U bent hier

Kleine scholen blij met ‘cadeautje van Slob’ maar dit reddingsvest houdt ze niet drijvende

Ze zijn allemaal blij met wat extra geld, de bestuurders en directeuren die wij belden om te vragen wat zij gaan doen met de verhoging van de kleinescholentoeslag. Maar ze waarschuwen ook: “Denk niet dat we met deze euro’s erbij kleine in scholen in stand kunnen en willen houden.”

Onderwijsminister Slob kondigde dinsdag een structurele verhoging van de kleinescholentoeslag aan van € 20 miljoen. “Voor het kabinet is het belangrijk dat kinderen vlakbij hun huis naar school kunnen gaan en dat ouders kunnen blijven kiezen voor een school die past bij hun geloofs- of levensovertuiging. Met de verhoging van de kleinescholentoeslag krijgen kleine scholen extra armslag om goed onderwijs te blijven verzorgen”, zo schrijft Slob de Tweede Kamer.

 

Kan en wíl je het ook?

Peter Lemmens, bestuurder van Kindante met 38 scholen in Limburg, kreeg een wat dubbel gevoel toen hij het nieuws over de kleinescholentoeslag las. “Aan de ene kant is het mooi dat het Ministerie ziet dat het primair onderwijs onvoldoende gefinancierd wordt”, zegt hij. “Maar we kunnen hier ook last van hebben, want nu ontstaat het beeld dat we met deze euro’s erbij kleine scholen in stand kunnen houden. En de vraag is ook: wíl je kleine scholen in stand houden?” 

Met vijf van zijn scholen is hij ‘nadrukkelijk in gesprek over de toekomst en levensvatbaarheid’. Lemmens maakt zich niet alleen zorgen over de onderwijskwaliteit, hij vraagt zich ook af of hij als werkgever wel kan vragen dat vier mensen een hele school draaiende houden. “Op het moment dat het leerlingenaantal rond de 100 komt, gaat er bij ons een belletje rinkelen.”

Intussen pompt hij heel wat eigen geld in de kleine scholen. “Even voor de beeldvorming: een kleine school krijgt per leerling meer financiering dan een sbo-school.” En hij is echt geen tegenstander van kleine scholen, benadrukt Lemmens, maar of een school in stand moet worden gehouden, is maatwerk. En voor de leefbaarheid van het dorp alleen, doet hij het niet. “Wij zijn er als scholen niet om een kern overeind te houden. De supermarkt verdwijnt omdat die te duur is. Hetzelfde geldt voor scholen.”

School voor de leefbaarheid

Lidy Tuin denkt daar heel anders over. Zij is directeur van De Wegwijzer in Schuinesloot, een eenpitter met 90 leerlingen en de enige school in het dorp. “De vorige staatssecretaris zei dat de leefbaarheid van een dorp niet te maken heeft met de aanwezigheid van een school, maar daar is niets van waar: als de faciliteiten steeds minder worden, snap ik dat ouders vertrekken. Ik vind het fijn dat nu beseft wordt dat scholen echt iets betekenen voor de leefbaarheid.”

Het extra geld wil de directeur gebruiken voor handen in de klas. “Wij zitten met combinatieklassen, het zou leuk zijn als we eens een groep uit elkaar kunnen halen, met name in de onderbouw.” 

Ze wil wel graag zekerheid over het structurele karakter van het geld. “Ik ben altijd bang dat ministers een politiek spelletje spelen: paaien met leuke cadeautjes en daarna zwakt de aandacht weer af. Maar ik was nu echt positief verrast.”

Kleine scholen zijn duur

Bestuurder René Tromp van GPO-WN, met 25 scholen verspreid over het land, was blij met het nieuws en met deze nieuwe onderwijsminister die een duidelijk andere koers vaart.Meer geld is mooi, maar Tromp zet wel vraagtekens bij de lange termijn. Zo’n vijf van zijn scholen zijn klein. Scholen die nu (vanuit het solidariteitsbeginsel) extra geld vanuit het bestuur krijgen. Die scholen krijgen overigens al kleinescholentoeslag, maar hij ziet dat ze daar nauwelijks mee uitkomen. “Extra toeslag is dus positief, om minimaal vier groepen te kunnen vormen.”

Tegelijkertijd, zegt de bestuurder, speelt bij zijn organisatie de discussie over wat de ondergrens is. “Voor ons ligt die ergens rond de 80 leerlingen. Want ik ben ook maatschappelijk verantwoordelijk: je kunt een kleine school wel openhouden door allerlei onderwijskundige modellen in te voeren, maar het is voor ons lastig werken met maar drie groepen. En de kostprijs van zo’n school moet ik wel kunnen verantwoorden. Je werkt met gemeenschapsgeld.”

Beleidswijziging 

Tromp ziet in het cadeautje van Slob een duidelijke beleidswijziging ten opzichte van het vorige kabinet. En dat vindt ook Henk Martens van De Hoekstee in Beerzerveld (60 leerlingen). “Drie, vier jaar geleden was er veel onrust omdat vanuit Den Haag het geluid kwam dat kleine scholen zouden moeten sluiten. Daarover kregen we veel vragen van leerkrachten en ouders. Nu zie ik een positievere beweging. Ik heb bij Arie Slob een veel positiever gevoel dan bij onze vorige staatssecretaris. Hoewel ik mij er wel over verbaas dat er nog geen enkele beweging in de salarissen zit.”

Het extra geld? Dat steekt Martens natuurlijk in de klassen. Hij heeft al extra handen in de klas en hoopt dat te kunnen continueren met de extra middelen. 

afbeelding: Pixabay

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs