U bent hier

"Laat politiek zien waarin christelijk onderwijs het verschil maakt"

Tweede Kamerlid Jan Jacob van Dijk (CDA) roept christelijke onderwijsinstellingen op hem met voorbeelden te laten zien waarin christelijk onderwijs het verschil maakt. Die helpen hem in het politieke debat met tegenstanders van 'artikel 23'. Hij deed zijn oproep 10 december 2009 tijdens een symposium ter gelegenheid van het afscheid van bestuur en ledenraad van de Besturenraad.

Tweede Kamerlid Jan Jacob van Dijk (CDA) roept christelijke onderwijsinstellingen op hem met voorbeelden te laten zien waarin christelijk onderwijs het verschil maakt. Die helpen hem in het politieke debat met tegenstanders van 'artikel 23'. Hij deed zijn oproep 10 december 2009 tijdens een symposium ter gelegenheid van het afscheid van bestuur en ledenraad van de Besturenraad.

De verlegenheid voorbij Artikel 23 van de Grondwet is behalve een recht ook een "zware verantwoordelijkheid om te laten zien dat het christelijk onderwijs het verschil maakt", zei Van Dijk. Zonder zich in het defensief te laten drukken, moeten christelijke onderwijsinstellingen hun verlegenheid daarover volgens hem laten varen.

Van Dijk ziet een belangrijke rol weggelegd voor een organisatie als de Besturenraad, vooral als deelnemer aan het maatschappelijk debat over "identiteitsthema's" als segregatie en 'artikel 23'. Ook riep hij de Besturenraad op de vier werkgroepen die zich in het kader van de heroverweging van de rijksfinanciën met onderwijs bezighouden, te voeden met "creatieve en innovatieve ideeën". "Nu is het daarover oorverdovend stil in onderwijsland."

Gewetensvragen Ook scheidend voorzitter Marianne Luyer riep christelijke onderwijsinstellingen op "een einde te maken aan de verlegenheid in onze sector". Ze pleitte voor meer ondernemend gedrag om het initiatief in het maatschappelijk debat te grijpen. "Ik wil u oproepen nu in het politieke domein te stappen en te zorgen dat u gehoord wordt met een inspirerend en gezaghebbend verhaal dat de mensen raakt."

Het vergt volgens haar moed van christelijke onderwijsinstellingen om zich "gewetensvragen" rond hun legitimiteit te stellen: worden we gemist als we er niet zouden zijn, zijn we gericht op onze opdracht of op het voortbestaan van onze organisatie, denken we vanuit de vraag vanuit de samenleving of vanuit een eigen waarheid?

Toekomst voor christelijk onderwijs Secretaris-generaal Koos van der Steenhoven van het ministerie van OCW ziet ook een leidende rol weggelegd voor de Besturenraad in het debat over de vrijheid van onderwijs. "Het in alle opzichten waarborgen van de vrijheid van richting en inrichting heeft ook nadelen", zei hij. "Het biedt ruimte voor de ontwikkeling van sektarische onderwijsvormen. In dat debat hoor ik het christelijk onderwijs te weinig."

In tegenstelling tot eerdere verwachtingen zal de verzuiling in het onderwijs volgens hem doorzetten, zij het vaak in de vorm van "interreligieuze verzuiling". Christelijke onderwijsinstellingen zullen zich steeds vaker ontwikkelen tot interculturele en interreligieuze gemeenschappen, verwacht hij.

Hij adviseert hen onderwijs te geven vanuit "een interreligieus palet, maar de christelijke achtergrond daarin flink te presenteren". Onderwijs vanuit een christelijk mens- en wereldbeeld ("niemand leeft op en voor zichzelf") heeft toekomst, voorspelde Van der Steenhoven.

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs