U bent hier

Leerlingen vmbo en havo onder gewenste niveau rekenen en spellen

Veel leerlingen in het vmbo en de havo blijven met rekenen en spellen onder het niveau dat door de commissie Meijerink, de expertgroep doorlopende leerlijnen, als gewenst wordt beschouwd. Dat blijkt uit de resultaten van de Toets Rekenen en Spellen in het voortgezet onderwijs van het Cito. Ruim vijftienduizend leerlingen van bijna honderd vo-scholen hebben in januari aan die toets meegedaan.

Veel leerlingen in het vmbo en de havo blijven met rekenen en spellen onder het niveau dat door de commissie Meijerink, de expertgroep doorlopende leerlijnen, als gewenst wordt beschouwd. Dat blijkt uit de resultaten van de Toets Rekenen en Spellen in het voortgezet onderwijs van het Cito. Ruim vijftienduizend leerlingen van bijna honderd vo-scholen hebben in januari aan die toets meegedaan.

De commissie Meijerink heeft begin dit jaar een rapport gepubliceerd over het niveau van het reken- en taalonderwijs in het basis- en voortgezet onderwijs en het mbo. Aanleiding voor het onderzoek was dat een toenemend aantal leerlingen moeite heeft met rekenen en taal. De commissie heeft voorstellen gedaan om het taal- en rekenonderwijs te verstevigen en heeft ook aangegeven wat de te bereiken referentieniveaus zouden moeten zijn.

Uit de toets van het Cito komt naar voren dat als het over de gemiddelde scores van rekenen gaat in de vierde klas van het vmbo, de leerlingen met een basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg ver onder het referentieniveau van de commissie Meijerink blijven. Volgens de Cito-onderzoekers is dat zorgelijk omdat de commissie Meijerink dit niveau bestempelt als een minimaal niveau om maatschappelijk te functioneren.

De Cito-onderzoekers hebben verder de pabo-norm voor rekenen (die een stuk hoger ligt) specifiek toegepast op de leerlingen in de vierde klas van de havo. Daaruit blijkt dat de gemiddelde havo-leerling dit niveau niet haalt. Havisten zijn de grootste groep instromers op de pabo.

Wat het spellen betreft halen in de vierde klas van het vmbo geen leerlingen het referentieniveau van de commissie Meijerink, en de gemiddelde havo-leerling haalt het slechts ternauwernood. Ook voor dit referentieniveau geldt dat het wordt aangemerkt als minimaal nodig om maatschappelijk te kunnen functioneren.   De onderzoekers hebben de prestaties van de leerlingen in de toets ook vergeleken met de prestaties van de leerlingen in groep 8 van de basisschool. Ook daaruit komt naar voren dat een aanzienlijke hoeveelheid leerlingen lager scoort dan op grond van de leerweg of schooltype verwacht zou mogen worden.

Niet representatief Een woordvoerder van Cito wijst er overigens op dat de resultaten van de toets niet representatief zijn en niet zonder meer landelijk vertaald kunnen worden naar de situatie van het gehele voortgezet onderwijs. Scholen hebben zich zelf voor deze toets gemeld. Met de uitkomsten kunnen ze nagaan wat het niveau is van hun leerlingen op het gebied van basisvaardigheden.

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs