U bent hier

Jaarlijks 13.500 ongevallen in gymles

Tijdens de lessen lichamelijke opvoeding in primair en voortgezet onderwijs doen zich jaarlijks tenminste 13.500 ongevallen voor. Het gaat hier om leerlingen die zich hebben moeten laten behandelen bij een afdeling voor spoedeisende hulp (SEH). Een klein percentage van de slachtoffers moet voor verdere behandeling in het ziekenhuis worden opgenomen.

Tijdens de lessen lichamelijke opvoeding in primair en voortgezet onderwijs doen zich jaarlijks tenminste 13.500 ongevallen voor. Het gaat hier om leerlingen die zich hebben moeten laten behandelen bij een afdeling voor spoedeisende hulp (SEH). Een klein percentage van de slachtoffers moet voor verdere behandeling in het ziekenhuis worden opgenomen.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs) vermeldt deze cijfers in een brief aan een bezorgde burger. Deze persoon had bij de vaste kamercommisie van Onderwijs zijn zorg geuit over diverse ongevallen die zich in zijn omgeving hadden voorgedaan tijdens lessen lichamelijk opvoeding. Van Bijsterveldt heeft alleen een overzicht van cijfers van het aantal ongevallen die geleid hebben tot behandeling op een afdeling SEH.

Het gaat om jaarlijks 7000 leerlingen in het primair onderwijs en 6500 in het voortgezet onderwijs. Van de slachtoffers in het primair onderwijs is tweederde 10 tot en met 12 jaar oud. Het aantal SEH-behandelingen per 100.000 leerlingen bedraagt in deze leeftijdsgroep 760 per jaar, in de groep 6 t/m 9-jarigen is dit 270.

In het voortgezet onderwijs loopt de jongste groep (13 en 14-jarigen) het grootste risico: hier vinden jaarlijks 910 SEH-behandelingen plaats op 100.000 personen, bij de 15- tot 18-jarigen ligt dit aantal op 360. Zes procent van de slachtoffers van 4 tot en met 12 jaar en 3 procent van de leerlingen van 13 tot en met 18 jaar moet na de SEH-behandeling worden opgenomen in het ziekenhuis.

Oorzaken letsel De bewindsvrouw geeft ook aan wat de belangrijkste oorzaken zijn: zes van de tien slachtoffers lopen letsel op door een val. In het primair onderwijs gaat het vooral om een val vanaf een bepaalde hoogte, bijvoorbeeld uit de ringen of van het wandrek, in het voortgezet onderwijs gaat het vooral om zwikken. Eén op de vijf leerlingen loopt letsel op door een bewegend object zoals een bal. Het aantal valongevallen is in het primair onderwijs hoger dan in het voortgezet onderwijs; letsel door een bal of lichamelijk contact komt in het voortgezet onderwijs vaker voor, schrijft Van Bijsterveldt.

De staatssecretaris erkent dat het vak lichamelijk opvoeding een zeker risico met zich meebrengt. "Het is dus zaak om dit risico zoveel mogelijk te beperken. Ik heb dan ook met genoegen geconstateerd dat de beroepsorganisatie van docenten lichamelijke opvoeding KVLO en de Stichting Consument en Veiligheid zich hier gezamenlijk voor inzetten."

Alle basisscholen hebben de brochure 'Veiliger bewegingsonderwijs op de basisschool' ontvangen, als bijlage bij de eerder ontwikkelde map 'Veiligheid op de basisschool'.  Van Bijsterveldt meldt dat zeer binnenkort voor de scholen voor voortgezet onderwijs een 'Module Bewegingsonderwijs' beschikbaar komt.

>>Meer informatie voor professionals op de site Consument en Veiligheid.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs