U bent hier

‘Meerschools directeur moet je wél willen’

Het vraagt een goede planning en communicatie, maar zij doen het team echt niet tekort. Gebeurt er iets tijdens hun afwezigheid, dan lossen de leerkrachten het op. Twee meerschools directeuren reageren op een bericht in onze nieuwsbrief van vorige week: ‘Meerschools directeur? Moet je niet willen’ 

Arnold van Ooijen is meerschools directeur (bij De Ark in Meeuwen en Het Baken in Werkendam) en vindt de stellingname van collega Iepko Weijdema te kort door de bocht. Je kunt best meerdere scholen onder jouw verantwoordelijkheid hebben, mits je goed plant.

Teamcultuur en vervanging

“Er zijn twee belangrijke aspecten die goed georganiseerd moeten zijn”, schrijft Van Ooijen. “De teamcultuur, die een hoge mate van zelfstandigheid moet bezitten is van groot belang. En de organisatie bij afwezigheid van de directeur is cruciaal om het op beide scholen goed te laten verlopen; Er moet duidelijkheid zijn over wie taken en verantwoordelijkheden opvangt.”

Toon vertrouwen

Die teamcultuur kun je wel vormen, weet Van Ooijen, maar daar gaat tijd overheen. “Het inzetten van een meerschools directeur heeft daarom wel tijd nodig”, zegt hij. Het lerarenteam moet besef hebben van de zakelijke kant: het voordeel voor de organisatie. En als er goodwill is, kun je verder: mensen vrijheid geven, de verantwoordelijkheid om zaken zelf te doen. “Met een cultuur van waardering en respect. Als directeur toon je vertrouwen.”

Voorbeeldje: Van Ooijen regelde voorheen nog wel eens gastlessen op school. Nu mogen zijn mensen dat zelf doen. “Dat lijkt in eerste instantie een taakverzwaring, maar geeft juist eigenaarschap en werkt zo stimulerend. Er spreekt vertrouwen uit.”

Team is verstandig genoeg

En de vervanging is goed geregeld. “Als ik er niet ben, neemt een teamleider waar. Mensen voelen wat er moet gebeuren.” 

Dat herkent ook Marco de Jong, directeur van CBS Keuchenius en CBS De Hoeksteen in Oud-Beijerland. “Je moet goede afspraken maken en mensen verantwoordelijkheid geven op hun locatie. Mijn rol is vervangbaar: er is óf een adjunct, of een bouwcoördinator of ib’er. En nog belangrijker: het team is verstandig genoeg en voldoende opgeleid om keuzes te kunnen maken. Ze houden elkaar in de gaten.”

Die sfeer: niet ieder voor zijn eigen klas, maar met z’n allen voor de school, zou er trouwens altijd moeten zijn, vindt De Jong. Of je directeur nou één of twee scholen onder zich heeft. 

Meer gezichten

Ook De Jong heeft het over verantwoordelijkheid geven aan mensen. En ze daarop aanspreken, dus niet alles zelf doen als directeur. Want hij herkent de “enorme werkdruk” die elke directeur heeft. 

De Jong kent de voordelen van de meerschools directeur: “Vier jaar geleden was ik directeur op één school mét 50% lesgevende taken. Verdeel die aandacht maar eens! Er bleef geen ruimte meer voor een adjunct. Met een meerschools directeur krijgt de school meer gezichten. En als de directeur vertrekt, dan is de continuïteit geborgd. Dat is een goede ontwikkeling.”

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs