U bent hier

Onderzoek naar goed onderwijs in rekenen-wiskunde

Staatssecretaris Dijksma laat onderzoek doen naar de effectiviteit van de methoden rekenen-wiskunde. Aanleiding is het recent verschenen rapport van de Onderwijsinspectie, waaruit blijkt dat er grote verschillen zijn tussen scholen wat betreft hun rekenprestaties. Ongeveer 23 procent van de Nederlandse basisscholen is volgens de inspectie rekenzwak, ongeveer 27 procent is rekensterk

Staatssecretaris Dijksma laat onderzoek doen naar de effectiviteit van de methoden rekenen-wiskunde. Aanleiding is het recent verschenen rapport van de Onderwijsinspectie, waaruit blijkt dat er grote verschillen zijn tussen scholen wat betreft hun rekenprestaties. Ongeveer 23 procent van de Nederlandse basisscholen is volgens de inspectie rekenzwak, ongeveer 27 procent is rekensterk

Het onderzoek dat Dijksma laat doen is mede ingegeven door de 'richtingenstrijd' die er ontstaan is over wat goed rekenen-wiskundeonderwijs is en de onrust die dat teweegbrengt in het onderwijsveld. Sinds de jaren tachtig is de zogeheten realistische rekenmethode leidend in het basisonderwijs. Deze aanpak is ontwikkeld door het Freudenthal Instituut, een expertisecentrum voor rekenen en wiskunde dat verbonden is aan de Universiteit Utrecht. De nadruk ligt sterk op inzicht en vaardigheden, minder op het cijferen.

Maar volgens een andere groep deskundigen, met als belangrijke woordvoerder prof. Jan van de Craats (hoogleraar wiskunde en maatschappij aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar didactiek van de wiskunde aan de Open Universiteit), heeft de realistische rekenmethode geleid tot lagere rekenprestaties. Van de Craats en zijn medestanders willen terug naar het oude rekenonderwijs, waarin leerlingen bijvoorbeeld weer staartdelingen leren maken.

In een brief aan de Kamer zegt Dijksma nadrukkelijk niet te willen kiezen voor de ene of de andere stroming; de overheid gaat over het 'wat' en niet over het 'hoe'. Maar ze vindt het wel noodzakelijk dat ook voor leerkrachten duidelijk wordt welke didactiek in welke situaties wel en niet werkt en onder welke condities zo'n didactiek optimaal kan worden ingevoerd. Tegenwoordig wordt dit soort onderzoek aangeduid als 'evidence based'. Het onderzoek zal zich richten op beschikbare nationale en internationale onderzoeksgegevens, eventueel aangevuld met interviews met experts en praktijkmensen, schrijft de bewindsvrouw.

Uit het rapport van de Onderwijsinspectie naar het reken-wiskundeonderwijs blijkt dat de kwaliteit van het onderwijsproces op rekenzwakke scholen vaak ondermaats is. Leerkrachten zijn bijvoorbeeld onvoldoende in staat om helder uit te leggen en ze missen een planmatige aanpak, ook voor individuele leerlingen. Ze schieten vooral tekort waar het gaat om het analyseren en evalueren van de leerlingprestaties en het naar aanleiding daarvan gericht ondernemen van actie.

Rekenzwakke scholen zijn overigens niet synoniem aan scholen met veel leerachterstanden, ze zijn ook te vinden in de categorie scholen met leerlingen waarvan verwacht mag worden dat ze goed meekunnen. En er zijn ook onder scholen met een grote populatie achterstandsleerlingen die niettemin sterk zijn in rekenonderwijs, constateert de inspectie.   Staatssecretaris Dijksma kondigt verder aan dat ze de inspectie onderzoek laat doen naar het rekenonderwijs in het speciaal basisonderwijs.   

>>Het rapport over het rekenen-wiskundeonderwijs is te vinden op www.onderwijsinspectie.nl. De discussie over 'nieuw' en 'oud' rekenonderwijs is te volgen op de site van prof. Van de Craats en op de site van het Freudenthal Instituut.

[laatst gewijzigd op 2-10-2008]

 

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs