U bent hier

Onderwijs aan vluchtelingenkinderen. De school is weg, de rompslomp nog niet afgerond

2015: tienduizenden -met name Syrische- vluchtelingen bereiken Nederland. Hun kinderen zagen soms jaren geen school van binnen en zijn getraumatiseerd. Zij hebben hier recht op onderwijs. Verus sprak destijds met bestuurders, directeuren en leerkrachten die zich voor een enorme uitdaging gesteld zagen en er vaak met hart en ziel ingingen. Hoe blikken zij nu terug op die tijd? “Enthousiasme en dankbaarheid zijn me bijgebleven. De rompslomp achteraf vind ik een lastige.”

Scholen voor vluchtelingenkinderen en taalklassen werden vier jaar geleden in noodtempo uit de grond gestampt en de Kamer discussieerde over hoe snel leerplichtige asielzoekerskinderen op school moeten zitten en hoe lang hun onderwijs extra bekostigd wordt. Dat was de situatie waarin Albert Velthuis (CvB-voorzitter van CKC Drenthe) een azc-school in Oranje startte. Op het moment dat wij hem spraken, waren er plannen voor nog twee scholen voor vluchtelingenkinderen vanuit CKC Drenthe.

De school in Oranje heeft precies drie jaar bestaan, vertelt Velthuis. Toen sloot het azc en stroomde de school vanzelfsprekend leeg. Een halfjaar daarvoor werd er in Assen een azc opgezet, met een school die in de lucht wordt gehouden door het openbaar onderwijs. En de school in Gieten die er zou komen? Alle voorbereidingen waren klaar, maar toen stopte de vluchtelingenstroom en besloot het COA in Gieten geen azc en dus geen school te creëren.

Taalklassen en gedetacheerde leerkrachten

Toch is CKC Drenthe niet helemaal ‘klaar’ met het onderwijs aan vluchtelingenkinderen. Kindcentrum De Lichtbaak in Assen heeft twee taalklassen voor zo’n 25 tot 30 kinderen van statushouders. Daar is, naast traumaverwerking en inburgering, uiteraard heel veel aandacht voor de Nederlandse taal. Twee jaar lang, met de extra bekostiging waartoe de Kamer in 2016 besloot.
En Velthuis heeft twee leerkrachten gedetacheerd naar de azc-school in Assen.

Zakelijker 

Zou zo’n situatie zich opnieuw voordoen, dan was zijn gedrevenheid om goed onderwijs voor deze kinderen op te zetten even groot, vertelt Velthuis. “Ik vind nog steeds dat als we in dit land met elkaar voor iets bijzonders de rug moeten rechten, we niet moeilijk moeten doen. De drive om kinderen, ouders en gezinnen te helpen, die blijft. Dan moet je kijken: hoe gaan we dat regelen?”

Maar hij zou er niet opnieuw met slechts een handen-uit-de-mouwen-mentaliteit ingaan, zegt Velthuis terugkijkend. “Ik zou dit veel zakelijker insteken. Destijds stond ik met de neus vooraan om zaken te regelen. Nu weet ik: dit is een bureaucratisch land. Sta je er zakelijk in, dan duurt het lang voordat je zaken van de grond tilt. Maar in de afronding is het veel beter. Want als het ophoudt moet je terugzoeken: Hoe hadden we dit afgesproken? Daar bleken onduidelijkheden te zijn.” Dus nu, terwijl de school al weg is, ontstaan er interpretatieverschillen op afspraken.

Loyaliteit en gedrevenheid

Het enthousiasme en de dankbaarheid van de mensen in zijn organisatie is Velthuis het meest bijgebleven. Scholen die zich voor de vluchtelingengezinnen willen inzetten, de meest gemotiveerde leerkrachten die naar vluchtelingenscholen vertrekken en geweldig werk verrichten… “Maar die leerkrachten kunnen lastig weer terug naar een reguliere school. Ze zijn zo gewend te pionieren, te werken binnen ruime kaders. Ik heb ze zien vertrekken naar andere plekken binnen het onderwijs. Daar geniet ik ook wel van, dat mensen zich zo hebben ontwikkeld.”

En hun betrokkenheid op de kinderen. Waarvan sommige er maar drie weken waren, anderen twee, vier maanden. “Kinderen met een grote tas bagage, soms rechtstreeks uit de oorlog. Sommigen zeggen boe noch bah. Anderen gaan langzaam open. Ik heb volwassen kerels zien janken omdat ze op vrijdag hoorden dat een gezin er maandag niet meer zou zijn en ze geen afscheid van de kinderen konden nemen. De loyaliteit en gedrevenheid zijn bijzonder groot.”

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs