U bent hier

‘Meer zeggenschap voor ouders in het onderwijsbestuur’

Gijsbert Leertouwer promoveerde afgelopen vrijdag aan de VU Amsterdam met zijn promotieonderzoek ‘Democratische legitimiteit in het onderwijsbestuur’ op het onderwerp medezeggenschap en goed bestuur. Uit zijn onderzoek blijkt dat met name de medezeggenschap van ouders in het onderwijs onvoldoende is geregeld. Verus stelde hem vijf vragen over zijn onderzoek en hoe het wél zou kunnen.

Je deed onderzoek naar de rol van ouders in de medezeggenschap in het onderwijs. Waarom is dit onderwerp zo relevant?

‘’Ik loop al een aantal jaren als medewerker mee in de Haagse politiek. Ik heb veel wetgeving en beleid voorbij zien komen over medezeggenschap in het onderwijs. Ook wordt er al decennia lang gesproken over democratisering in het onderwijsbestuur, maar er blijft onvrede. Daarom heb ik dit onderwerp eens bekeken vanuit een politieke bril. Wat bedoelt de wetgever precies met democratisering? Wat zijn fundamentele uitgangspunten in de politieke democratie en hoe kun je die democratie in het onderwijs toepassen? De rol van ouders blijkt hierbij erg belangrijk. Zij horen centraal te staan bij de doorslaggevende besluiten over waar het met de school heen moet..

Mijn onderzoek sluit overigens aan bij wat Verus heeft uitgezet met de publicatie 'Onderzoek alles, behoud het goede’ over de herwaardering van het verenigingsmodel. In dat onderzoek wordt met name ingegaan op de praktijk in een vereniging, terwijl ik me op de bestuurlijke en juridische kant focus.’’

En hoe is de rol van de ouders momenteel?

‘’Ik constateer dat er te weinig recht wordt gedaan aan de verschillende posities binnen de school. De ouders & leerlingen, maar ook het personeel. Ze zijn allebei belangrijk, maar worden bij medezeggenschap op één hoop gegooid. Ouders liften dus mee op het medezeggenschapsmodel van het personeel. Maar op basis van het model waar ik in mijn onderzoek voor kies, en eigenlijk ook op basis van de vrijheid van onderwijs, moeten ouders meer betrokken worden bij wijzigingen in de kleur of richting van een school en ook in de besluitvorming over zaken als het voortbestaan van een school en het benoemen van bestuurders.’’

Komt dit probleem van te weinig betrokkenheid van ouders bij besluitvorming op elke schoolvorm voor?

‘’Nee. Er zijn twee rechtsvormen: de vereniging en de stichting. Het probleem van een democratisch tekort duikt voornamelijk bij de stichtingen op. Zij hebben enkel een bestuur en de medezeggenschap van ouders en hun invloed op het intern toezicht schieten hier tekort om te voldoen aan democratische legitimiteit. Bij een vereniging is er nog een Algemene Ledenvergadering waarbij ouders als leden een stem mogen uitbrengen over de belangrijkste besluiten. Daar is het probleem wel dat niet alle ouders lid zijn.’’

Wat is het nadeel van de huidige medezeggenschap?

‘’Naast tekortschietende bevoegdheden is een probleem dat de medezeggenschap nu maar bestaat uit enkele ouders die namens een veel grotere groep moeten spreken. Behalve beslissingen over bijvoorbeeld de identiteit van de school, is het ook met actuele plannen als het Nationaal Programma Onderwijs belangrijk om ouders te betrekken bij zulke belangrijke keuzes over hoe het geld besteed moet worden. Met de richting die ik in mijn onderzoek schets, kunnen álle ouders een stem krijgen. Je kunt nu eenvoudig digitaal vergaderen om dingen af te stemmen en over bepaalde onderwerpen te stemmen. Ook juridisch zijn die mogelijkheden er. Het is een kwestie van experimenteren. Met digitale mogelijkheden kun je – dankzij de coronacrisis weten we dat beter – nu veel meer. Het is de taak van het bestuur om concreet met goed leesbare voorstellen te komen, waarover je kunt spreken. Je hoeft niet direct het gesprek aan met alle ouders, maar je moet er wel voor zorgen dat iedereen zijn stem kan laten horen.’’

Denk je dat op basis van jouw onderzoek deze kwestie verder wordt aangepakt?

‘’Ik merk al jaren dat democratisering een discussie blijft in het parlement. Er blijft ook ontevredenheid over de medezeggenschap in het onderwijs. Dus wat dat betreft zou het niet vreemd zijn om te kijken of een ander model nodig is. In de Tweede Kamer was dat signaal in 2016 ook breder te horen. Maar je zult wel eerst principiële vragen moeten stellen als: Vind je wenselijk dat ouders niet genoeg aan zet kunnen zijn als het nodig is? Je krijgt als school bekostiging van de overheid, dan moet je daarmee ook het belang van ouders en de kinderen voldoende dienen. Juridisch zou het dan zo moeten worden geregeld dat zij daadwerkelijk aan zet zijn bij de belangrijkste beslissingen. Het is natuurlijk aan de politiek of er de wil is om dit door te zetten.’’

Publicatie

Het onderzoek is als boek te bestellen onder het ISBN: 9789462908925. Over een halfjaar wordt de publicatie ook gratis beschikbaar gesteld via de website van de VU Amsterdam.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs