U bent hier

Komt de BTW-verhoging voor uw rekening?

Op 1 oktober 2012 wordt het algemene BTW-tarief van 19% verhoogd naar 21%. De verhoging van dit tarief kan gevolgen voor u hebben.

De verhoging van het BTW-tarief volgt uit de Wet uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord 2013, welke wet op 17 juli jl. werd gepubliceerd in het Staatsblad.

Voor wiens rekening
De verhoging van dit tarief kan voor u gevolgen hebben. U hebt bijvoorbeeld van het college van B&W een bouwbudget inclusief BTW toegezegd gekregen waarin uit is gegaan van 19% BTW, terwijl de aannemer/opdrachtnemer zijn facturen na 1 oktober verhoogt met 21% BTW. (Het tijdstip van de levering of de dienst is bepalend voor het BTW-tarief dat van toepassing is.)

Het is de vraag voor wiens rekening het hogere belastingtarief komt. Denkbaar zijn de volgende mogelijkheden: de aannemer/opdrachtnemer, de gemeente of het schoolbestuur. Soms is het de aannemer/opdrachtnemer die het verlies zal moeten nemen. Dit zal moeten blijken uit de afspraken die met hem zijn gemaakt. Wanneer er duidelijke afspraken in de (aannemings)overeenkomst zijn gemaakt, zal niet ter discussie staan voor wiens rekening de wijziging in het omzetbelastingtarief is.

Overeenkomst
Vaak wordt er in de (aannemings)overeenkomst geen expliciete regeling getroffen over hoe om te gaan met een eventuele verhoging van het omzetbelastingtarief. Is een aanneemsom inclusief BTW afgesproken, zonder vermelding van het tarief, dan komt de verhoging in principe voor rekening van de aannemer/opdrachtnemer. Indien de aanneemsom exclusief BTW is afgesproken, dan is het waarschijnlijk dat het risico voor rekening van het schoolbestuur komt.

Voor rekening van de gemeente
Is vastgesteld dat het risico van de verhoging niet voor de aannemer/opdrachtnemer is, dan zal het schoolbestuur de gemeente moeten vragen het budget aan te passen. Noch in de wet noch in de huisvestingverordening wordt expliciet aandacht aan dit probleem besteed. Toch zijn er argumenten voor het standpunt dat de gemeente de BTW-verhoging voor haar rekening neemt, aan te dragen:

  1. Schoolbesturen zijn voor de bekostiging van de huisvesting afhankelijk van de door de gemeenten toe te kennen budgetten;
  2. Het betreft hier een verhoging van de kosten van het uitvoeren van een huisvestingsvoorziening waarvan het college van B&W de uitvoering noodzakelijk heeft gevonden en die daarom op het programma van huisvestingsvoorzieningen is geplaatst;
  3. De verhoging van de kosten valt niet aan de schoolbesturen te wijten;
  4. De wet en regelgeving op het gebied van onderwijshuisvesting gaan uit van het principe dat de voorzieningen die voor bekostiging in aanmerking komen geheel door de gemeenten worden betaald;
  5. Het is de schoolbesturen niet toegestaan onderwijsgeld in de huisvesting te steken;
  6. De gedachte achter artikel 40 van de (model)verordening voorzieningen huisvesting onderwijs is dat prijsstijgingen (vanwege inflatie) na het vaststellen van het besteedbare budget die niet te wijten zijn aan het schoolbestuur voor rekening moeten komen van de gemeente. De gemeente past daarom een indexering van het budget toe die voor haar rekening komt. De BTW-verhoging is een vergelijkbare kostenverhoging die daarom evenzeer voor rekening van de gemeente zou moeten komen.

Vragen?

Met vragen kunt u terecht bij onze juridische helpdesk.

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs