U bent hier

Meer samenwerking tussen schoolbesturen? Twee bestuurders geven hun visie

De roep om verplichtende vormen van samenwerking in het onderwijs neemt toe. Er wordt in het rapport ‘Samen sterk voor elk kind’ van Merel van Vroonhoven, dat vorige week in de Tweede Kamer werd besproken, geopperd om de samenwerking tussen scholen minder vrijblijvend te maken en zo het lerarentekort aan te pakken. Maar hoe kijken bestuurders aan tegen meer samenwerking? Wij vroegen het aan twee schoolbestuurders.

Hij is niet tegen samenwerking, maar hij ziet dit het liefst bij grote thema’s waarin je als schoolbesturen samen sterk staat. Bestuurder Roelof van den Berg van NoorderBasis in Groningen benadrukt dat er goede initiatieven zijn om als bestuur samen te werken. ''Ik ben voor samenwerking als het iets oplevert in synergie. Zo werd hier regionaal het idee geopperd om samen mannelijke leerkrachten in het onderwijs te promoten. Daar had iedereen hetzelfde belang bij'', vertelt hij.

Belang

''Maar'', benadrukt hij. ''Ik geloof ook in een vorm van marktwerking en concurrentie. Er zijn goede, positieve verschillen tussen scholen. Als je gaat samenwerken, kan dit ook leiden tot een grijze massa i.p.v. de verschillende kleuren en identiteiten die er nu zijn.'' Volgens Van den Berg moet je jezelf altijd de vraag stellen: wat levert deze samenwerking op? In krimpgebieden wordt nu onder meer al samengewerkt door christelijke en openbare besturen. Door de context waarin deze scholen zitten, is de samenwerking vruchtbaar. ''Ze zijn dan allebei te klein en hebben er allebei belang bij om samen te werken. Dan kunnen ze namelijk wel open blijven.''

Voor een bestuur als NoorderBasis, met 33 scholen onder zich, is dit niet aan de orde. ''Politiek gezien vind ik het mooi dat er wordt gepraat over samenwerking, maar ik heb soms wel het gevoel dat het ideologisch is. Dat samenwerking de oplossing voor alles is. Bijvoorbeeld het lerarentekort. Met samenwerking zoek je de rand van het probleem op. Het lerarentekort is een veel groter probleem. De politiek moet kunnen uitleggen waarom verplichtender samenwerking voordelen biedt. Het moet namelijk voor ons 1+1 = 3 zijn. We moeten er voldoende meerwaarde uithalen.''

Kwaliteit

Ook bestuurder Harrie van de Ven van Optimus in Grave, met 31 scholen, benadrukt dat er altijd een meerwaarde moet zijn om samen te werken. ''Je moet je altijd afvragen wat het betekent voor de medewerkers en leerlingen: worden zij er sterker van? Je doelstelling moet altijd het verbeteren van kwaliteit zijn. Bestuurlijke samenwerking is slechts een middel'', vertelt Van de Ven.

Zo doet zijn stichting aan samenwerking in de regio. ''Dit moet je wel strategisch goed afwegen en er kritisch naar kijken. Als je dan niet goed doet, verlies je mogelijk veel energie en middelen.'' Van de Ven benadrukt dat zijn stichting een open en uitreikende houding heeft als het gaat om bestuurlijke samenwerking.

Krimp

De meest vergaande vorm van bestuurlijke samenwerking is een fusie. Zo fuseert per 1 januari 2021 Optimus met de stichting Peelraam. Er was al eerder sprake van intensieve samenwerking tussen de twee besturen en nadat bleek dat het op langere termijn voor één van beide stichtingen moeilijk haalbaar was om alle ballen in de lucht te houden, was een fusie met Optimus de beste optie. ''We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het onderwijs in de regio en zo kunnen we ook  beter omgaan met krimp'', vindt Van de Ven.

Ook werkt zijn stichting onder meer samen met zeven andere besturen in de regio onder de naam Mosagroep. Hierin zijn de personele en financiële administraties van deze besturen ondergebracht. ''Voor financiële en administratieve ondersteuning heb je een bepaald niveau van dienstverlening nodig. Je kunt dit realiseren binnen je eigen organisatie, maar je kunt er ook voor kiezen om er een specialisme van te maken.'' Dat resulteert nu in een personele administratie die op één plek is ingericht.

Regionaal niveau

Verder noemt hij ook het voorbeeld van de handen ineenslaan bij het opleiden in de school. ''Je wil er namelijk ook samen voor zorgen dat je goede leraren voor de toekomst op kunt leiden. Dat je met elkaar zegt: we leiden niet alleen voor onszelf op, maar we doen het voor de regio. Het is een kwestie van krachten bundelen en denken aan het grotere belang.''

Ook wat betreft het lerarentekort vindt Van de Ven dat je als bestuurder niet op stichtingsniveau moet denken. ''Regionalisering is hierbij ook belangrijke factor. Je kunt zelf de indruk hebben dat je als stichting invloed hebt op de kwaliteit van nieuwe leraren. Maar wil je het effectief aanpakken, dan moet je op regionaal niveau denken en samenwerken.''

Verus begeleidt processen waarin wordt gewerkt aan het ontwikkelen van samenwerking tussen twee of meerdere scholen / besturen. Deze samenwerking kan variëren van afstemming en kennisdeling tot meer intensieve samenwerking of (bestuurlijke) fusie. Verus begeleidt het proces en treedt op als ‘kritische vriend’. Ook treedt de procesbegeleider op als materiedeskundige (structuur, cultuur en communicatie) en roept hij of zij waar nodig het advies van gespecialiseerde collega’s in. Bijvoorbeeld van juristen of adviseurs identiteit, financiën, leerling prognoses, inkoop, huisvesting enz. Verus heeft al deze expertises onder één dak. Op deze manier kan Verus haar leden ondersteunen bij samenwerking en fusies, over de gehele breedte van deze vaak complexe trajecten.

Benieuwd wat wij kunnen doen? Bekijk het hier.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs