U bent hier

Onderwijstoezicht geëvalueerd

Op verzoek van de Eerste Kamer is in 2012 bij de behandeling van het wetsvoorstel over de wijziging van de Wet op het Onderwijstoezicht (WOT) gevraagd om een evaluatie van het risicogerichte toezicht. Deze evaluatie is inmiddels uitgevoerd en naar beide Kamers gestuurd. Tegelijk zijn ook evaluaties over de Toezichtkaders VO 2013 en BVE 2012 aan de Kamers gestuurd.

Algemene conclusies

De evaluaties geven volgens staatssecretaris Dekker het volgende beeld. In de evaluatie van het risicogericht toezicht is het oordeel over de efficiency van het toezicht, de risicoanalyses en ook de effectiviteit van het toezicht over het geheel genomen positief. Risicogericht toezicht werkt volgens hem. Uit de risicoanalyses komen die scholen naar voren waar de risico’s zitten, waar de opbrengsten onder de maat zijn en waar het onderwijsproces gebreken vertoont. Mede door het intensieve toezicht verbeteren deze scholen zich voldoende en sneller dan voorheen. Uit deze evaluatie blijkt echter ook dat de invloed van het toezicht zich tot deze scholen beperkt. De evaluaties van de toezichtkaders vo en mbo laten verder zien dat zowel de vernieuwing van de toezichtkaders als de daarop aangepaste werkwijze van de inspectie in het algemeen positief worden ontvangen.

Evaluatie risicogericht toezicht po/vo

De evaluatie van het risicogericht toezicht is uitgevoerd door de inspectie zelf en vervolgens getoetst door de vakgroep Bestuursrecht & bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens deze evaluatie wordt de onderkant van het onderwijsspectrum goed bediend door de werkwijze van risicogericht toezicht, maar de ontwikkelingen bij de grote meerderheid van de scholen blijven buiten beeld.

Conclusies uit deze evaluatie:

  • Het aantal (zeer) zwakke scholen is teruggelopen sinds de introductie van het risicogericht toezicht. Minder scholen zijn (zeer) zwak en voor alle sectoren geldt dat scholen die zwak of zeer zwak zijn dat korter blijven
  • Scholen boven de grens tussen zwak en basiskwaliteit verbeteren zich vaak niet verder. Een dergelijke verbetercultuur wordt binnen het huidige toezicht ook niet expliciet gestimuleerd
  • Het is voor scholen nog niet vanzelfsprekend om naast de onderwijskwaliteit ook de externe verantwoording aan belanghebbenden op orde te hebben
  • Het is voor een grote groep scholen en opleidingen niet vanzelfsprekend dat de belangrijkste kwaliteitsindicatoren als voldoende worden beoordeeld
  • De focus op scholen die onder de basiskwaliteit (dreigen te) zakken kan ten koste gaan van de aandacht voor het onderwijsproces op de overige scholen (met een basisarrangement);
  • Er zijn signalen die er op wijzen dat scholen hun inspanningen aanpassen aan de focus van het toezicht.

Evaluatie van het Toezichtkader VO 2013

In het algemeen komt uit het onderzoek, dat door Oberon is uitgevoerd, naar voren dat zowel schoolleiders als bestuurders positief zijn over het toezichtkader en de werkwijze van de inspectie. De werkwijze krijgt gemiddeld een 7,5. Ook ouders en docenten zijn positief.

De volgende zaken springen daarbij in het oog:

  • Het onderwijsveld onderschrijft zowel het risicogerichte toezicht als de stimulerende functie van de inspectie: schoolleiders en bestuurders vinden dat de inspectie in ieder geval de onderkant moet bewaken en dat scholen tot verbetering moeten worden gestimuleerd door bijvoorbeeld het publiceren van benchmarkgegevens en/of goede voorbeelden
  • De ondervraagden vinden dat de inspectie een brede blik moet hebben met oog voor de cognitieve en sociale aspecten van het onderwijs en niet alleen oog voor de ‘opbrengsten’.
  • Een derde van de schoolleiders en bestuurders geeft aan dat zij denken dat gedifferentieerd toezicht stimulerend zal werken. Wel ziet ruim 80% van de ondervraagden de inspectie als ‘critical friend’ voor de ambities van de school. 
  • De ondervraagden vinden het wenselijk dat de inspectie zich richt op zowel het schoolbestuur als de schoolleiding, omdat beiden hun eigen verantwoordelijkheid hebben voor de kwaliteit
  • Schoolleiders en besturen vinden het goed dat de inspectie in de risicoanalyse ook andere risico’s dan opbrengsten meeweegt. Zij zouden het op prijs stellen als de inspectie bij het beoordelen van hun school niet alleen kijkt naar de risico’s, maar ook rekening wil houden met ‘verzachtende omstandigheden’.
  • Ook vinden schoolleiders en bestuurders dat de ‘cognitieve opbrengsten’ nog te zwaar wegen ten opzichte van de ‘sociale opbrengsten’
  • Overigens vinden zij wel dat een bezoek van de inspectie wat oplevert: ‘de baten zijn groter dan de lasten’. Ook zijn zij positief over het oog dat de inspectie heeft voor de schoolleiding binnen de bestuursgerichte aanpak.

Hoe verder?

Volgens staatssecretaris Dekker bevestigen beide evaluaties dat er voldoende reden is om stevig door te gaan met het gedifferentieerde toezicht zoals beschreven in ‘toezicht in transitie’. Verus is tegen deze ontwikkeling in het onderwijstoezicht. Het is aan besturen en scholen zelf om aan te geven wat goed of excellent onderwijs is. De Inspectie heeft als taak om te controleren of scholen voldoen aan de wettelijke deugdelijkheidseisen. Daarnaast kan de Inspectie de rol van ‘critical friend’ innemen en scholen stimuleren om ambities te formuleren en te realiseren, maar deze rol moet wat Verus betreft duidelijk gescheiden zijn van de wettelijke taak. 

De komende tijd ontvangt de Tweede Kamer nog de volgende stukken:

  • De voortgangsrapportage over de ontwikkelingen in het nieuwe toezicht conform de toezegging in de brief over ‘Toezicht in Transitie’ van 28 maart 2014
  • Een brief in reactie op het AOb-rapport 'De staat van het onderwijstoezicht'
  • De wettelijk bepaalde evaluatie van de artikelen 10a en 164b van de Wet op het primair onderwijs (WPO) en artikelen 23a1 en 109a van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO). Deze artikelen zijn op 1 augustus 2010 met de wet Goed onderwijs, goed bestuur in werking getreden om als overheid slagvaardig te kunnen optreden in gevallen van ernstig tekortschietende kwaliteit op een school en/of bestuurlijk wanbeheer. 
  • Een onderzoek naar onbedoelde effecten van het toezicht in het voortgezet onderwijs is toegezegd.
     

 

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs