigheidstherapie of gaan we over op onderwijs in Oekraïens of Nederlands? Het zijn allemaal vragen waar we nog geen antwoord op weten, maar al wel stappen in moeten zetten. Daar moet je als schooldirecteur ook de veerkracht voor hebben.’’

Her en der worden ideeën geopperd om mensen vanuit Oekraïne ook op school in te zetten. De Haas stipt aan dat dit juist een vraag is waar je heel voorzichtig mee om moet gaan. ‘’Stel je even voor: je huis ligt in puin, je weet niet hoe het met je familie is en je bent hier nieuw in Nederland. Dan wordt er aan je gevraagd: wil je helpen lesgeven? Deze mensen staan in overlevingsstand en de toekomst die ze twee maanden geleden hadden, is in puin. Het is dan een discutabele vraag of je ze voor de klas wil zetten’’, vindt hij.

Hulpverlening

Dan is er nog de vraag hoe er op de scholen om wordt gegaan met traumaverwerking. De Haas vertelt dat er vooral wordt gewerkt vanuit de hulp die zij al bieden. ‘’Er zijn al veel schrijnende thuissituaties waar onze scholen mee te maken hebben. Die lijntjes met instanties liggen er al en scholen zijn bereidwillig om hierin mee te denken. Vanuit daar denk ik dat we dus ook heel snel kunnen schakelen wanneer Oekraïense kinderen hulp nodig hebben.’’

Jouw schoolbestuur aan het woord?

In het volgende deel van deze reeks komt Philip Messak van BMS Onderwijs in Leeuwarden aan het woord over hoe zij binnen het bestuur en de gemeente de opvang van Oekraïense leerlingen regelen. Wil jij ook je verhaal of visie hierop delen? Mail dan naar everwater@verus.nl.

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs