U bent hier

Kamer akkoord met Boerkaverbod

De Tweede Kamer ging gisteren akkoord met het wetsvoorstel ‘gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’. Een amendement GroenLinks-Kamerlid Linda Voortman om het onderwijs uit te zonderen van dit ‘boerkaverbod’ haalde het niet. Verus vindt een boerkaverbod voor het onderwijs overbodige regelgeving

Doel van de wet

De wet heeft als doel om het dragen van kleding die het gezicht geheel bedekt of zodanig bedekt dat alleen de ogen onbedekt zijn of het gezicht onherkenbaar maakt te verbieden in:  

  1. het openbaar vervoer 
  2. onderwijsinstellingen, 
  3. overheidsinstellingen 
  4. zorginstellingen

Voor wie geldt de wet

Het verbod geldt voor het “territoir” van onderwijsinstellingen, schrijft de regering in antwoord op Kamervragen. Het geldt dus voor iedereen die zich op het terrein van de school bevindt of begeeft. 

Dat betekent dat het verbod niet alleen voor de bestuurders en leidinggevenden van de school, de docenten en leraren en het overige onderwijsondersteunend personeel en de leerlingen of studenten zelf geldt, maar ook voor overig personeel (zoals de conciërge en schoonmakers) en bijvoorbeeld voor ouders bij bezoeken aan ouderavonden en andere activiteiten. 

Buitenschoolse activiteiten

Als het gaat om geheel buitenschoolse activiteiten (bijvoorbeeld verhuur van faciliteiten buiten schooluren), hangt het af van de specifieke omstandigheden. Maar als het gaat om activiteiten die op wat voor wijze dan ook een relatie hebben met het onderwijs, blijft het verbod onverkort van kracht.

Verbod is onnodig en onjuist

Verus vindt een wettelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding in het onderwijs onnodig en principieel onjuist. Scholen kunnen heel goed zelf beslissen of ze gezichtsbedekkende kleding willen verbieden of niet. Wij zullen ons standpunt aan de Eerste Kamer kenbaar maken.

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs