U bent hier

Onderwijsverslag: Onderwijskwaliteit kerntaak van schoolbestuur

Deze week verscheen het Onderwijsverslag van de Inspectie van het Onderwijs. In dit lijvige boekwerk geeft de Inspectie haar mening over de staat van het Nederlandse onderwijs in het schooljaar 2011/2012. Veel media kwamen met het bericht dat het onderwijs uitblinkt in middelmatigheid. Maar het verslag bevat veel meer informatie.

Onderwijskwaliteit kerntaak van het bestuur
Aandacht voor de kwaliteit en de opbrengsten moet niet alleen komen van de onderwijzers, leerkrachten en schoolleiding, maar vooral ook van bestuur en toezicht, schrijft de Inspectie. Op dat punt is volgens haar nog een wereld te winnen. Veel besturen kijken vooral naar financiën en huisvesting, terwijl de kwaliteit van het personeel en het onderwijsproces minstens zo belangrijk is.

Dat het in de gesprekken tussen bestuur en directie, maar ook tussen toezichthouders en bestuur vooral over onderwijs moet gaan, beaamt de Besturenraad. Het bestuur is immers uiteindelijk verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit.

Weinig besturen met financiële risico’s
Volgens de Inspectie is de financiële positie bij verreweg de meeste van de ongeveer 400 schoolbesturen op orde. Een klein deel loopt wel financiële risico’s en staat onder verscherpt toezicht. Toch moeten besturen alert zijn.

Besturen hebben soms onvoldoende zicht op de financiële ontwikkelingen en er ontbreken meerjarenbegrotingen. Veel uitgaven zijn volgens de Inspectie niet goed onderbouwd. Besturen zetten het geld niet altijd daar in waar het onderwijsrendement het hoogste is.

Naleving wet- en regelgeving
Traditiegetrouw kijkt de Inspectie ook naar de naleving van de wet- en regelgeving. Vooral bij de vaststelling van de leerlingengewichten gaat nog steeds veel fout. Voor de Inspectie reden om hier nader onderzoek naar te doen en voor staatssecretaris Dekker reden om deze week al een brief aan de Kamer te sturen.

Afname zwakke scholen
Het aantal zwakke scholen is wederom afgenomen. De trend van de laatste jaren heeft zich doorgezet. Zeker in het primair onderwijs gaat het om zeer geringe percentages. De PO-Raad reageert ‘trots te zijn’ op deze ‘spectaculaire verbetering’.

Op 1 september 2012 bedroeg het percentage zwakke scholen 2,9% en het percentage zeer zwakke scholen nog maar 0,2%. Deze zeer zwakke scholen bevinden zich alleen nog in het openbaar en p.-c. onderwijs. Ook geeft het rapport inzicht in de verdeling naar schoolgrootte. Daaruit blijkt dat het hoogste percentage zwakke en zeer zwakke scholen voorkomt in de categorie scholen van 1-100 leerlingen, maar dat het verschil met de categorie 101-200 leerlingen gering is.

In het voortgezet onderwijs is de afname geringer en is het percentage zwakke afdelingen in 2012 9,4% en zeer zwakke afdelingen 0,9%. Overigens is hier sprake van grote regionale verschillen waarbij met name Groningen, Friesland en Zuid-Holland hoog scoren. De VO-raad noemt het Onderwijsverslag een ‘compliment voor het vo’.

Weinig zwakke leerlingen, maar ook weinig uitblinkers
Volgens de Inspectie zijn de prestaties van de leerlingen en studenten goed, maar valt er meer uit te halen. Die goede prestaties komen onder andere door de stijging van de prestaties in het basisonderwijs, de toename van het percentage leerlingen dat naar havo en vwo gaat en de toename van het aantal studenten in het ho.

Toch zet die positieve trend zich niet door. Het aantal leerlingen met een Cito-score van meer dan 548 nam iets af en het percentage leerlingen in het vwo met een gemiddeld CE-cijfer van 7,5 of meer ook. Voor de Inspectie reden om hier meer aandacht voor te vragen.

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs