U bent hier

Ledenpeiling: Verusleden overwegend positief over coalitieakkoord, maar plaatsen wel kanttekeningen bij de plannen

Leden van Verus zijn overwegend positief over de onderwijsplannen van het nieuwe kabinet. Een belangrijke kanttekening daarbij is dat de plannen, zoals beschreven in het vorige week gepresenteerde coalitieakkoord, vooral op hoofdlijnen zijn. Uiteindelijk gaat het erom hoe de plannen door het komende kabinet worden uitgewerkt. Dit kan de stemming nog doen omslaan. Het onderwijsveld wil graag betrokken worden bij de verdere uitwerking. Ondanks waardering voor de individuele plannen, zijn veel bestuurders en schoolleiders kritisch over het gebrek aan vertrouwen vanuit de politiek dat zij ervaren. Dit alles blijkt uit de ledenpeiling die Verus de afgelopen week hield.

Op woensdag 15 december werd dan eindelijk het Coalitieakkoord van VVD, D66, CDA en ChristenUnie, Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst, gepresenteerd. Het akkoord bevat zoals gebruikelijk een onderwijsparagraaf. Bij de presentatie bleek al dat veel voorgenomen onderwijsmaatregelen nog op hoofdlijnen zijn. Uitwerking wordt overgelaten aan het komende kabinet. Toch was Verus benieuwd naar wat zijn leden van de onderwijsplannen vinden. We hebben daarom een korte enquête verstuurd naar al onze leden in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs, zowel bestuurders als schoolleiders. Tot afgelopen maandag hadden een kleine 200 personen de enquête ingevuld. In de enquête werden 22 maatregelen groepsgewijs aan de respondenten met het verzoek om aan te geven in hoeverre men het met de maatregelen eens was.

De vijf maatregelen die op de meeste waardering kunnen rekenen (meer dan 85% van de respondenten is het er (helemaal) mee eens) zijn de volgende:

  • Iedereen krijgt gelijke kansen bij aanmelding, onafhankelijk van sociaaleconomische en culturele achtergrond.
  • Het praktijkonderwijs wordt beschouwd als volwaardige onderwijssoort en er wordt toegewerkt naar rechtstreekse financiering.
  • Er komt een verbod op het gebruik van lesmaterialen die kinderen anti-democratische of anti-rechtsstatelijke waarden aanleren.
  • Met het oog op maximale kansen worden doorstroom en differentiatie bevorderd.
  • De relatie tussen opvang en onderwijs wordt versterkt.

De vijf maatregelen die op relatief de minste waardering kunnen rekenen (23% tot 47% van de respondenten is het er (helemaal) mee oneens zijn de volgende:

  • De inspectie krijgt de taak in te gaan op individuele klachten met betrekking tot sociale veiligheid en doet aangifte indien nodig.
  • Burgerschap wordt een integraal onderdeel van het onderwijs en wordt gegeven door daartoe bevoegde docenten.
  • De arbeidsvoorwaarden voor schoolleiders en leraren op scholen met veel leerachterstanden worden verbeterd.
  • Investeringen in het onderwijs gaan zoveel mogelijk rechtstreeks naar de klas, volgens de systematiek van de werkdrukmiddelen.
  • De betrokkenheid en inspraak van ouders en leerlingen wordt versterkt.

Er is geen enkele maatregel waar een meerderheid van de respondenten (helemaal) mee oneens is. Bij deze scores moet worden opgemerkt dat de meeste maatregelen plannen op hoofdlijnen betreffen, waarbij de uiteindelijke waardering zal afhangen van hoe de maatregelen worden uitgewerkt. Verus zal dat van een aantal maatregelen op de voet volgen.

Toelichtingen

Respondenten konden, als zij daar de tijd voor wilden nemen, een toelichting geven op hun antwoorden. Van die mogelijkheid maakten lang niet alle respondenten gebruik. De toelichtingen die wel zijn gegeven hebben over het algemeen een kritische toon en zijn divers. Duidelijk vaker wordt een opmerking gemaakt over de maatregel over burgerschap. Volgens de betreffende respondenten is burgerschapsonderwijs niet iets voor een aparte, speciaal bevoegde docent, maar onderdeel van het werk van alle leraren. Relatief veel wordt ook kritisch gereageerd op de maatregelen die een versterking beogen van de inspraak van ouders en leraren. De betreffende respondenten geven aan dat de inspraak op dit moment voldoende is geborgd en dat er een risico bestaat op een mismatch tussen de verantwoordelijkheid van bestuurders en hun zeggenschap. Een derde thema dat relatief vaker wordt benoemd is het gebrek aan vertrouwen vanuit de politiek dat respondenten voelen bij verschillende maatregelen.

In de aanloop naar de verkiezingen van 17 maart jl. hield Verus ook een ledenpeiling. Daaruit bleek dat de respondenten het belangrijk vonden dat het kabinet het onderwijs vertrouwen schenkt en een lange termijn onderwijsvisie heeft. In de ledenpeiling over het coalitieakkoord hebben we daarom gevraagd of de respondenten vinden dat uit het coalitieakkoord vertrouwen en een lange termijn onderwijsvisie blijken. “Nee”, zegt een meerderheid van de respondenten die op basis van het coalitieakkoord deze vraag meent te kunnen beantwoorden (60%). 40% vindt dat het akkoord te weinig informatie bevat om goed te kunnen reageren.

Iets meer dan de helft van de respondenten geeft aan het eind van de peiling het kabinet een korte boodschap mee. De boodschap die er het meest uitspringt ligt in lijn van de rest van de uitslag van de peiling: “Heb vertrouwen in het onderwijs”. Andere vaker genoteerde boodschappen hebben onder meer betrekking op onvoldoende aandacht in het coalitieakkoord voor het lerarentekort en onderwijshuisvesting.

Download hier de volledige analyse van de ledenpeiling

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs