U bent hier

Onderwijsverslag: kwaliteit bestaat uit zoveel aspecten

Deze week verscheen het Onderwijsverslag 2012-2013. In haar voorwoord geeft inspecteur-generaal Annette Roeters terecht aan dat je niet één cijfer aan het onderwijs kunt geven.

Onderwijskwaliteit bestaat uit veel aspecten waaronder de traditie en denominatie waarin de school staat en de omgeving en de regio waarin de school werkt. De inspectie vindt veel aspecten van kwaliteit belangrijk. Eén ding staat dus niet in het Onderwijsverslag: een rapportcijfer waarmee de Inspectie het onderwijs als geheel waardeert.

Belangrijkste conclusies
Wat zijn de belangrijkste bevindingen in het Onderwijsverslag 2012-2013? We zetten ze op een rijtje.

  1.  Leerlingen
    De leerprestaties van leerlingen en studenten zijn in internationaal perspectief hoog en stabiel. Leerlingen en studenten zijn over het algemeen tevreden over het onderwijs en gaan met plezier naar school. Desondanks zijn leerlingen en studenten niet altijd gemotiveerd voor de lessen, zeker in vergelijking met andere landen. De inspectie constateert verder dat scholen en instellingen in de eerste jaren van het vo en ho strenger lijken te selecteren en constateert vanaf 2012 voor het eerst meer afstroom dan opstroom in het vo.

  2. Leraren 
    Leraren beschikken over goede pedagogische vaardigheden, kunnen duidelijk uitleggen en zorgen voor een taakgerichte werksfeer. Zij spelen bij de kwaliteitsverbetering van het onderwijs een cruciale rol. Maar net als eerdere jaren, constateert de inspectie dat afstemming en maatwerk voor leerlingen nog niet vanzelfsprekend zijn.

    De inspectie constateert dat er veel is geïnvesteerd in systemen voor kwaliteitszorg en leerlingvolgsystemen en dat deze vaker en beter inzetbaar zijn, maar dat de gegevens uit deze systemen over leerlingen en hun ontwikkeling nog niet voldoende benut worden in de praktijk van het lesgeven.

  3. Schoolleiders en besturen
    De inspectie beschrijft in het onderwijsverslag de samenhang tussen goede schoolleiders en besturen en ziet dat goed personeelsbeleid de kwaliteit van de docenten en hun onderwijs kunnen bevorderen zodat de meerwaarde van differentiëren, ICT en doorlopende leerlijnen het niveau van de klas en de leerling bereiken.

  4. Brede kijk op onderwijsprestaties
    De inspectie benadrukt het belang van een brede kijk op onderwijsprestaties. Niet alleen cognitieve capaciteiten, maar ook sociale, creatieve en praktische vaardigheden zijn belangrijk voor talentontwikkeling van leerlingen en studenten. Sociale competenties zijn een belangrijke voorwaarde voor onderwijs en een leven lang leren.

    Het bijbrengen van kennis en vaardigheden om op een goede manier met anderen om te gaan draagt bij aan een positief en veilig klimaat in scholen en instellingen en later aan onze democratie en samenleving. Het onderwijsaanbod van deze competenties is volgens de inspectie nog weinig planmatig.

Geen ‘afrekencultuur’
Net zoals de inspectie het onderwijsstelsel niet tot één cijfer wil terugbrengen, geeft zij aan dat ook niet met scholen en instellingen te doen.

"Eén getal is vaak misleidend en daar komen schoolleiders en leraren steeds meer tegen in verzet. Dan valt het woord ‘afrekencultuur’. Gelukkig zien we dat scholen in verschillende sectoren zelf initiatief nemen voor verantwoording en inzicht geven in hun visie op goed onderwijs en in hoeverre ze die bereiken. De inspectie sluit zich daar graag bij aan."

De Besturenraad ondersteunt deze visie en wil graag samen met de inspectie zoeken naar het geven van verantwoording over en inzicht in de kwaliteit van christelijk onderwijs.

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs