U bent hier

Leerlingpopulatie speciaal onderwijs verandert door passend onderwijs

Passend onderwijs verandert de populatie op de school voor speciaal onderwijs, ziet Nathalie Schotanus. De directeur van de Roermondse Herman Broerenschool (voor ZML leerlingen) merkt ook dat binnen sommige samenwerkingsverbanden met een negatieve verevening, het financiële plaatje zwaarder weegt dan de inhoud. Oftewel: het belang van een leerling staat niet altijd voorop en dat betreurt Schotanus. 

“Speciaal onderwijs ís passend onderwijs. Dus voor ons is het niets nieuws, maar voor veel reguliere scholen wel”, realiseert Schotanus zich. Ze ziet vele goede kanten aan passend onderwijs: “Scholen worden ‘gedwongen’ kritisch te kijken naar hun eigen handelen en naar hun interne zorgstructuur. 

Een leerling met een beperking hoeft niet per definitie lastig te zijn, alle leerlingen hebben talenten en door passend onderwijs wordt er meer gekeken naar wat wel kan, in plaats van wat niet kan. Dit vind ik echt een heel goede zaak. We moeten hier overigens niet in doorslaan: regulier onderwijs heeft zijn grenzen en deze moeten met name de samenwerkingsverbanden respecteren.”

Het gaat soms teveel over de centen, dat is jammer

Want de directeur ziet zich genoodzaakt geregeld in overleggen met de samenwerkingsverbanden het signaal te geven dat de onderwijsbehoefte van een leerling altijd leidend moet zijn. 
“Passend onderwijs is niet ontstaan vanuit inhoud, maar vanuit bezuinigingen. En dat merken we helaas op de werkvloer. Natuurlijk moeten we heel kritisch blijven kijken of een leerling naar het speciaal onderwijs moet of dat hij met extra ondersteuning op een reguliere school kan blijven. We doen het goed wanneer een leerling op de meest passende onderwijsplek zit.” 

Veranderde leerlingpopulatie binnen het ZML onderwijs

Het speciaal onderwijs zou moeten slinken door passend onderwijs. Maar de Herman Broerenschool is de afgelopen drie jaar juist gegroeid. 

Schotanus ervaart binnen haar school een toename van ZMOLK-ers. Dit zijn leerlingen die voorheen naar het ZMOK (zeer moeilijk opvoedbare kinderen) onderwijs gingen, maar nu ook naar het ZMLK (zeer moeilijk lerende kinderen) onderwijs gaan. Het zijn leerlingen die het vaak door hun gedragsproblemen op zowel sociaal-emotioneel als cognitief gebied niet redden op een reguliere- of ZMOK school. 

Dit type leerling vraagt een andere denk- en werkwijze van professionals binnen de Herman Broerenschool. Die besteedt dan ook veel tijd en aandacht aan professionalisering, waarvoor onder andere collega’s van het ZMOK-onderwijs worden ingezet middels intervisie en kortdurende AB-trajecten. 

Naast een toename van ZMOLK-ers binnen de Herman Broerenschool, ziet Schotanus ook een toename in leerlingen met psychiatrische problematiek. Hiervoor is een hele intensieve samenwerking met ‘zorg’ nodig. En ondanks alle goede intenties van zowel onderwijs als zorg, zou de samenwerking beter kunnen. 

“Als er leerlingen zijn die wij niet altijd een passende onderwijsplek kunnen bieden, dan zijn zij het. Niet omdat we niet willen, maar soms vragen deze leerlingen zeer intensieve, of zelfs één op één begeleiding, die wij helaas niet kunnen bieden. Meestal gaan ze uiteindelijk fulltime naar een behandelsetting, omdat onderwijs voorlopig niet haalbaar is.”

“De veranderde leerlingpopulatie brengt soms onrust met zich mee, daar ben ik heel eerlijk in, maar het is onze plicht om al onze leerlingen uiteindelijk een passend onderwijs aanbod te bieden, dit geldt voor de Herman Broerenschool, maar ook voor alle andere scholen. En geloof me, dit is niet altijd eenvoudig.”

Te laat doorverwijzen 

Regulier onderwijs is bezig met een enorme professionalisering, ziet Schotanus, met als doel om meer leerlingen een passende onderwijsplek aan te bieden binnen hun scholen. Leerlingen die voorheen vrij snel naar het speciaal onderwijs werden verwezen, blijven nu langer binnen het reguliere onderwijs. Schotanus vindt dit een goede ontwikkeling. 

Maar helaas laat de praktijk ook zien dat leerlingen nu wel eens te laat worden doorverwezen naar het speciaal onderwijs, met alle gevolgen van dien. “Hier moeten we alert op zijn”, zegt Schotanus. En dan bedoelt ze: alle samenwerkingsverbanden. Een leerling die al drie jaar cognitief en sociaal-emotioneel stilstaat omdat hij te lang binnen het regulier onderwijs is gebleven, is geen goede zaak. 

“Dit betekent overigens niet dat een leerling direct naar een speciaal onderwijs moet. Het betekent wel dat speciaal onderwijs veel eerder betrokken moet worden bij dit soort casussen. Niet alleen om te adviseren, maar ook om een mogelijke overstap goed te begeleiden. Want het is niet alleen de leerling die van school verandert, maar ook de ouders.”

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs