U bent hier

Onderwijsbegroting 2016: werk in uitvoering

Werk in uitvoering. Zo omschrijft het kabinet de onderwijsplannen voor 2016. De onderwijsbegroting bevat dan ook weinig nieuws. Evenals vorig jaar zet het kabinet in op de uitvoering van het regeerakkoord zoals dat is uitgewerkt in het Nationaal Onderwijsakkoord, de Lerarenagenda en de sectorakkoorden. Daarnaast besteedt het kabinet aandacht aan het EU-voorzitterschap en de betekenis daarvan voor het onderwijs.

De kracht ligt in de samenleving

In de beleidsagenda van de onderwijsbegroting schrijven de bewindspersonen dat het optimaal voorbereiden van leerlingen en studenten op de uitdagingen van de toekomst een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. De kracht ligt volgens hen in de samenleving en bij de instellingen. ‘Zij verdienen ons vertrouwen. Door verdere professionalisering van leraren, schoolleiders en bestuurders kunnen we de kwaliteit van ons onderwijs nog verder verhogen’, aldus de beleidsagenda.

EU-voorzitterschap

In de eerste heft van 2016 is Nederland voorzitter van de Europese Unie. De Europese agenda op het gebied van onderwijs richt zich met name op de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Tijdens het voorzitterschap wil Nederland vooral de positie van het mbo in een veranderende arbeidsmarkt belichten. Ook het hoger onderwijs krijgt de nodige aandacht tijdens het voorzitterschap door thema’s als internationalisering. mobiliteit, digitalisering en nieuwe vaardigheden aan de orde te stellen.

Verbetercultuur minder prominent aanwezig

Stond in de onderwijsbegroting 2015 het woord ‘Verbetercultuur’ nog centraal; dit woord komt in de tekst van de beleidsagenda niet meer voor. Waar het woord nog wel voorkomt, is in de lijst met indicatoren waarin de kwaliteitsverbetering van het onderwijs tot uitdrukking moet worden gebracht. Ook deze begroting kent weer drie pagina’s met indicatoren waarmee de beleidsdoelstellingen zijn gekwantificeerd. Deze doelstellingen zijn:

  1. Ambitieus onderwijs dat alle leerlingen en studenten uitdaagt
  2. Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en vakkundige leraren, docenten en schoolleiders, die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaat
  3. Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties
  4. Aansluiting van het onderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt

Verus blijft benadrukken dat de gebruikte indicatoren geen volledig beeld van onderwijskwaliteit geven, in tegenstelling tot de indruk die wordt gewekt. Niet alle aspecten van goed onderwijs zijn meetbaar. Daarnaast betreffen de opgesomde indicatoren vooral randvoorwaarden.

De school bepaalt de kwaliteit

Voor Verus staat voorop dat de school vanuit de eigen visie tot kwaliteitsdefinities moet komen en dat recht wordt gedaan aan de daaruit voorvloeiende diversiteit. Prestatiebekostiging, uniformerende kwaliteitsafspraken en het toekennen door de inspectie van het predicaat ‘goed’ naast ‘voldoende’, wijzen wij om die reden af. 

Lees ook wat de sectorraden van de onderwijsbegroting vinden.

 

 

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs