U bent hier

"Laat leerlingen zelf bepalen of ze overgaan of niet"

De leerlingen uit het voortgezet onderwijs zitten sinds anderhalve week weer in de schoolbanken. Met de zomervakantie in het verschiet rijst daarmee de vraag: hoe om te gaan met de overgangsrapporten? “Laat leerlingen zelf maar bepalen of ze wel of niet overgaan,” zeggen de Nieuwste School in Tilburg én het Farel College in Amersfoort.   

In de tweede week van de herstart draaien ze op het Altena College in Sleeuwijk weer de ‘normale’ roosters voor alle vakken. Dat betekent ook dat er straks aan het eind van het schooljaar nog een toetsweek komt; de eerste na de lockdown, zegt schoolleider Gijsbert van der Beek. “We zullen niet alles toetsen van de afgelopen periode, dat zou te veel zijn. Maar alle docenten zullen een keuze maken uit de onderwerpen die zij belangrijk vinden. Op die manier blijft het behapbaar voor leerlingen.” 

Hij verwacht dat er straks iets meer leerlingen zullen overgaan dan normaal. “We hebben afgesproken dat we soepel met de regels omgaan. Een leerling die net niet aan de norm voldoet, zullen we nu niet laten zitten, dat zou zuur zijn. We willen leerlingen niet afrekenen op de lockdown. Maar als iemand ver afwijkt, is het een andere zaak. Dat zou ook niet opschieten voor een leerling.”

De leerling bepaalt

Ook met de eindexamens is het zo verlopen en hebben leerlingen eerder voordeel dan nadeel, zegt de schoolleider. “We hebben dit jaar een slagingspercentage van honderd procent voor zowel de mavo, havo als vwo. In voorgaand jaren lag dat getal tussen de 96 en 98 procent.” De verklaring is simpel volgens hem: “De cijfers voor de schoolexamens liggen over het algemeen altijd net iets hoger dan voor het centraal examen dat dit jaar niet doorging. En omdat alleen dat eerste cijfer nu telt, geeft dat automatisch een hoger aantal geslaagden. Wat daarbij ook helpt, is dat er meer herkansingsmogelijkheden zijn.”  
Hoe De Nieuwste school in Tilburg omgaat met de rapporten? Daar krijgen de havo en vwo-leerlingen een schooladvies, maar zij en de ouders mogen dat naast zich neerleggen, zegt mentor Camiel Kamerling. “Mochten ze er andere ideeën over hebben, dan gaan we daarover in gesprek. Laat een leerling maar met een goed plan komen, waarin hij bijvoorbeeld uitlegt hoe hij het cijfer van een vak wil repareren of waarom een onvoldoende voor dat ene vak niet zwaarwegend zou moeten zijn. Wij staan daar voor open.” 

Sowieso veel geleerd

De verantwoordelijkheid die leerlingen daarmee krijgen voor hun eigen leerproces is heel belangrijk, zegt hij. “Maar past ook goed bij deze periode waarin ze sowieso veel geleerd hebben, juist ook met betrekking tot zaken die uiteindelijk niet te meten zijn, zoals aanpassings- en incasseringsvermogen en communicatieskills.” Is hij niet bang dat leerlingen soms te rooskleurig over hun eigen prestaties denken? “Dat risico zit er zeker in, maar het voordeel is dan wel dat ik hen als mentor goed ken en dat we echt het gesprek kunnen aangaan. Ik heb er vertrouwen in dat we daar dan wel uitkomen.”

Bij het Farel College in Amersfoort heeft de leerling ook een grote stem in wel of niet overgaan, zegt rector Thijs-Jan van der Leij. “Leerlingen krijgen geen rapport aan het eind van het jaar. In plaats daarvan is het portfolio bepalend, hebben we besloten. Dat in combinatie met het reflectiegesprek met de mentor en ouders.” Het portfolio bevat alles wat een leerling in een schooljaar heeft gedaan en geleerd, legt hij uit. “In een reflectiegesprek vertelt hij vervolgens wat hij heeft bereikt, wat beter moet en wat beter kan.” Dat is een minder eendimensionale en constructievere aanpak dan slechts normatief meten met cijfers, meent hij. “Neem een vak als Engels. Stel een leerling is goed in tekst verklaren, maar zijn uitspraak is minder, daar moet hij dan nog op oefenen.” 

Vooral lastig voor de docent

Op deze manier krijgt de leerling eigen verantwoordelijkheid over zijn eigen leerproces. Dat proces was al aan de gang op het Farel College, maar is nu versneld door de lockdown, aldus de rector. “Die heeft dus ook hele mooie dingen voortgebracht in onze ogen. Er blijkt ineens veel meer te kunnen dan we dachten.  Noem het een voortschrijdend inzicht.” 
De insteek waarbij cijfers en het meten niet meer zo centraal staan, is overigens vooral wennen voor de leraar, zegt hij. ‘Niet elke docent vindt het prettig om op deze manier te werken. Het is voor hen lastig, omdat ze er het gevoel bij krijgen dat hun expertise minder meetelt. Het maakt hen onzeker en dat kan spannend zijn.”
 

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs