U bent hier

Onderwijsraad: direct zicht op praktijk en minder ruimte voor interpretatie van onderwijskwaliteit

Geef in het extern toezicht op onderwijs meer prioriteit aan de kwaliteitsbeoordelende taak, zorg voor direct zicht op de onderwijspraktijk en focus meer op wat er binnen een school gebeurt. Dit stelt de Onderwijsraad in haar nieuwste advies Essentie van extern toezicht, dat ingaat op de functie van extern toezicht in het onderwijs.

De overheid heeft de grondwettelijke verantwoordelijkheid voor onderwijs van voldoende kwaliteit voor iedere leerling en student. Voor de borging hiervan bestaat extern toezicht. Met het oog op de evaluatie van de Wet op het onderwijstoezicht (WOT) en de plannen voor instellingsaccreditatie in het hoger onderwijs, heeft de raad op verzoek van de minister van Onderwijs dit advies uitgebracht.

Zo laat voorzitter Edith Hooge van de Onderwijsraad in een persbericht weten dat de beoordelende taak van extern toezicht meer prioriteit nodig heeft. ‘’Hiervoor heeft het extern toezicht direct zicht nodig op de plek waar onderwijskwaliteit ontstaat: op school of in de opleiding.’’

Beoordelende taak

In de WOT is vastgesteld dat de inspectie een taak heeft om onderwijskwaliteit te beoordelen en een taak om die kwaliteit te bevorderen. De verhouding tussen deze twee taken is al langer een onderwerp van discussie. De Onderwijsraad adviseert hierbij om prioriteit te geven aan de beoordelende taak en dit ook vast te leggen in de WOT. De bevorderende taak ziet de raad als secundaire taak. Wel belangrijk, maar ondergeschikt aan de beoordelende taak.

Zoals eerder genoemd, is voor een goede beoordeling van onderwijskwaliteit direct zicht nodig op de onderwijspraktijk. Want dáár wordt dit zichtbaar. Daarom vindt de raad dat extern toezicht op iedere school en opleiding om de zoveel tijd kwaliteitsonderzoek moet doen. Om de onderwijskwaliteit goed te beoordelen zijn duidelijke en toetsbare wettelijke eisen nodig. De duidelijkheid van wettelijke voorschriften staat nu onder druk door het gebruik van open normen en zorgplichtbepalingen. De raad constateert daarmee dat er teveel ruimte is voor interpretatie. Verus herkent dit laatste geluid en heeft dit onder meer ook al aangekaart bij de behandeling van de burgerschapswet.

Hoger onderwijs

Voor het hoger onderwijs geeft de raad ter overweging mee om instellingsaccreditatie zodanig vorm te geven dat het extern toezicht zicht blijft houden op de kwaliteit van een opleiding. En zo kan de overheid haar verantwoordelijkheid nemen voor het toezicht op onderwijskwaliteit. Een overgang naar instellingsaccreditatie is een ingrijpende verandering. Daarom vindt de raad dat de evaluatie van pilots afgewacht moet worden, voordat er vervolgstappen worden genomen.

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs