U bent hier

MR ten onrechte gepasseerd bij ontslag schoolleider

Een bevoegd gezag ontheft een directeur van een basisschool van zijn werkzaamheden en stelt een waarnemend vervanger aan. Diezelfde dag informeert het bevoegd gezag de ouders van de school per e-mail over deze besluiten. Dit alles gebeurt zonder betrokkenheid van de medezeggenschapsraad (MR).

Via de-mail wijst de (MR) het bevoegd gezag er even later op adviesrecht te hebben over de ontheffing van de directeur uit zijn functie, evenals over de aanstelling het waarnemend hoofd. Dit  op grond van artikel 11 lid 1 aanhef en onder h Wms. Het bevoegd gezag schrijft aan de MR dat er geen sprake is van ontslag van de directeur, zodat de MR geen adviesrecht heeft. Hij zou vrijwillig zijn vertrokken. Het bevoegd gezag vraagt de MR wel advies over het voorgenomen besluit om de heer P. als waarnemend directeur aan te stellen. Per brief dient de van zijn werkzaamheden ontheven directeur vervolgens een verzoek tot ontslagverlening in. 

Positief advies

Daarna brengt de raad een positief advies uit over de benoeming van de heer P. Met betrekking tot het ontslag van de huidige directeur is de MR van mening dat hij ook hierover adviesrecht heeft. De MR dient vervolgens een adviesgeschil in bij de landelijke geschillencommissie Wms in. Tussen de MR en het bevoegd gezag bestaat immers verdeeldheid over de vraag of het besluit adviesplichtig was of niet. Bovendien is het niet uitgesloten, aldus de MR, dat een zelfde situatie zich in de toekomst opnieuw voordoet, omdat  de school in de afgelopen zes jaar vijf verschillende schoolleiders heeft gehad. 
Onomkeerbare situatie
Wat vindt de geschillengeschillencommissie? Door de vrijstelling van werkzaamheden in combinatie met de geuite kritiek door het bevoegd gezag, is een situatie gecreëerd die feitelijk onomkeerbaar was. En die uiteindelijk heeft geleid tot indiening van een ontslagverzoek door de directeur. Het bevoegd gezag heeft niet aannemelijk kunnen maken dat de directeur zijn functie vrijwillig heeft opgegeven. De bewijslast daarvoor ligt in beginsel bij het bevoegd gezag. 

Belang MR

Daarom vindt de Geschillencommissie dat in dit geval sprake is van een besluit tot ontslag van de schoolleider. Dat betekent dat de raad op grond van artikel 11 lid 1 aanhef en onder h Wms adviesrecht had. Over het standpunt van het bevoegd gezag dat de MR geen belang meer zou hebben bij een procedure omdat een en ander al heeft plaats gevonden en niet meer teruggedraaid kan worden, redeneert de Geschillencommissie dat daarmee niet automatisch het belang van de MR om een oordeel te krijgen over de rechtmatigheid van dat besluit, komt te vervallen. Dat zou er immers toe kunnen leiden dat het bevoegd gezag medezeggenschapsrechten kan uithollen door de MR te passeren met besluiten. 

Vergelijkbare situatie

Daarbij opgeteld dat zich binnenkort een vergelijkbare situatie kan voordoen, concludeert de Geschillencommissie dat de MR voldoende belang heeft bij behandeling van het geschil. De Geschillencommissie heeft hiervoor vastgesteld dat het bevoegd gezag niet het wettelijk voorgeschreven advies heeft gevraagd aan de MR. Door de raad niet om advies te vragen, heeft het bevoegd gezag in strijd met de Wms gehandeld en de MR geschaad in zijn belangen. Het bevoegd gezag heeft dus verzuimd de raad om advies te vragen. Daardoor is het ontslag van de directeur niet in alle redelijkheid tot stand gekomen. Omdat het ontslag niet meer teruggedraaid kan worden, kan het besluit echter in stand blijven.

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs