U bent hier

Medezeggenschap in dienst van de school als gemeenschap

In een recent advies zetten sectorraden, onderwijsbonden en ouderorganisaties 21 punten op een rij die moeten bijdragen aan goede medezeggenschap. Die zijn een goede basis voor professionelere medezeggenschap. We missen echter aandacht voor het besef dat de deelbelangen van leerlingen, ouders, personeel, schoolleiders, bestuurders en toezichthouders uiteindelijk gericht zouden moeten zijn op het belang van de school als gemeenschap.

Alle betrokkenen bij medezeggenschap kunnen zeker hun voordeel doen met het advies. Het schept helderheid in de verwachtingen, rollen, normen, afspraken en gedragingen die bij medezeggenschap horen.


Tegenmacht

Het kader is echter de opvatting van medezeggenschap als tegenmacht, ingegeven door de gevoelde noodzaak om misstanden in onderwijsinstellingen te voorkomen: “zolang de interne informatie-uitwisseling, controle en overleg onvoldoende functioneren, lopen scholen het risico dat misstanden ongezien voortwoekeren.


“Wij zijn er voor onze school”

De 21 punten van het advies zijn opgesteld “met oog voor ieders belangen”. In onze visie zou medezeggenschap moeten uitgaan van de gedachte dat de diverse deelbelangen ondergeschikt zijn aan het gezamenlijke belang van de schoolgemeenschap. Die komt in het advies pas in het 21e punt aan bod: “We zijn er voor onze school”. Maar bij verder lezen blijkt dat punt te zijn bedoeld voor situaties waarin het advies geen richtlijnen biedt.

Uiteraard hoort medezeggenschap thuis in het domein van de formele relaties tussen de school en belanghebbenden, onder wie de ouders. Als de school zichzelf als gemeenschap ziet, zal de nadruk echter niet op die formele relaties liggen, zeker waar het de ouders betreft. Als de school investeert in de informele relaties, zijn ouders niet primair een tegenmacht (via hun vertegenwoordiging in de medezeggenschap), maar vriend en pijler van de school als gemeenschap. Zo’n betrokkenheid gaat verder dan het belang van het eigen kind.


De ouder als vriend

Velen, ook in het onderwijs, merken dat menselijke verhoudingen in de samenleving meer en meer verzakelijken en in protocollen worden vastgelegd. Dat kan helderheid bieden, en het denken over goed bestuur en toezicht wordt er sterk door bepaald. Maar juist omdat scholen mensengemeenschappen zijn waar ieder kind telt, zal de grondtoon menselijker moeten zijn.

Vriendschap zou in onze visie de basis moeten zijn van professioneel handelen en vice versa: ouders ervaren dat zij vrienden en steunpilaren van de school zijn. Het is een vorm van civic friendship, waarin burgers zich persoonlijk engageren. Anders dan private vriendschappen zal het gaan om een zaak die van groter belang is: de school als een waardegemeenschap, een levende gemeenschap waarin jongeren opgroeien als mens en als burger.


Verder praten

Wilt u over dit onderwerp verder spreken? Neem contact op met adviseur Guido de Bruin, gdebruin@verus.nl, 0348 74 44 13.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs