U bent hier

Kamer wil nieuwe code goed bestuur voor samenwerkingsverbanden

De samenwerkingsverbanden passend onderwijs moeten een nieuwe code goed bestuur krijgen. Op de laatste werkdag voor de Kerst stemde de Tweede Kamer in met een motie van die strekking. Ook wil de Kamer samenwerkingsverbanden opzadelen met doorzettingsmacht van de leerplichtambtenaar. Verus is kritisch over beide besluiten.

Het bestuur én toezicht van een samenwerkingsverband wordt gevormd door de deelnemende scholen. De Onderwijsraad adviseerde half december ook een governancecode De Kamer neemt dat advies ter harte en wil een nieuwe code goed bestuur, specifiek voor het samenwerkingsverband, én onafhankelijk toezicht.

Verus ziet dat bestuurders in samenwerkingsverbanden zich bewust zijn van het spanningsveld waarbinnen zij opereren. Maar zij willen zelf direct verantwoordelijk zijn en blijven voor de inzet van de middelen. Het betreft immers de kinderen waarvoor de scholen zelf een zorgplicht hebben. Onafhankelijk toezicht en bestuur passen daar niet bij. Verantwoording en collectieve aansprakelijkheid kunnen het best gekoppeld worden aan de deelnemende schoolbesturen.  

Doorzettingsmacht

Ook worden de samenwerkingsverbanden, als het aan de Kamer ligt, opgezadeld met doorzettingsmacht van de leerplichtambtenaar. Zij wil dat de Wet zo veranderd wordt, dat leerplichtambtenaren de bevoegdheid krijgen om een samenwerkingsverband op te dragen binnen redelijke termijn kinderen op scholen te plaatsen (doorzettingsmacht).

Een volgens Verus onuitvoerbare motie. Het is onrealistisch te verwachten dat wanneer het de gemeenten niet lukt bepaalde kinderen naar school te krijgen, het onderwijs door middel van de doorzettingsmacht wel tot een oplossing komt. 

Geld over? Dan verplicht doorstorten

Vorige maand was er veel te doen over samenwerkingsverbanden die geld op de plank zouden laten liggen. Aanleiding voor de Kamer om in te stemmen met een motie die bepaalt dat samenwerkingsverbanden met een overschot van meer dan 5%, dit bedrag moeten overmaken naar een door een negatieve verevening getroffen samenwerkingsverband. 

Verus verwacht dat zo’n maatregel leidt tot toenemende ongelijkheid in onderwijszorg tussen regio’s. Samenwerkingsverbanden laten geld niet voor niets op de plank liggen: het ligt daar met een doel. Het is een schijnoplossing om geld te gaan verschuiven tussen winnaars en verliezers van de verevening. 

Experimenteerruimte 

Er zijn ook toe te juichen moties aangenomen:

  • Er moet een nieuw ondersteuningsaanbod komen voor kinderen die moeilijk plaatsbaar zijn
  • De beoordelingskaders krijgen meer ruimte voor nieuw ontwikkelde arrangementen van extra zorg
  • Knelpunten in de bekostiging van mytylscholen worden weggenkomen
  • Er komt experimenteerruimte die het regio’s mogelijk maakt sbo en so te bundelen.
PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs