U bent hier

Jan van der Stoep: Goed onderwijs kan niet zonder hoop

Als we willen dat onze jongeren straks meebouwen aan de samenleving, moeten we hen leren hoe ze kunnen leven vanuit hoop. De Week van de Hoop laat zien dat het onderwijs daarvoor bij uitstek de plek is. Maak dus meer ruimte voor hoop op school, zegt CHE-lector Jan van der Stoep in deze gastblog.

Door Jan van der Stoep

Het gaat, economisch gezien, weer goed met Nederland. Toch lijken veel mensen de toekomst somber in te zien. De komende generatie zal het minder krijgen dan de generaties voor hen, hoor je vaak zeggen. De spanning tussen bevolkingsgroepen neemt merkbaar toe. Burgers voelen zich niet meer thuis in hun eigen omgeving en verlangen naar een sterke identiteit waaraan ze houvast kunnen ontlenen.

Wat betekent dit sombere, maatschappelijk klimaat voor jongeren die nu op school zitten? Hoe kunnen scholen leerlingen vormen tot burgers die meebouwen aan de samenleving, wanneer wantrouwen, cynisme en angst overheersen? Het antwoord daarop is: hoop. Om goed te kunnen functioneren hebben mensen – jong en oud – hoop nodig. Want waarom zouden ze naar school gaan, een baan zoeken of maatschappelijk initiatief ontplooien, als ze niet de hoop hebben dat daarmee de wereld een beetje beter kan worden? 

Hoop is een existentiële menselijke behoefte. Het is dan ook geen wonder dat het in de afgelopen verkiezingscampagne vaak over de toekomst van ons land ging. Hoop is overigens iets anders dan optimisme. Mensen die optimistisch zijn, gaan er vanuit dat de situatie vanzelf zal verbeteren. Optimisme heeft daarom gemakkelijk een conserverende werking. Het miskent dat je veel weerstand moet overwinnen om de wereld te veranderen.

Hoop, zo leren we van de Franse filosoof Gabriël Marcel, is geduld hebben met de situatie waarin we ons bevinden. Er steeds weer op vertrouwen dat verandering mogelijk is en dat de toekomst zich op verrassende wijze kan melden. Iemand die leeft vanuit hoop, geeft niet op. Als iets onoplosbaar lijkt te zijn, probeert zo iemand met andere ogen naar de situatie te kijken zodat het betreffende probleem weer hanteerbaar wordt gemaakt. Er ontstaat richting en perspectief, waardoor handelen opnieuw zin krijgt. 

Scholen zijn bij uitstek oefenplaatsen van hoop. Het zijn plekken waar je leert om je verlangens en idealen te formuleren, maar ook plekken waar je met teleurstelling en tegenslag leert omgaan. Door je verwachtingen bij te stellen, leer je je plaats in de samenleving in te nemen en een goede balans te vinden tussen wat wenselijk en wat mogelijk is. Dat is nodig om een constructieve bijdrage aan de samenleving te kunnen leveren en niet boos of cynisch te worden.

Deze week is het de Week van de Hoop. In ruim 3.000 klassen  op meer dan 450 protestants-christelijke en katholieke scholen dagen docenten hun leerlingen uit om hun verhaal over hoop te vertellen. Zij maken bewust tijd en ruimte om samen na te denken over de toekomst. In wat voor samenleving wil je leven? Hoe kun je zelf aan deze samenleving bijdragen? En wat doe je als het je niet lukt om je idealen te verwezenlijken?

Het is goed dat zoveel scholen bezig zijn met het thema hoop. Een week kan echter nooit afdoende zijn. Hoop is een deugd die moet inslijten. Daar is allereerst tijd en aandacht voor nodig. Het gaat op school niet alleen om het succesvol afronden van toetsen. De school is geen leerfabriek. Het gaat er ook om dat leerlingen ontdekken hoe ze met hun mogelijkheden en talenten van betekenis kunnen zijn. Juist in een tijd waarin meer dan ooit maatschappelijke participatie wordt gevraagd, is persoonlijke vorming en burgerschapsvorming essentieel.

Ten tweede hebben leerlingen personen om zich heen nodig, waaraan ze zich kunnen optrekken. Het maakt een groot verschil of er docenten voor de klas staan die cynisch en afgebrand zijn, of docenten die trots zijn op hun vak en niet snel opgeven, ook als het tegenzit. Docenten die leerlingen niet alleen een vak leren, maar ze ook meegeven hoe ze zelf met hun idealen en teleurstellingen omgaan. Als ‘ambassadeurs van de hoop’, zoals geluksauteur en onderwijsdeskundige Leo Bormans ze noemt. Laten we dit soort docenten de waardering geven die ze verdienen. En de professionele handelingsruimte om dit te doen.

Onderwijs speelde nauwelijks een rol in de politieke campagne. Maar het zou goed zijn wanneer het nieuwe kabinet de Week van de Hoop oppakt als signaal. Want zonder hoop geen goed onderwijs. En zonder goed onderwijs, geen burgers die hoopvol zijn en bereid om voluit aan de samenleving mee te bouwen.

Dr. Jan van der Stoep is lector aan de Christelijke Hogeschool Ede. Hij werkt aan een onderzoeksproject over hoop en professioneel handelen. 

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs