U bent hier

Onderzoek: De docent heeft geen drive om te leren. En zijn leidinggevende moet daar wat aan doen

Bijna de helft van de docenten in het voortgezet onderwijs, zegt ‘gemiddeld’ gemotiveerd te zijn voor leeractiviteiten en 13% doet het alleen omdat het moet. Ze vinden leren wel belangrijk, concludeert promovendus Joost Jansen in de Wal, maar hebben het idee daarin belemmerd te worden. En de schoolleiding kan daar wat aan doen.

Jansen in de Wal promoveerde vorige week aan de Open Universiteit op een onderzoek naar de motivatie tot leren van docenten. Daarbij keek hij naar leeractiviteiten op de werkplek, zoals workshops of cursusdagen die de school organiseert, maar ook informeel met collega’s reflecteren op hoe je lesgeeft of experimenteren met nieuwe werkvormen.

Leren om straf te ontlopen

Van de 2300 deelnemers aan zijn onderzoek zei 48% gemiddeld gemotiveerd te zijn om te leren. En 13% zei alleen te leren omdat ze extrinsiek gemotiveerd worden. Oftewel: omdat hen een straf of beloning boven het hoofd hangt als ze dat (niet) doen. Overigens heeft de promovendus redenen om te vermoeden dat dit percentage in werkelijkheid hoger ligt. 

Als íemand moet weten hoe belangrijk leren is, zijn dat toch docenten, zou je zeggen. Uit Jansen in de Wals onderzoek komt ook naar voren dat ze leren wel belangrijk vinden, maar het idee hebben belemmerd te worden. 

Tips voor de schoolleider

De leermotivatie van docenten wordt met name beïnvloed door de schoolleiding en hoe die met het leren van hun docenten omgaat, constateert de promovendus.

En hij heeft tips voor die schoolleiding:

  1. Laat docenten meebeslissen over de cursussen en workshops die je organiseert. Veelgehoorde klacht is dat leeractiviteiten die door de schoolleiding georganiseerd worden, niet relevant zijn. Neem de gymdocent die verplicht een studiemiddag moest bijwonen over het maken van toetsvragen. Ze gebruikt nooit toetsvragen. 
  2. Maak het makkelijk vervanging te regelen wanneer een docent een leeractiviteit wil ondernemen. Docenten zitten natuurlijk in het stramien van een lesrooster. Maar degenen die relatief makkelijk vervanging voor hun eigen lessen kunnen organiseren, hebben meer vrijheid om leeractiviteiten te ondernemen en kunnen zo meer vanuit hun eigen intrinsieke motivatie leeractiviteiten ondernemen. 
  3. Toon interesse in de leerwensen van docenten, daag hen uit en ondersteun hen. 

Bewustwording bij docenten

Jansen in de Wal concludeert dus dat de schoolleiding de belangrijkste partij is in het verbeteren van de leermotivatie van docenten. Maar de docent, kan die zelf niet wat doen om zijn motivatie op te krikken? 

Jawel. Als docenten zich bewust zijn van de manier waarop ze gemotiveerd zijn voor hun eigen leren, kunnen ze ook aangeven wat er beter kan. Merkt een docent dat hij alleen leert omdat hij zich verplicht voelt, dan kan hij ook bij de schoolleiding aangeven: Ik doe dit omdat jullie dat willen, maar niet omdat ik het zelf graag wil en dat staat mijn professionele ontwikkeling in de weg.

Intrinsieke motivatie werkt beter

Je kunt natuurlijk beredeneren dat met verplichte studiedagen docenten tenminste wát leren. “Je bent inderdaad aanwezig”, zegt de verse doctor. “Maar of je van die verplichte cursus iets leert, blijft altijd de keuze van de docent zelf. Als je mensen extrinsiek gaat motiveren, hen straf of beloning voorhoudt, gaan ze doen wat je wilt. Totdat ze de straf hebben ontlopen of beloning hebben ontvangen, daarna stoppen ze ook. Continuïteit van leren volgt alleen uit intrinsieke informatie.”

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs