U bent hier

“Online les met maximaal zeven leerlingen tegelijk”

Afstandsonderwijs geven op een praktijkschool, waar leerlingen vooral gewend zijn om met hun handen te werken. Hoe pak je dat aan met je team? En hoe ga je om met kinderen die buiten de boot dreigen te vallen? Verus interviewde Martijn van Elteren, directeur/ bestuurder van PrO De Baander in Amersfoort. “Zowel met leerlingen als met het team staat het een-op-éen-contact voorop.”

Toen de school vorige maand ineens dicht moest, met als gevolg dat ook alle stages van leerlingen stilgelegd werden, zat Martijn van Elteren niet meteen met de handen in het haar. “Het zat er al aan te komen dat we gingen sluiten, daarom hadden we de week ervoor al een crisisteam belegd, waarin we alle mogelijke scenario’s hadden doorgenomen. Dus toen het zover was, konden we er gelijk op inspelen. Vanaf de eerste week zijn we meteen begonnen met afstandsonderwijs voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde. Het praktijkonderwijs vormgeven, was een ander verhaal. We hebben er een week voor genomen om dat op te starten. Daarmee kwam er een flinke taak te liggen bij de praktijkdocenten, die opdrachten moesten gaan verzinnen die leerlingen in en om rondom huis konden uitvoeren.”

Extra begeleiding 

De creativiteit kwam daarmee flink los onder de docenten, zegt Van Elteren. “Zij wisten hele uitdagende en aansprekende activiteiten te bedenken voor onze leerlingen, zoals het verhangen van deuren en inventariseren van gereedschap in de schuur en het benoemen daarvan, koken voor het hele gezin en vogels fotograferen, benoemen en digitaal opsturen naar de docent. De docenten maakten tekeningen bij de opdrachten, filmpjes en bedachten prachtige methodes. Dat kwam allemaal heel snel van de grond.”

Eigenlijk draait het allemaal heel goed inmiddels zegt de schoolleider. “Maar daarmee wil ik de dingen niet mooier maken dan ze zijn. Deze situatie vraagt veel van zowel mijn team als de leerlingen en ouders. Onze leerlingen zijn gewend om vooral met hun handen bezig te zijn, het zijn doeners. Zij functioneren het beste vanuit structuur en duidelijke begeleiding. Dat is ineens weggevallen. We kwamen er dan ook al snel achter dat het niet voor allemaal werkte. Voor een groep van zo’n 30 leerlingen, van de 230 in totaal, hebben we daarom inmiddels extra begeleiding ingezet.”

Vaste structuur

“Wat dat inhoudt? Dat betekent dat zij dagelijks op vaste momenten inchecken bij een praktijkdocent. Deze neemt dan de planning voor de dag met hen door en kijkt waar de knelpunten zitten en hoe het met een leerling gaat. Hij neemt ze stap voor stap mee in wat ze per uur gaan doen. 
We werken sowieso voor alle leerlingen met een vaste structuur, maar bij deze leerlingen dus nog iets meer. Zo krijgt iedereen steeds op een vaste dag alle praktijkopdrachten toegestuurd. We bellen 1 op 1 met hen, altijd met videocalls, zodat we ze ook zien. Verder  maken we persoonlijk contact in groepjes van vier op Microsoft Teams, zodat je ze allemaal tegelijk in beeld hebt en in gesprek met ze kunt. Ook de psychologische en orthopedagogische begeleiding, die leerlingen al kregen, hebben we online voortgezet, en meegenomen in de structuur.” 

Scheidslijn trekken

“We halen geen leerlingen naar school. Het gebouw is echt dicht bij ons. Dat is een bewuste keuze. In het begin merkte ik dat leerkrachten toch naar school kwamen en daar van alles gingen doen, om dan ’s avonds thuis nog verder te gaan. En ook de leerkrachten die vanuit huis werkten, vonden het moeilijk een scheidslijn te trekken. Een aantal van hen deed ook bijna geen andere dingen meer. Ik dacht: dit gaan ze nooit volhouden op deze manier, straks is mijn team burnout. We werken overdag en ’s avonds is het klaar, hebben we toen gezegd.

“We geven geen online lessen aan een hele klas. Dat werkt niet. Docenten hebben dan geen zicht op hoe het met iemand gaat en of-ie ook echt aangehaakt is. En op zoom geven we les aan kleine groepjes, zodat een docent goed overzicht kan houden, per leerling."

Persoonlijk contact

"Zo doen we het trouwens ook met de docenten. Ook daar staat het persoonlijke contact voorop en hebben we online ontmoetingen met vier á vijf mensen tegelijk. Ik wil dan echt van hen horen hoe het met ze gaat, waar ze tegenaan lopen en wat ze nodig hebben. Mijn team zet de leerlingen centraal en ik mijn team. Zo sta ik erin, altijd al. Vandaar dat ik vandaag ook in mijn auto ben gestapt om bij iedereen persoonlijk even langs te gaan met een flesje wijn. Dat had ik natuurlijk ook kunnen laten opsturen, maar ik vind het belangrijk dat ze vóelen dat ik er voor hen ben. Ik blijf wel steeds buiten staan, op anderhalve meter afstand. Maar het voelt heel goed om even dit contact te hebben.”

Hoe hij zich voelt bij de hele situatie? “Ik vind het een energievretend proces. M’n agenda is behoorlijk dichtgespijkerd en ik zit heel vaak aan mijn pc-scherm gekluisterd. Drukte was ik wel gewend, maar niet zo vaak alleen maar achter mijn bureau. Dat kan ik ook helemaal niet! Ik ben iemand die graag in beweging is en daadwerkelijk wil zíen hoe het met medewerkers gaat.”

Verbeterslagen

Wat hij ook belangrijk vindt is om elke week een verbeterslag te maken met het afstandsonderwijs, zeker nu het langer duurt. “We kijken steeds wat er niet goed gaat en hoe het anders kan. Zo kwamen we er in week twee achter dat een flinke groep leerlingen geen laptop thuis had. We hebben er toen zo’n 30 bij de gemeente geregeld, die we persoonlijk bij de leerlingen hebben langs gebracht. Ook kwamen we erachter dat de leerlingen veel te veel opdrachten kregen, zo’n zeven per week, waardoor ze over hun toeren raakten en door de bomen het bos niet meer zagen. Dat hebben we toen terug gebracht.”

De rek eruit

Hij merkt inmiddels dat de rek er wel uit begint te raken bij iedereen. “Voor de lange termijn is dit niet te doen. We denken er inmiddels over na hoe de school straks weer open kan voor leerlingen. Ons doel is om elke leerling straks minstens een keer per week naar school te halen en de jongeren die dat harder nodig hebben vaker. We hebben uitgerekend dat als we alle ruimtes goed benutten er zo’n 30 tot 40 in het gebouw kunnen, waarbij iedereen dan goed afstand van elkaar kan houden. Het zal bij deze bijeenkomsten niet om lesgeven gaven, maar puur het contact met leerlingen en hoe het met hen gaat.”

Ook kansen

“Verder zal ik van deze periode ook zeker een aantal dingen meenemen, daar ben ik ook al serieus over aan het nadenken. Zo was het meteen duidelijk dat we niet klaar waren voor online onderwijs. We moeten binnenkort onze pc’s vervangen op school. Ik ga daarover in overleg met ICT om te kijken of we in plaats van opnieuw vaste pc’s te bestellen bijvoorbeeld IPads kunnen aanschaffen, die leerlingen dan bijvoorbeeld in bruikleen krijgen. En we hebben een aantal leerlingen op school die nu niet fulltime aanwezig kunnen zijn, bijvoorbeeld omdat ze angststoornissen hebben. Voor hen is de combinatie met online onderwijs heel behulpzaam, omdat we dan beter contact kunnen houden. Ik zie dat als kansen die ik zeker wil benutten.”   

PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs