U bent hier

Kabinet erkent zwabberbeleid rond maatschappelijke stage

De opeenvolgende beleidswijzigingen rond de maatschappelijke stage waren niet goed voor de relatie met het onderwijs en een ‘onderwijsbeleidstoets’ komt er niet. Dit valt te lezen in de reactie van het kabinet op het advies van de Onderwijsraad Onderwijspolitiek na de commissie-Dijsselbloem.

Afgelopen najaar publiceerde de Onderwijsraad zijn advies Onderwijspolitiek na de commissie-Dijsselbloem. De Tweede Kamer had de Onderwijsraad namelijk verzocht om na te gaan of de aanbevelingen van de commissie Dijsselbloem uit 2008 waren opgevolgd en of deze hebben geleid tot een andere onderwijspolitiek. Niet echt, concludeert de raad. Hoewel er in eerste instantie sprake was van hersteld vertrouwen tussen onderwijs en politiek, ebde dat vertrouwen toch weer weg omdat de aanbevelingen van de commissie niet werden opgevolgd.

Op zijn beurt doet de Onderwijsraad in het advies Onderwijs politiek na de commissie Dijsselbloem ook een aantal aanbevelingen:

  • De overheid moet zich qua onderwijsbeleid beperken tot de hoofdlijnen en daarbij niet bang zijn voor stelselwijzigingen;
  • De overheid moet permanent investeren in goede verhoudingen met het onderwijsveld en, om breed draagvlak te verwerven, steeds zoeken naar relevante actoren. Alleen spreken met sectororganisaties en vakbonden is niet voldoende;
  • De overheid moet beter gebruik maken van wetenschappelijke en praktische kennis.

Stof tot nadenken

Vorige week reageerden minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker op het advies van de Onderwijsraad. Zij stellen dat de kritiek van de Onderwijsraad stof geeft tot nadenken en dat het advies hen en de Kamer een spiegel voorhoudt ‘waaruit wij waardevolle lessen moeten trekken’. Wie in de brief op zoek gaat naar deze lessen zal echter teleurgesteld zijn. Want de hoofdlijn van de brief is dat de bewindspersonen de drie aanbevelingen van de Onderwijsraad volgens eigen zeggen eigenlijk al heel aardig in praktijk brengen.

Kerntaken

De focus op kerntaken, een stabiele koers en niet bang voor stelselwijzigingen? Zie bijvoorbeeld het nationaal onderwijsakkoord, passend onderwijs en het studievoorschot. Zoeken naar nieuwe vormen van representatie en een breed draagvlak? Zie de totstandkoming van de Lerarenagenda, het krimpbeleid, de mbo- en ho-tour en de dialoog rond ‘Onderwijs 2032’. Meer gebruik van wetenschappelijke en praktische kennis? Zie onder meer de agenda voor evidence-based onderwijsbeleid uit 2007-08, programma's als Zicht op Effectiviteit en Onderwijsbewijs, de experimenten en pilots die zijn en worden uitgevoerd en de oprichting van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Of, zoals Bussemaker en Dekker schrijven: we hebben aangegeven ‘dat de hoofdaanbevelingen al in diverse recentere beleidstrajecten betekenisvolle stappen in de goede richting hebben gezet. [….] Het advies van de Onderwijsraad vormt voor ons een stevige stimulans om hiermee door te gaan en scherp op te blijven.’

Weinig nieuws

Bevat de brief dan helemaal geen nieuws? Niet veel, maar we noemen:

  • De bewindspersonen erkennen dat het zwabberbeleid rondom de maatschappelijke stage slecht was voor de relatie met het veld. Verus heeft hier, ondersteund door eigen onderzoek, uitvoerig op gewezen.
  • De regering is niet van plan om nieuwe onderwijsvoorstellen te toetsen aan het toetsingskader van de commissie Dijsselbloem, noch aan de adviezen van de Onderwijsraad. Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie) had hier samen met CDA, D66 en SGP tijdens de behandeling van de Onderwijsbegroting in november 2014 in een motie om gevraagd. Verus vroeg in de aanloop naar de begrotingsbehandeling de Tweede Kamer om tot een dergelijke ´onderwijsbeleidstoets´ te komen.

  Bussemaker en Dekker geven nu slechts aan te willen handelen ‘In de geest van de motie’ en de aanbevelingen van Dijsselbloem en de Onderwijsraad als leidraad te willen gebruiken.

 

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs