U bent hier

Kleinere mbo-school geeft studenten wat te kiezen

De afgelopen jaren zijn een paar grote ROC’s negatief in het nieuws gekomen. Op dit moment buigt de politiek zich over ROC Leiden, dat zucht onder financiële problemen en de last van dure, nieuwe panden. Hoe kijkt een kleinere mbo-school hier tegenaan? Wat doet deze school anders en hoe handhaaft een kleiner mbo zich naast een groot ROC in dezelfde stad? We bellen met bestuurder Margreet Rookmaker van MBO Utrecht.

MBO Utrecht heeft 4800 studenten en een beperkt aantal sectoren in huis. ‘‘Wij vinden dit een heel mooi formaat’’, zegt bestuurder Margreet Rookmaker, ‘‘en we hebben inmiddels laten zien dat we gezond en sterk in het onderwijs staan.’’

Geleerde lessen

MBO Utrecht is een van de vijf scholen die voortkwamen uit Amarantis. Dit grote ROC ging ten onder aan de eigen groei. De focus lag daar teveel op expansie en te weinig op het geven van goed onderwijs. Als Rookmaker, in januari aangetreden als voorzitter van het College van Bestuur bij MBO Utrecht, vertelt over de werkwijze van haar school, klinken daar de geleerde lessen in door. ‘‘Groei is niet per se de weg naar goede resultaten. We moeten sturen op de inhoud en de kwaliteit daarvan. Bij MBO Utrecht gaat het onderwijsgeld zo veel mogelijk naar het onderwijs. We hebben een heel platte structuur, met een tweehoofdig College van Bestuur en daaronder één laag managers. Zij hebben ook een beleidsvoorbereidende rol. Het onderwijs staat hier echt centraal.’’

Identiteit

De bestuurder verwijst voor de kern van MBO Utrecht naar een andere fase in de geschiedenis van haar school, de periode voordat in Nederland de grote ROC’s werden gevormd. ‘‘Wij komen voort uit drie grote, degelijke, christelijke mbo-instellingen. Die scholen waren gericht op doorstroom naar niveau 3 en 4 en zo mogelijk naar het hbo. De identiteit werd daar actief beleefd. Datzelfde geldt voor onze huidige, interconfessionele school. De leerlingen leren om elkaar te respecteren. Het persoonlijke telt bij ons en we streven naar excellentie. Op elk niveau; iemand die van een vijf naar een zes gaat is ook excellent bezig. We stimuleren leerlingen om niet alleen te gaan voor hun eigen succes, maar ook mede-leerlingen te helpen om tot een hoger niveau te komen.’’

Doorstroomschool

Rookmaker noemt haar school een ‘echte doorstroomschool’. ‘‘Ruim tweederde van onze studenten stroomt door naar het hbo. Dat is ver boven het landelijk gemiddelde van ruim 50 procent. Wij letten erop dat studenten het maximale uit zichzelf halen.’’

“MBO Utrecht stuurt op kwaliteit ondersteund door identiteit”, zegt Rookmaker. Hoe doe je dat? ‘‘Wij hebben deze en andere speerpunten ondergebracht bij onze opleidingsmanagers, die voor een of meerdere speerpunten een regisseursrol hebben. De managers sturen zelf op goed beleid. In besprekingen met het CvB komen die onderwerpen natuurlijk ook op tafel.’’

Een keuze bieden

Volgens Rookmaker is maatvoering van MBO-instellingen niet het meest wezenlijke. ‘‘Wij vinden het belangrijk dat studenten binnen hun regio wat te kiezen hebben. Niet elke student heeft dezelfde leerstijl. Ik denk dat met het sturen op grootschaligheid het mbo in het verleden te eenvormig is geworden.’’ Ze tekent daarbij aan dat een opleiding wel voldoende schaalgrootte moet hebben; het werken met te kleine klassen is weinig inspirerend voor de studenten en docenten en bovendien te duur.

Wat onderscheidt MBO Utrecht van de grotere instelling ROC Midden Nederland? Rookmaker: ‘‘Wij hebben een ander onderwijsmodel. We kunnen door onze beperktere omvang meer differentiëren en onze studenten voelen zich gezien. Daar profiteren alle studenten van, degenen die het moeilijk hebben maar ook degenen die juist goed kunnen leren.’’ 

 

MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs