U bent hier

Is een school verplicht haar personeel medische handelingen in verband met diabetes te laten verrichten als de ouders van een leerling daartoe verzoeken?

Het College voor de Rechten van de Mens heeft in januari 2019 het advies Diabeteszorg in het onderwijs uitgebracht. In dit advies is onder meer aangegeven dat de behoefte aan ondersteuning, zoals het geven van insuline en meten van de bloedsuikerwaarde, per leerling verschilt. Daarnaast is vermeld dat het van belang is of in het protocol medisch handelen bepaald is of medewerkers al dan niet medische handelingen mogen verrichten. Individuele personeelsleden van een school kunnen niet verplicht worden om deze handelingen te verrichten, blijkt uit het advies. Daarmee lijkt het antwoord op bovenstaande vraag eenvoudig, maar in de praktijk ligt dat genuanceerder. Wij nemen je mee in de volgende kwestie waarover het College van de Rechten van de Mens heeft geoordeeld.

De casus

Voor een leerling met diabetes type 1, die de insulinepomp zelf nog niet kan bedienen, komt op twee momenten per schooldag buurtzorg op school om diabeteshandelingen te verrichten. Wanneer het op ongeplande momenten noodzakelijk is (bij traktatie, gymnastiek, uitjes, spanning of stress), komen de ouders of de oma naar school.

De ouders zijn van oordeel dat de school dient te onderzoeken of medewerkers zowel beroepsmatig of als vrijwilliger/privépersoon bereid zijn bij hun kind op school de insulinepomp te bedienen en/of de glucosewaarde te meten door middel van een vingerprik. Daarnaast verzoeken ze de medewerkers van de school hierin te (laten) trainen.

De stichting waar de school van de leerling onder valt, heeft een protocol waarin voor alle onder de stichting vallende scholen is opgenomen dat het voor het personeel niet geoorloofd is om medische handelingen te verrichten. De school staat het de medewerkers in dit verband niet toe medische handelingen in het kader diabeteszorg te verrichten bij de leerling.

De ouders en de stichting hebben de kwestie voorgelegd aan het College voor de Rechten van de Mens om duidelijkheid te krijgen hoe om te gaan met het verrichten van de diabeteshandelingen bij de leerling door een leerkracht.

Het schoolbestuur en de school hebben bij het College onder meer op de ‘Factsheet diabeteszorg in het primair onderwijs’ gewezen. Hierin hebben de ministeries van OCW en VWS het juridische kader en een overzicht van de mogelijkheden beschreven voor diabeteszorg in het primair onderwijs. Hierin is onder meer vermeld dat onderwijspersoneel insuline mag toedienen bij kinderen onder schooltijd, indien het personeel niet beroepsmatig (dus als privépersoon) en vrijwillig handelt. In dat verband wordt een aantal voorwaarden genoemd. Daarbij is uitdrukkelijk vermeld dat de constructie alleen kan plaatsvinden als het bevoegd gezag van de school er geen bezwaar tegen heeft dat onderwijspersoneel in schooltijd als privépersoon deze handeling verricht en daarover is geïnstrueerd. Daarnaast is aangeven dat het al dan niet aan de school is om te besluiten om mee te werken aan de constructie.

Toets door het College

Het College heeft de kwestie getoetst aan het leerstuk van verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte op grond van de Wet gelijke behandeling handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ).

Doeltreffende aanpassing

Allereerst is bij deze toets beoordeeld of doeltreffende aanpassingen verricht kunnen worden, zodat de gehandicapte of chronisch zieke als ieder ander kan deelnemen aan - een bepaald aspect van - het maatschappelijk leven. Het College is van oordeel dat het door de school laten trainen van medewerkers om de insulinepomp te bedienen en/of de glucosewaarde te meten via een vingerprik een doeltreffende aanpassing is, die geschikt en noodzakelijk is. Op deze wijze kan de beperking van de deelname aan het onderwijs van de leerling als iedere andere leerling bij ongeplande momenten worden weggenomen.

Onderzoeksplicht

Vervolgens staat de vraag ter discussie in hoeverre het schoolbestuur/de school heeft voldaan aan de ingevolge de WGBH/CZ op haar rustende onderzoeksplicht.

In dit verband oordeelt de commissie dat de stichting bewust gekozen heeft om als beleid te voeren dat haar personeel geen medische handelingen mag verrichten. Het schoolbestuur heeft in het onderhavige geval niet de stap heeft gezet om bij wijze van uitzondering op dit protocol te onderzoeken of er op de school onderwijspersoneel bereid is als privépersoon de verzochte doeltreffende aanpassing te verrichten. Dit betekent volgens het College niet dat het schoolbestuur geen onderzoek naar de betreffende kwestie heeft gedaan of dat het geen afweging heeft gemaakt. Het College is met het schoolbestuur van oordeel dat het onderzoek en die afweging zijn gemaakt bij het vaststellen van het protocol.

Het College kan het schoolbestuur ook volgen in haar argument dat het in dit individuele geval maken van een uitzondering op het protocol een ondermijning oplevert van de hoofdregel en doelstelling daarvan, namelijk bescherming van de belangen van het onderwijspersoneel in het kader van haar verantwoordelijkheid voor goed werkgeverschap.

De school had overigens ook contacten gelegd met het samenwerkingsverband om te onderzoeken welke mogelijkheden er ten aanzien van financiering of arrangementen voor betreffende leerling waren voor de ongeplande momenten.

Onevenredig belastend

Het College is van oordeel dat door het schoolbestuur voldoende is onderbouwd dat het voor haar onevenredig belastend is als op haar scholen wordt toegestaan dat onderwijspersoneel medische handelingen verricht. Er mag dan, zoals de ouders stellen, sprake zijn van een minimaal risico en een minimale tijdsbelasting, maar dat neemt volgens het College niet weg dat een personeelslid drukke werkzaamheden moet onderbreken. Daarbij bestaat altijd een risico blijft dat er iets misgaat. Daarnaast is het College met het schoolbestuur van oordeel dat onderwijspersoneel een morele druk voelt om een leerling te helpen ook als dat ten koste gaat van het eigen welzijn.

Ook oordeelt het College dat de constructie die is opgenomen in haar advies Diabeteszorg in het onderwijs uit 2019, waarin onderwijspersoneel als vrijwilliger/privépersoon medische handelingen verricht, niet een bestendige en structurele oplossing is voor de bredere problematiek die in deze casus speelt.  Ook merkt het College daarbij op dat het de vraag is hoe intensief een school op zoek moet gaan naar ‘vrijwilligers’ om in voldoende mate te hebben voldaan aan zijn onderzoeksplicht. Daarnaast is het ook de vraag hoe vrijwillig een personeelslid nu daadwerkelijk is, wanneer een morele plicht wordt ervaren om de medische handeling te verrichten.

Lerarentekort

Eveneens wijst het College op de grote reeds bestaande maatschappelijke en financiële druk op het onderwijs, mede in verband met het lerarentekort.

Het College overweegt ten aanzien van de leerling dat deze wel volledig toegang heeft tot het onderwijs en aan alle onderdelen daarvan kan deelnemen en dat het gaat om een klein stukje aanvullende zorg, die nu wordt uitgevoerd door de ouders. Het College geeft daarbij aan niet de ogen te sluiten voor de aanzienlijke belasting die het realiseren van deze aanvullende zorg oplevert voor de ouders. Het College merkt daarbij tevens op dat deze zorg nodig is totdat de leerling oud genoeg is om de handelingen zelf uit te voeren. Deze zorg geldt dan ook slechts voor een afgebakende periode.

De conclusie van het College is dat het schoolbestuur geen verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt door niet de benodigde doeltreffende aanpassing ten behoeve van de leerling te verrichten, te weten het uitvoeren van medische diabeteshandelingen door onderwijspersoneel.

Conclusie

Wanneer scholen een protocol hebben, waarin is opgenomen dat personeel geen medische handelingen mag of hoeft te verrichten, hoeft de school niet te onderzoeken of medewerkers bereid zijn bij de leerling op school de insulinepomp te bedienen en/of de glucosewaarde te meten. De school hoeft de medewerkers hierin ook niet in te laten trainen.

Of het oordeel anders zou zijn geweest als de diabeteszorg niet een afgebakende periode betreft is niet bekend.

Met het oordeel heeft het College voor de Rechten van de Mens een nuancering aangebracht op het advies dat het in 2019 heeft uitgebracht.

Het is aan te bevelen dit advies en het oordeel in onderlinge samenhang te lezen bij het bestuderen hoe te handelen als een leerling op school diabetes heeft.

Mocht je in dat verband vragen hebben, kun je contact opnemen met de juridische helpdesk. Telefonisch van maandag t/m vrijdag van 9.00-15.00 uur: 0348 74 44 60. Via e-mail: helpdesk@verus.nl

Deze juridische highlight is geschreven door mw. mr. Angèle Knoben. 

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs