U bent hier

Nieuwe verantwoordingscodes passend onderwijs zijn verkeerde prikkel

Vorige week verscheen de elfde Voortgangsrapportage Passend Onderwijs. De inhoud vormt voor Verus aanleiding een aantal suggesties te doen om passend onderwijs beter te laten functioneren.  

  1. Onderzoek hoe basiskwaliteit passend onderwijs gedefinieerd kan worden
    Omdat elk samenwerkingsverband zelf formuleert hoe passend onderwijs wordt vormgegeven, bestaat het risico op ongelijkheid. Verus vindt het daarom van belang dat onderzocht wordt op welke manier de basiskwaliteit van passend onderwijs voor een leerling gedefinieerd moet worden. Zelf doet Verus hier met enkele leden vooronderzoek naar. De overheid zou garant moeten staan voor het behalen van deze basiskwaliteit van zorg voor leerlingen. 
  2. Bevries de verevening
    We zijn het met de staatsecretaris eens dat passend onderwijs een ingrijpende operatie is en dat het tijd vergt om een stabiele situatie te bereiken. Het gevaar van opeenstapeling van problemen dreigt nu: de financiële achteruitgang door het samengaan van verevening, leerlingendaling en de eenzijdig geografische spreiding van voorzieningen voor speciaal onderwijs. Neem daarom meer tijd en bevries de verevening.
  3. Geef EMB-kinderen het onderwijs waar ze recht op hebben
    Ook kinderen met een meervoudige zorgproblematiek hebben recht op onderwijs tot het 21e levensjaar. Dat voor deze leerlingen bij de totstandkoming van de Wet passend onderwijs niet op dezelfde manier een uitzondering is gemaakt als voor de leerlingen in cluster 1 en 2, is een weeffout. Deze fout dient hersteld te worden. Het gaat om een kleine groep van zo’n 2500 kinderen met een IQ lager dan 35. 
  4. Geen onafhankelijk toezicht maar betrokken toezicht
    Onlangs nam de Tweede Kamer een motie aan die de regering opdraagt te zorgen voor onafhankelijk toezicht op samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Het verwijt is dat er door het ontbreken van onafhankelijk toezicht onvoldoende zicht is op de kwaliteit van passend onderwijs. Verus is echter met het consortium van het NRO-onderzoeksprogramma Evaluatie Passend Onderwijs van mening dat het in deze ontwikkelfase van passend onderwijs te vroeg is voor het aanpassen van de governance. Wij vinden dat het moet gaan over betrokken toezicht in plaats van onafhankelijk toezicht, en over vertrouwen in plaats van wantrouwen. De samenwerkingsverbanden passend onderwijs verdienen het om zich te mogen ontwikkelen, zonder geconfronteerd te worden met het tussentijds aanpassen van de regels. Met het aannemen van de motie in de Kamer wordt met het toezicht de weg ingeslagen naar een zelfstandig functionerend bestuursorgaan, terwijl dit niet de bedoeling was van de wet passend onderwijs. Daarnaast is onafhankelijk toezicht duurder en leidt het niet automatisch tot verbeteringen.
  5. Nieuwe verantwoordingscodes zijn verkeerde prikkel 
    De overheid wil verantwoording op basis van gelijke en kenmerkende codes. Daardoor kan calculerend gedrag ontstaan. Scholen en het samenwerkingsverband gaan hun beleid vooral richten op de verantwoordingseisen. Zo bouwt de overheid de verkeerde prikkels in. Niet de verantwoording dient centraal te staan maar passende zorg voor elk kind; de optelsom daarvan vindt zijn weerslag in een onderwijsplan.
PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs