U bent hier

Onderwijsraad: Onderwijs is er éérst voor de maatschappij en dán voor de leerling

Een leerling vraagt om onderwijstijd om meer kennis en vaardigheden op te doen die hijzelf nodig heeft op de arbeidsmarkt, maar daardoor raakt tijd voor kennis en vaardigheden rond burgerschap ondergesneeuwd. U:
  1. Geeft hem die arbeidsmarkt-vakken. De leerling staat toch immers centraal?
  2. Weigert. De school dient ook een maatschappelijk belang en moet daarom aan vorming werken.

 

Antwoord 2 is het goede antwoord. Dat bepleit althans de Onderwijsraad in zijn dinsdag gepresenteerde verkenning De leerling centraal? 

Individueel én publiek belang

Het pleidooi om de leerling centraal te stellen streed de afgelopen 100 jaar om voorrang met de wens de leerstof meer accent te geven. In reactie op de nadruk op basisvaardigheden en opbrengstgericht werken klinkt de roep om de leerling centraal te stellen tegenwoordig weer sterk. Zie bijvoorbeeld de discussie rond meer maatwerk. 
Maar onderwijs dient zowel individuele als maatschappelijke en publieke belangen. En dat levert spanningen op: tussen individuele wensen en maatschappelijke belangen en tussen keuzevrijheid en kansengelijkheid. 

Sociale samenhang en welzijn zijn onderwijsdoelen

Maatschappelijke belangen die het onderwijs dient hebben onder meer te maken met arbeidsmarktbehoeften. Onderwijs moet daarom niet alleen gebaseerd zijn op de interesses en wensen van leerlingen en studenten. 
De Onderwijsraad wijst terecht ook uitvoerig op de belangrijke socialiserende en persoonsvormende rol van het onderwijs. De school is een oefenplaats voor het functioneren in sociale gemeenschappen en in een democratische samenleving met bijbehorende gemeenschappelijke waarden, aldus de raad. 

Scholen dragen bij aan de ontwikkeling van een moreel kompas en nodigen leerlingen uit “tot nadenken over de eigen positie ten aanzien van specifieke waarden, doelen en idealen. Zo ontdekken ze wat zij richtinggevend en van waarde vinden en wat niet”. Wanneer het individu te veel centraal wordt gesteld bestaat het risico dat leerlingen onvoldoende leren omgaan met ‘het andere’, met alle nadelige consequenties voor welzijn en welvaart.

Verus wijst in het kader van persoonsvorm anders dan de Onderwijsraad expliciet op het belang van levensbeschouwelijke identiteitsvorming in onze huidige complexe multireligieuze wereld.

Keuzevrijheid staat niet gelijk aan kansengelijkheid

Keuzevrijheid is een groot goed volgens de Onderwijsraad, maar genereert niet vanzelf kansengelijkheid. Keuzevrijheid kan leiden tot segregatie en meer homogene klassen, maar ook tot een gebrek aan variatie, bijvoorbeeld doordat er meer categoraal onderwijs wordt aangeboden in plaats van onderwijs op brede scholengemeenschappen. 

De Raad signaleert daarnaast een afnemende mogelijkheid tot doorstromen en stapelen. Ook dat draagt bij aan kansenongelijkheid.

De aldus gedefinieerde verantwoordelijkheid van het onderwijs voor de samenleving weegt het zwaarst, constateert de Onderwijsraad. Sociale samenhang, algemeen welzijn en economische groei en welvaart zijn zwaarwegende doelen van het onderwijs. En daarmee worden grenzen gesteld aan een exclusieve gerichtheid op wat leerlingen en hun ouders van het onderwijs kunnen verlangen. 

Kortom: “De raad vindt dat waar het maatschappelijk belang en het individuele belang botsen, het maatschappelijk belang van onderwijs het zwaarst moet wegen.”

De Onderwijsraad roept scholen op zich niet exclusief te richten op wat bepaalde leerlingen en hun ouders van het onderwijs eisen, maar de belangen van de samenleving in het oog te houden en in te zetten “op een verbindende schoolcultuur om de omgang tussen leerlingen en studenten van verschillende achtergronden te bevorderen.“ 

Perverse prikkels

De raad waarschuwt daarnaast terecht voor de risico’s van beoordelingskaders en ranglijstjes en andere perverse prikkels vanuit de overheid en de Inspectie, zoals de cascadebekostiging in het mbo. Scholen kunnen daarmee in de verleiding komen zich vooral te richten op ‘kansrijke leerlingen‘. 

Ook het ontbreken van een positieve prikkel voor het vormen van brede scholengemeenschappen in het voorgestelde nieuwe vo-bekostigingsmodel is volgens de Onderwijsraad risicovol. Tenslotte wordt aan ouders gevraagd, onder meer vanuit hun rol in medezeggenschapsorganen, het brede, maatschappelijke belang in de gaten te houden.

PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs