U bent hier

‘Niet alles wat belangrijk is, moet je willen meten’

“De Inspectie suggereert dat je alles wat belangrijk is, moet kunnen meten. Dat is de val waarin christelijke scholen ook lopen.” Lector christelijk leraarschap dr. Bram de Muynck (Driestar Educatief) gaf gisteren een workshop Christelijke leraren in een meetcultuur tijdens een studiedag Christelijk leraarschap. Zijn workshop zat in no time vol. “De meetcultuur houdt leraren erg bezig.”

Maat kwijt
“Wat is de goede maat van het meten?” vraagt de lector zich hardop af. “Het is in onze cultuur ondenkbaar dat je buiten meten om kunt. Meten is ook nodig, dus je moet daar wel iets mee. Maar het komt aan op de goede maat en die zijn we een beetje kwijtgeraakt.”

Manier van kijken
De christelijke leraar moet zich in de meetcultuur bewust zijn van zijn manier van kijken. “Je hebt als leerkracht een eerste manier van kijken en een tweede manier van kijken. De eerste is de relatie: je kijkt een kind in de ogen, je spreekt het aan en het spreekt tegen jou. Dat is de basale christelijke manier van kijken. Het is niet zozeer exclusief christelijk, maar vanuit het christelijk wereldbeeld is dat wel de manier van kijken die je als leraar moet hebben. Kun je alleen maar kijken op de tweede manier, vanuit profielen en toetsscores, dan kijk je niet goed.”

Een complicerend gegeven is dat die profielen en toetsscores nodig zijn in het onderwijs. “Dat kan niet anders: het kind maakt een rekensom en jij kijkt hoe hij dat doet. Die indirecte manier van kijken is niet onnatuurlijk. Maar het moet niet de enige manier zijn.”

Nullen en enen
Volgens De Muynck moet de christelijke leraar ook maat houden. “Onderwijs wordt door een natuurwetenschappelijke bril bekeken: we kunnen alles opsplitsen in nullen en enen. Instrumenteel denken is heel normaal geworden.”

Niet gemeten, is niet belangrijk
“Ook de Inspectie kan niet anders kijken dan met behulp van nullen en enen. Zij suggereert dat je alles wat belangrijk is, moet kunnen meten. Dat is de val waarin christelijke scholen ook lopen”, ziet De Muynck. “We streven naar resultaten. Dus ook de opbrengsten op emotioneel en godsdienstig gebied willen we laten zien. Als je dat niet in cijfers doet, lijkt het of je het niet belangrijk vindt.”

En dat is een foute gedachte, vindt De Muynck: dat je moet kunnen meten wat belangrijk is. Want wat gemeten wordt laat maar een heel klein stukje zien van wat het onderwijs doet.

Alles beheersbaar
Daar komt nog bij dat wanneer resultaten zichtbaar zijn, ze de illusie wekken beheersbaar te zijn. “Dat komt automatisch mee: de suggestie dat je wat je zichtbaar maakt, kunt beïnvloeden. Je meet iets, maakt een plannetje voor beïnvloeding en dan ga je weer meten.”

Maar bij heel veel zaken die christelijke leraren belangrijk vinden, is dat niet zo. “Bijvoorbeeld waarden: hoe ontwikkelt een kind respect? Dat is een beeldvorming van hoe mensen met elkaar om moeten gaan, een proces dat een tijd duurt. Dat kun je niet sturen, dat is niet meetbaar en ook niet maakbaar.”

De praktijk
Maar we zitten nu eenmaal in die meetcultuur. Hoe moeten leerkrachten daar dan mee omgaan? “Ik merk dat ze het framework missen om met de Inspectie in gesprek te gaan. De Inspectie kan alleen maar denken in haar eigen framework. Dat is gewoon zo. Maar leraren kunnen duidelijk maken dat meten altijd een reductie van de werkelijkheid is. Dat je maar een klein aantal zaken meet van wat je eigenlijk beoogt met onderwijs.

Er is een onderscheid tussen wat je meet en wat je belangrijk vindt. En tussen wat je belangrijk vindt en wat je wilt meten. Mensen moeten zich gaan realiseren dat je niet alles wat je belangrijk vindt, moet kunnen meten. En dat aan de Inspectie laten zien.”

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs