U bent hier

Kennisalliantie: “Kanteling doorzetten en niet terugvallen in het oude”

Het is pril post-corona. De deelnemers aan het gesprek van de Kennisalliantie ‘Goed Onderwijs VO’ komen één voor één binnen in het Witte Kerkje in Huis ter Heide. Er wordt wat ongemakkelijk gezocht naar een tafelschikking die enerzijds rekening houdt met de noodzakelijke 1,5 meter afstand, en anderzijds recht doet aan de intimiteit die het gesprek vraagt. 

Een generatief gesprek over de toekomst, ingezet met een vers van Jesaja: “De toekomst is al begonnen, merk je het niet?” De deelnemers aan het gesprek komen van het Farel college in Amersfoort, het Bindelmeer college uit Amsterdam en het KSE in Etten-Leur. De toekomst is met de coronacrisis in een stroomversnelling terechtgekomen. Met de versoepeling van de maatregelen, is er een spanning ontstaan tussen het ‘reeds’ en ‘nog niet’, tussen terug naar het oude, of vol gaan voor het nieuwe.

Wat is belangrijk?

De laatste maanden zijn heel intensief geweest voor de aanwezigen. Tijd om uit te zoomen was er niet of weinig. Er werden beslissingen genomen, snelle veranderingen doorgevoerd. Er werden aanpassingen gemaakt en de school werd ‘draaiende gehouden’. Hier in het Witte Kerkje is er even tijd om adem te halen en naar de onderliggende processen te kijken, verzucht één van de deelnemers. Dat wordt herkend en aangevuld. “We werden uit het summatieve paradijs verjaagd en er kwam weer ruimte om ambachtelijk naar onderwijs te kijken: wat is onderwijs, wat is de essentie, wat is belangrijk en wat niet?” In de ruimte hangt een tegenzin om weer ‘productie’ te gaan draaien. We moeten niet te snel naar het oude normaal terug te gaan, maar ook niet voorbarig het nieuwe normaal gaan claimen en framen. Daarvoor is er dit gesprek: om samen te vertragen, om even in het niet-weten te kunnen gaan staan.

Geen cijfers, wel feedback

Het Farel College vertelt, hoe de coronacrisis hun onderwijs de toekomst in gekatapulteerd heeft, en hoe ze zich schrap zetten om niet terug te vallen in het oude. Om de kanteling naar de toekomst volledig door te zetten, is er nog veel werk aan de winkel. “We geloven in de kracht en mogelijkheden van leerlingen. Nog wel meer dan voorheen,” zegt Rogier Koers, afdelingsleider. “Leerlingen werken zelfstandig thuis en worden daarbij geconfronteerd met hun eigen kracht en tekortkomingen. Dat vroeg intensieve begeleiding door de mentoren en vakdocenten.” De leerlingen kregen geen cijfers meer. Wel feedback. Ze moesten tonen wat ze gedaan hadden en aangeven of ze klaar waren voor de volgende stap. Dat nodigde de leerlingen uit naar zichzelf te kijken en hun eigen krachten en kwaliteiten te zien. Rogier: “Je ziet niet zoveel gebeuren maar je hoort wel veel. De taak van de docenten werd vakoverschrijdend. Het ging meer over of een leerling wel of niet zijn bed uit kwam, en of een leerling doorzettingsvermogen kon tonen dan over de vakken op zich.”

Onzekerheid bij leerlingen

Het loslaten van evaluatie door cijfers bracht kansen met zich mee, maar veroorzaakte ook veel onzekerheid. In plaats van door een hoepel te springen, werd er van de leerlingen gevraagd een basishouding te ontwikkelen waarbij ze moesten inschatten wat ze wel en niet konden en wat haalbaar en realistisch was in hun proces. Dat gaf minder houvast dan cijfers krijgen, maar eenmaal de klik gemaakt, zag men de intrinsieke motivatie om te leren toenemen.

Thijs Jan van der Leij, rector, geeft aan dat het bereiken van doelen minder in beeld is dan vroeger: “We weten niet helemaal of leerlingen doelen bereiken. Ze hebben doelen per vak en we geven ze de gelegenheid die af te vinken. Zij laten ons zien hoe ver ze gekomen zijn. Het is een heel proces om die doelen zichtbaar te maken, in de eerste plaats voor de leerlingen zelf. De inspectie vraagt ononderbroken ontwikkeling. Wij voeden de leerlingen in hun proces, helpen hen alles zichtbaar te maken en op hun eigen kracht te vertrouwen. Leidt dat dan tot ononderbroken ontwikkeling? Wij weten waar we naartoe willen. Elke vakgroep heeft vanuit de eindtermen doelen gesteld door terug te redeneren naar de studiejaren, en per doel wordt aangegeven of het goed, minder goed of slecht gaat. Het evalueren hoeft dus niet summatief te gebeuren. We werken vanuit de eindtermen in plaats van volgens methoden. En dat doen we vanuit onze visie en missie.”

Persoonsvorming

Leerlingen zijn meer en meer eigenaar van hun leerproces vanuit  intrinsieke motivatie. Er kwam automatisch meer aandacht voor persoonsvorming in het onderwijs. Leerlingen leerden over zichzelf, over hoe ze omgaan met radicale veranderingen en met grote levensvragen.
Een ontwikkeling waar vele onderwijsorganisaties van dromen, maar ook hier klinken er valse noten. Zo geven leerlingen aan dat ze het gevoel hebben minder te leren dan vroeger. Ook blijken groepen leerlingen, o.a. met autisme, het heel moeilijk te vinden op deze manier te functioneren. Met het terugkeren van de lesdagen, ziet men dat leerlingen die thuis heel actief bezig waren, op school weer achterover leunen.

Samen de toekomst in

Samen met de collega’s de toekomst van het onderwijs verder vormgeven op basis van de kracht van intrinsieke motivatie, eigenaarschap bij de leerlingen en het volledig loslaten van het summatieve paradijs, is ook complexer dan het op het eerste zicht lijkt. Er is immers amper nog tijd geweest om er samen op te bezinnen, en veel hangt af van de moed van de leidinggevenden.

De scholen van de kennisalliantie willen graag een paradigmatische transformatie van het onderwijs. Als scholen geïnteresseerd zijn in het generatieve gesprek hierover of deel willen uitmaken van de kennisalliantie VO of kennisalliatie PO dan kunnen ze contact opnemen met Sandra van Groningen, via svangroningen@verus.nl of 06 53 46 17 87.
 

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs