U bent hier

Naar een verstevigd fundament: wat zijn we nu opgeschoten?

Dat was de vraag aan het einde van het overleg dat de Onderwijscommissie vorige week voerde met minister Slob over het rapport van McKinsey over de toereikendheid en doelmatigheid van de bekostiging. Het antwoord op die vraag luidde: nog niet zoveel. Het wachten is blijkbaar op de begrotingsbehandeling deze week.

Tijdens het overleg klonk veel kritiek op de lumpsumbekostiging. Veel sprekers gingen in op de constatering van McKinsey dat de onderwijsresultaten in Nederland de laatste jaren fors teruglopen. Voor Rudmer Heerema (VVD) was dat aanleiding om te melden dat de lumpsum te ondoorzichtig is. ‘We stoppen als politiek elk jaar miljarden in het onderwijs, maar we hebben naar mijn mening te weinig grip op die kwaliteit.’ De vrijheid die de lumpsum biedt is naar zijn zeggen te groot en hij is bereid om in te grijpen als dat de kwaliteit ten goede komt.

Andere sprekers gingen in op het lerarentekort en de ‘onwil’ om hiervoor een goede registratie op te zetten en op de bovenmatige reserves van besturen en samenwerkingsverbanden. Er werd een dringend beroep gedaan op minister Slob om nu eindelijk eens door te pakken.

Geld moet naar scholen

Voor Paul van Meenen (D66) is het duidelijk: ‘Op school gebeurt het. De schoolleider, met haar of zijn team, vormt de verklarende factor voor het verschil in kwaliteit tussen twee verder exact vergelijkbare scholen.’ Hij heeft dan ook kritiek op het feit dat besturen het aangrijpingspunt zijn bij de bekostiging en het toezicht van de inspectie. Maar afspraken over onderwijsgeld maak je volgens hem met schoolleiders, met leraren, met ouders en met leerlingen. Kwaliteit versterk je met sterke scholen en sterke leraren, die ruimte, vertrouwen en de middelen hebben om te doen wat nodig is. Daarom moet het onderwijsgeld volgens hem rechtstreeks naar de scholen.

Fuik van de beperkte meetbaarheid

Twee woordvoerders hadden kritiek op het rapport van McKinsey en de uitgangspunten daarin. Roelof Bisschop (SGP) verwoordde het zo: ‘Het rapport hanteert als definitie van onderwijsresultaten terecht: kwalificatie, socialisatie en persoonlijkheidsvorming. Vervolgens worden er allerlei stellige uitspraken gedaan over dalende kwaliteit, terwijl terloops te lezen valt dat er weinig zinvols valt te zeggen over socialisatie en persoonlijkheidsvorming. Dat zou in zo'n rapport niet mogen voorkomen, want als je niet oppast, zwem je in de fuik van beperkte meetbaarheid.’

Ook Michel Rog (CDA) had kritiek op het rapport. Onderwijs gaat over meer dan opbrengsten, maar alleen het meetbare klinkt door in de aanbevelingen. Ook had hij kritiek op de aanbeveling om kleine scholen samen te voegen. Die aanbeveling is, naar zijn zeggen, gebaseerd op uitspraken van de Onderwijsraad uit 2013 over schooljaar 2010-2011. Inmiddels is de situatie heel anders en hebben kleine scholen hun kwaliteit net zo op orde als grote scholen.

Opmaat voor de begrotingsbehandeling en de verkiezing

Al met al was het overleg vooral een warmdraaien voor de behandeling van de onderwijsbegroting en de verkiezingsprogramma’s. Op een later moment komt er nog een zogenaamd VAO waarin de woordvoerders moties kunnen indienen.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs