U bent hier

Kamer spreekt over pijnpunten passend onderwijs

Bureaucratie, thuiszitters, kwaliteit en onafhankelijkheid van samenwerkingsverbanden. Die vier pijnpunten van passend onderwijs benoemde de Kamer vorige week.

Pijnpunt 1: bureaucratie terugdringen

Onderzoekers constateren het niet lukt om de bureaucratie terug te dringen. Dat was één van de doelstellingen van passend onderwijs, maar in plaats van het arsenaal aan landelijke indicaties, hebben scholen nu te maken met de verantwoording in samenwerkingsverbanden.

Opmerkelijk is dat de Kamer in het notadebat van 2 juli, niet om werkelijke oplossingen vraagt. Of het moet de PVV zijn die verzoekt toegangs- , bekostigingssystematiek en onderwijstrajecten landelijk te harmoniseren. Een motie die is aangenomen.

Er klonk kritiek op de moeilijke situatie waarin clusterscholen zitten, die leerlingen krijgen van veel samenwerkingsverbanden met allemaal eigen regels en toelatingsverklaringen. Maar de motie van GL en SP om standaardformulieren en eenduidige procedures voor alle samenwerkingsverbanden af te spreken, werd verworpen.

Pijnpunt 2: thuiszitters terugdringen

Veel kinderen doen een beroep op passend onderwijs en in dat licht lijken de 4000 thuiszitters een kleine groep. De oproep van de minister om het succes van passend onderwijs niet af te meten aan de thuiszittersproblematiek vond tenminste bij CDA en PVV geen gehoor. Deze partijen laten het slagen van passend onderwijs hiervan afhangen.

Het thuiszitterspact is aan zet en de minister verwacht hiervan binnen een paar jaar de best haalbare resultaten. Dit geldt ook voor wijzigingen in de wet per 1 augustus die een gedeeltelijk volgen van onderwijs thuis en op school makkelijker maakt.

Door Verus ingebrachte standpunten herkenbaar bij inbreng Kamerleden

Erkenning van het vakmanschap en de authenticiteit van elke leraar is de basis om kansenongelijkheid bij leerlingen aan te pakken. Elke leraar heeft daarin een eigen persoonlijke aanpak. Door de komst van passend onderwijs zijn de pedagogische kwaliteiten van nog groter belang geworden. In de brief van minister Slob, Passend onderwijs van 25 juni 2018, wordt volgens Verus terecht gesproken over het gedeelde eigenaarschap van lerarenteams, schoolleiders en ouders.

De reactie van Verus op Slobs brief, om alles werkelijk vanuit het belang van het kind te benaderen, werd door aantal partijen als uitgangspunt gekozen.

Opvallend is de groeiende aandacht voor wie de regie heeft rond het kind, ook als dit een samengaan met jeugdzorg en/of zorginstelling tot gevolg heeft (dus budget in één hand). Door de PvdA is gevraagd hier voor 1 november oplossingen te bieden. Kort na de zomervakantie wordt de Kamer geïnformeerd over hoe OCW en SZW (sociale zaken die over de middelen jeugdzorg gaat) effectievere hulpverlening plaats kan vinden. Over zorg en onderwijs wordt de Kamer in november 2018 geïnformeerd.

Pijnpunt 3: overal gelijke kwaliteit

Verus riep nog niet op de verevening nu te bevriezen, hoewel die roep in het veld wel klinkt. Zelf doen we nog nader onderzoek naar de verschillende keuzes voor kwaliteit per samenwerkingsverband en de gevolgen van die keuzes.

De meeste vragen van Kamerleden hebben hiermee te maken. Globaal gezien gaat het om het bieden van overal gelijke kansen door een garantie op vergelijkbare extra aandacht. Impliciet zijn er openlijk twijfels over ongelijke behandeling als gevolg van verevening. Het meest opvallend is de afname van de toelating van leerlingen tot het speciaal onderwijs in een aantal gebieden met negatieve verevening.

Partijen kwamen met verschillende voorstellen:

  • De minister ontraadde het voorstel van GL en CDA om de omvang van reserves te maximeren. Een oproep van het CDA om de reserves terug te dringen, is echter aangenomen.
  • D66 wil het zogenaamde schoolmodel (geld verdelen onder scholen bij ontvangst) ontmoedigen. Dit voorstel werd aangenomen.
  • De SP diende opnieuw een motie in die vraagt om een landelijke norm voor de basisondersteuning, als minimale garantie op gelijke ondersteuning. Deze motie is opnieuw verworpen.
  • Ook een andere motie van de SP werd verworpen. Namelijk een motie die verzoekt het opnieuw mogelijk te maken (V)SO scholen te stichten en het moratorium in het verbieden SO scholen te sluiten.
  • Doorzettingsmacht zal samen met de onderwijszorgbrief direct na de zomervakantie

Al deze invalshoeken lijken een wanhopig gevecht de groeiende ongelijkheid tegen te gaan.

Pijnpunt 4: onafhankelijkheid van samenwerkingsverbanden

De PVV diende een motie in om samenwerkingsverbanden te laten opereren onder één of meerdere landelijke of regionale autoriteiten. Daarmee zou de onafhankelijk van deze besturen gegarandeerd zijn. Deze motie is aangehouden, iets dat niet gerust stelt. Deze opvatting staat haaks op de mening van Verus die vindt dat schoolbesturen in een samenwerkingsverband juist eigenaar moeten zijn en blijven.

PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs