U bent hier

Nieuwe onderzoekskaders blijven de gemoederen bezig houden

Vorige maand stelden de Kamerleden Bisschop (SGP) en Rog (CDA) vragen aan minister Slob over de onderzoekskaders van de inspectie. Aanleiding was het bericht dat Verus niet akkoord was gegaan. Vorige week stelde de vaste commissie voor OCW een serie vragen aan de minister over de per 1 augustus jl. in werking getreden kaders.

Doen de kaders recht aan de wet?

Het CDA vraagt de minister uit te leggen in hoeverre deze nieuwe onderzoekskaders tegemoetkomen aan het aangenomen initiatiefwetsvoorstel van de leden Bisschop, Van Meenen en Rog over het inspectietoezicht. Op grond van deze wet wordt een scheiding gemaakt tussen de oordelende rol van de inspectie (op basis van haar wettelijke deugdelijkheidseisen) en de adviserende rol.

Ook vraagt deze fractie aan de minister in hoeverre deze scheiding tussen de oordelende en de adviserende rol in de praktijk wordt gebracht door de inspecteurs en wat de ervaringen van de scholen zijn met de scheiding tussen de twee rollen van de inspectie.

GroenLinks vraagt naar een onderdeel van het schoolplan, namelijk het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel. Dit maakte eerst deel uit van het waarderingskader en is nu opgenomen als onderdeel van het schoolplan. GL wil weten waarom dit is gewijzigd en hoe dit rijmt met het onderscheid tussen wettelijke vereisten en niet-wettelijke vereisten in de onderzoekskaders. Zou het pedagogisch-didactisch handelen niet alleen door de beroepsgroep zelf beoordeeld moeten worden, vraagt de fractie zich af.

Voldoende of goed

De fracties van D66 en de SGP vragen de minister naar de grens tussen het oordeel ‘voldoende’ en de waardering ‘goed’. Waar houdt het een op en begint het ander?

Verus niet akkoord

De SGP blikt terug op de manier waarop de onderzoekskaders zijn vastgesteld en vindt de huidige manier, inclusief de verslaglegging van het ringenoverleg, een verbetering. Wel vraagt deze fractie hoe het kan dat over de als technisch bedoelde wijzigingen meningsverschillen zijn ontstaan en dat Verus zelfs goedkeuring heeft onthouden. De fractie wil graag dat de minister hierop reflecteert.

Angst voor de inspectie

Tot slot vraagt het CDA om een helder overzicht van de wijzigingen ten opzichte van het vorige kader, pleit D66 nogmaals voor deelname van alle scholen aan de pilot regelluwe scholen en meent deze fractie dat mbo-instellingen binnen de pilot niet de maximale ruimte benutten die wet- en regelgeving bieden, uit angst voor de inspectie. Wat kan de minister hieraan doen, is de vraag.

Ontwerpjaarplan 2019

Het CDA wil graag weten welke onderdelen uit de Staat van het Onderwijs terugkomen in het nieuwe jaarplan van de Inspectie. Ook wil deze fractie dat in de toekomst bij alle activiteiten in het ontwerpjaarplan een verwijzing staat naar het relevante wetsartikel, vermeld wordt waarom de inspectie dit onderwerp oppakt of een duidelijke motivering waarom de inspectie dit gaat doen als er geen verwijzing naar een wetsartikel mogelijk is.

Daarnaast vraagt het CDA de minister om een overzicht met de wettelijke bepalingen waar de inspectie aan moet voldoen.

In het ontwerpjaarplan schrijft de inspectie: “Over het gerealiseerde curriculum in het funderend onderwijs weten we betrekkelijk weinig. Scholen hebben een grote autonomie in het bepalen van hun aanbod en kunnen daardoor behoorlijk van elkaar verschillen. We willen voor het primair onderwijs komen tot meer zicht op het geplande (op methoden gebaseerde) curriculum en het feitelijk aangeboden curriculum. Welke keuzes maken scholen en wat is daarvan het effect?”

Het CDA vraagt de minister hoe zij dit moet lezen, met name als het gaat over het effect van het curriculum en de keuzes die scholen maken. Ook vraagt de fractie tot hoever de rol van de inspectie hierbij volgens de minister reikt.

PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs