U bent hier

Nog meer bezwaren tegen vroegselectie

De vroege selectie staat stevig ter discussie. Niet alleen in ons land, maar ook bij de zuiderburen. Jeroen Lavrijsen promoveert aan de KU Leuven op een onderzoek naar de gevolgen van onderwijsstructuren. Conclusie: vroege selectie leidt tot een lagere leesvaardigheid onder leerlingen uit sociaal zwakkere milieus, vergroot hun risico op vroege schooluitval en bemoeilijkt de ontwikkeling van een positieve leerattitude. We belden hem.

Lavrijsen is verbonden aan het HIVA (Onderzoeksgroep Onderwijs en Levenslang Leren) van de KU Leuven en promoveert op 28 juni. 

Het Vlaamse onderwijssysteem behoort, net als dat van Nederland, tot die waarin het vroegst geselecteerd wordt. Op 12-jarige leeftijd vindt de selectie plaats. Wat is eigenlijk de ultieme leeftijd om leerlingen te selecteren voor het vervolgonderwijs?

“Dat is een moeilijke vraag. In mijn onderzoek toon ik aan dat te vroeg selecteren een aantal nadelen heeft, maar dat anderzijds een goed beroepsonderwijs de overgang naar de arbeidsmarkt vlotter maakt. 

Je kunt natuurlijk niet blijven uitstellen; differentiatie is nodig. De vraag is bovendien niet enkel wanneer de selectie plaatsvindt, maar vooral of die in Vlaanderen en Nederland niet te rigide is. Kun je het niet beter getrapt doen? Zo, dat je op bepaalde momenten nog van opleidingsniveau kunt veranderen? En is het nodig dat je leerlingen direct ook fysiek in een andere schoolgebouw steekt? Want daardoor heb je meteen ook geen contact meer met andere onderwijsvormen. Maak de opdeling niet zo definitief, allesbepalend.”

Vergroot een latere selectie de kansengelijkheid?

“Mijn resultaten wijzen er inderdaad op dat een latere selectie de band tussen sociale achtergrond en onderwijsprestaties vermindert. Langs de andere kant bouw je natuurlijk voort op wat er in het basisonderwijs gecreëerd is. Hoe vroeger je iets doet aan kansengelijkheid, hoe efficiënter het is. 

Je moet ook wel een beetje nuanceren welke effecten een hervorming van het onderwijssysteem kan hebben. De mogelijkheden van de school zijn niet onbeperkt. Kleuteronderwijs en armoede zijn beide van invloed.” 

Wat betekent het voor het werk van leraren als leerlingen vroeg of later uitgesplitst worden naar verschillende niveaus? 

“Het lijkt logisch dat het voor leerkrachten eenvoudiger is om de instructie af te stemmen op een homogene groep. En dat het goed is voor zowel zwakke als sterke leerlingen om op hun eigen niveau les te krijgen. Maar in internationale vergelijkingen vind je niet veel bewijs voor zo’n specialisatievoordeel. 

Hoe komt dat? Daar zijn een aantal redenen voor. In Vlaanderen bijvoorbeeld, hebben we te maken met een ‘watervalsysteem’. Veel leerlingen starten op het aso (bij ons vwo, red.) en dan stromen ze af naar tso (een tussenvorm, red.) of bso (vmbo, red.). Er is dus sprake van een weinig positieve keuze: omdat andere niveaus afvallen, gaan leerlingen naar de technische of beroepsschool. Onderaan die waterval tref je veel leerproblemen en ook faalervaringen. Da’s moeilijker lesgeven. 

In Scandinavische landen zijn klassen heterogener maar zijn er mechanismen om leerlingen die een bepaald probleem hebben, voor een bepaald vak, voor een beperkte tijd uit de klas te nemen zodat ze wel weer kunnen aansluiten nadat ze hun achterstand hebben ingelopen. Dat vereist natuurlijk wel extra opleiding en geld voor leerkrachten.”

Lijden slimme leerlingen daar dan niet onder?

“Daar is geen bewijs voor. Toppresteerders doen het min of meer even goed binnen systemen met vroege of late selectie.” 

Als u kon kiezen, in welk onderwijssysteem zou u uw kind dan plaatsen?

“Dat ligt eraan hoe je kinderen zijn. Zijn het academische hoogvliegers, of zijn ze gemaakt voor het beroepsonderwijs? Want goed beroepsonderwijs kent ook grote voordelen. Met name in Duitsland en Oostenrijk heeft het beroepsonderwijs een goede aansluiting op de arbeidsmarkt.

Ik denk dat je een balans moet vinden tussen Scandinavië en Duitsland / Oostenrijk. Het ene gaat om selecteren en andere om goed beroepsonderwijs. Daartussen moet je een compromis zoeken. 

Je keuze hangt van het kind af en van je eigen sociale achtergrond. Verschillen tussen landen zijn vooral zichtbaar bij kansarme kinderen.”

Beeld: dominique Bernardini

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs