U bent hier

Kan een school ook scoren met sociale opbrengsten?

In zijn inaugurele rede als hoogleraar onderwijstoezicht en socialisatie, legt onderwijsinspecteur Anne Bert Dijkstra de bal bij het onderwijs. Denk na over de betekenis van vorming, én: hoe je die meet. Paul Boersma was er bij en schrijft een kritisch verslag.

Pedagogisch klimaat
Na het pedagogisch klimaat, burgerschapsvorming en sociale participatie, gaat nu de aandacht in het onderwijs uit naar de harde opbrengsten. Maar daarmee is de betekenis van de school voor de persoonlijke, sociale en maatschappelijke vorming niet verdwenen. Ook in de ogen van ouders blijven scholen vooral van betekenis voor zover zij kinderen en jongeren helpen in hun persoonlijke ontwikkeling en hun sociale vaardigheden en houdingen aanleren. Het pedagogisch klimaat is zelfs van meer gewicht bij schoolkeuzes dan de harde output.

Geen duidelijk vakgebied
Anne Bert Dijkstra, onderwijssocioloog en inspecteur bij het onderwijs, hield onlangs zijn inaugurele rede als hoogleraar toezicht & socialisatie, scholen en onderwijsbestel aan de Universiteit van Amsterdam. Als inspecteur ziet hij erop toe dat het onderwijs werk maakt van burgerschapsvorming en sociale integratie. Niet zo eenvoudig, omdat daarvoor in het onderwijs geen duidelijk vakgebied is en scholen veel impliciet doen. Dijkstra wil dat meer in kaart wordt gebracht wat scholen doen en wat de waarde ervan is.

Waarden
De overheid verwacht dat scholen van kinderen sociale, maatschappelijk betrokken en verantwoord handelende burgers maakt. Dijkstra focust op een aantal volgens hem voor het samenleven algemeen geldende waarden. Vooral waarden die van burgers als min of meer autonome wezens een open geest vragen tegenover andersdenkenden.

De focus ligt minder op waarden die mensen binden aan een sociale gemeenschap, die hun richting en identiteit geven en hen zich doen onderscheiden van anderen. Toch is dat vanouds een van de belangrijkste kenmerken van bijzondere scholen. Niet het waarderen van pluriformiteit en het leren omgaan met verschillen worden als centrale doelen gesteld, maar kinderen deel laten zijn van een waardegemeenschap (verhalengemeenschap) waarin gezamenlijk gevierd wordt, richting wordt gewezen en binding wordt beleefd.

Gemeenschap
Voor Dijkstra is de samenleving als geheel mogelijk zo’n gemeenschap. Hij ‘beperkt’ zich tot de burgerschapsvorming. Indirect, zo geeft hij aan, is onderwijs als zodanig al van betekenis, omdat zij leidt tot een betere gezondheid van burgers en tot minder criminaliteit in de samenleving. Maar de focus ligt bij hem op de vorming van 'socíale cohesie' of ‘sociaal kapitaal': mensen leren samen te leven op basis van een aantal waarden die het samenleven mogelijk maakt.

De belangrijkste waarde is dat ieder mens vrij is in zijn persoonlijke keuzes en dat daarom ook anderen gunt. Wederkerigheid en blaming zijn er de kernmerken van: ik houd me aan afspraken omdat ik verwacht dat de ander dat ook doet tegenover mij en omdat ik weet dat als ik het niet doe mijn reputatie schade oploopt. Op dat niveau definieert Dijkstra de social skills.

Social skills meten
Terecht wil Dijkstra instrumenten ontwikkelen die kunnen meten in hoeverre scholen ook slagen in het doen ontwikkelen van deze vaardigheden en houdingen bij leerlingen. Toch zal dan veel buiten beeld blijven.

Immers sociale betrokkenheid krijgt zeker op bijzondere scholen vorm niet op basis van een aantal democratische kernwaarden. Democratie is niet gericht op de binding van mensen aan een gemeenschappelijke visie op leven en samenleven. Democratie schept ruimte voor iedereen! Waarbij geldt dat iedereen gelijk is voor de wet.

Intentionele waarden
Christelijke scholen zullen andere waarden centraal stellen. Zoals: niet alleen voor je zelf leven, je inzetten voor anderen, empathisch leven, vergevingsgezindheid tonen bij mislukken en falen en tekortschieten, leven met verantwoordelijkheid en in afhankelijkheid. En zij richten zich vooral op de attitudevorming van leerlingen, meer dan op vaardigheden.

Buiten beeld
Wie vooraf definieert wat sociaal kapitaal is, die zal daarop scholen bevragen. Maar dan blijft buiten beeld wat scholen die zich als een waardegemeenschap verstaan, dan daaronder verstaan. Hoe waardeer je dan scholen die niet de vaardigheid om om te gaan met verschillen (zogenaamde verdraagzaamheid) als doel stellen, maar leerlingen willen binden op een verhaal dat verder gaat (zelfs je vijanden lief hebben en je stem verheffen tegen een onrecht – ook als sociale cohesie dat niet verdraagt).

Bal bij het onderwijs
Intussen daagt Dijkstra het bijzonder onderwijs uit dan aan te geven hoe zij zelf werkt aan sociale binding, hoe zij daarbij doelen weet te formuleren en nagaat of zij die ook realiseert. En hoe zij zelf dan de betekenis van die vorming voor de samenleving als geheel duidt.

Kortom, Dijkstra legt met zijn onderzoeksvraag naar de sociale opbrengsten de bal bij het onderwijs. Aan ons om die ook op te pakken.

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs