U bent hier

‘Is dit echt waar?’ Nepnieuws en het vinden van goede bronnen

Nepnieuws is niet nieuw, maar wel actueler dan ooit. Hoe help je leerlingen het hoofd boven water te houden in de dagelijkse stroom van nieuwsberichten en online informatie?

In 1835 jubelde de New Yorkse krant The Sun dat er leven op de maan was ontdekt, van wonderlijke eenhoorns en mini-bizons tot staartloze bevers en batmanachtige wezens. Wekenlang volgden er artikelen zonder dat duidelijk was dat het om een hoax ging. Doel: meer kranten verkopen.

Nu zou zon onzinverhaal natuurlijk in enkele seconden zijn blootgelegd via sociale media. Toch stinken nog altijd veel mensen in nepnieuws en misinformatie - en kinderen voorop, bleek uit de Monitor Jeugd en Media 2017.

“Kinderen geloven echt alles wat op internet staat,” zegt ook Naomi Beerens, leerkracht en bovenbouwcoördinator van katholieke daltonbasisschool Het Tangram in Rotterdam. Haar leerlingen van groep 8C werden onlangs verkozen tot meest mediawijze klas van Nederland door Mediawijzer.net, een initiatief van het Ministerie van OCW. Hiervoor speelden ze een week lang met andere scholen een serious game, elke dag een uur, met opdrachten over vloggers op treindaken tot de journalistieke plicht tot wederhoor.

Op de basisschool voeren leerkrachten geregeld gesprekken met hun leerlingen over online gedrag en kritisch brongebruik, er zijn vaste ict-lessen voor technische vaardigheden en sinds vorig jaar krijgt iedereen in groep 8 een Chromebook voor op school. “Kinderen komen hoe dan ook met allerlei online informatie in aanraking. Een verbod op mobiele telefoons of het bekijken van bepaalde websites heeft helemaal geen zin. Je moet ze leren zich er goed toe te verhouden.”

Werk aan de winkel
Leerlingen weten informatie op internet vaak niet goed op waarde te schatten, bleek uit de Monitor Jeugd en Media 2017, een tweejaarlijks onderzoek onder 10- t/m 18-jarigen van Kennisnet en de Universiteit Twente. Vooral basisschoolleerlingen en vmbo”ers vinden het lastig om online informatie kritisch te beoordelen en te gebruiken. Voor het onderzoek deden de leerlingen onder meer zoekopdrachten. Leerlingen menen overigens zelf dat hun vaardigheden wel op orde zijn. Ze hebben dus niet altijd een realistisch beeld van hun eigen kunnen.
Scholen besteden heel wisselend aandacht aan digitale geletterdheid, waarvan kritisch brongebruik een onderdeel is. Die diversiteit vindt niet iedereen even wenselijk. Binnen Curriculum.nu bekijkt een ontwikkelteam welke vaardigheden en kennis het belangrijkste zijn en hoe deze (beter) in de landelijke kerndoelen voor het basis- en voortgezet onderwijs kunnen terugkomen. In april 2019 presenteert het team zijn adviezen aan het Ministerie van OCW.

Weg met losse projecten

Daar is Amber Walraven, onderzoeker van de Radboud Universiteit Nijmegen, het volkomen mee eens: “Leerlingen gaan niet automatisch kritisch en ethisch met informatie om. Daar moeten leraren ze echt bij helpen.” Nu gebeurt dit nog onvoldoende, vindt Walraven. “Genoeg scholen hebben dit niet goed op hun netvlies staan. Alleen al het feit dat vo-docenten soms leerlingen een werkstuk laten maken zonder te vertellen hoe ze hiervoor goede bronnen vinden, zegt al veel.”

Scholen zouden volgens Walraven harder moeten werken aan afspraken voor structurele aandacht voor digitale geletterdheid, waar kritisch brongebruik een belangrijk onderdeel van is. “Losse projectjes hebben weinig zin. Bedenk wat je als school aan leerlingen wilt meegeven en werk daar dan systematisch naartoe. Daarvoor hoeft niet alles overhoop: integreer het zo veel mogelijk in het bestaande curriculum, zoals een zoekopdracht bij geschiedenis. Vooral voor kritisch brongebruik is structurele aandacht geen overbodige luxe. Het kost immers tijd voordat leerlingen thuisraken in een onderwerp: je moet ze echt helpen specifieke kennis te ontwikkelen die ze nodig hebben om iets te kunnen zeggen over een bron.”

Voorbij Trump en Poetin

Dat weten ze ook op het Greijdanus College, een geformeerde scholengemeenschap voor vmbo, havo en vwo, met vestigingen in Oost-Nederland. Vanaf klas 1 krijgen jongeren daar les in digitale geletterdheid, beginnend met online gedrag en cyberpesten, doorlopend naar informatievaardigheden en kritisch brongebruik. “Nepnieuws begon natuurlijk niet bij Trump en Poetin, maar is van alle tijden” zegt Linda Smit, mediathecaris en mediacoach bij de vestiging Hardenberg. “Leerlingen moet je daar bewust van maken.”

Smit geeft geregeld medialessen en helpt bij specifieke opdrachten in de lessen van collega’s. “Ik laat leerlingen bijvoorbeeld zien hoe informatie soms wordt verdraaid, niet alleen in tekst, maar ook in beeld.” Zo had ze een foto van een oorlogsslachtoffer dat een fles water krijgt aangereikt. “Als kijker denk je: wat goed dat ze die man helpen, maar weggeknipt was de soldaat die een geweer op het slachtoffer richtte. Ik wil dat leerlingen zich gaan afvragen welke belangen bij zulke informatie meespelen. Iemand met ideologische of commerciële belangen geeft andere informatie dan bijvoorbeeld een journalist of onderzoeker.”

Ook als de leerlingen zelf aan de slag gaan en bijvoorbeeld een werkstuk maken, moeten ze die afweging maken, aldus Smit. “Ik wijs ze op betrouwbare websites, zoals die van het CBS of andere onafhankelijke instanties. Wikipedia vinden we op onze school eigenlijk geen goede bron, want wie dan ook kan er iets aan toevoegen. Maar het kan wel een goed beginpunt zijn. Leerlingen adviseer ik altijd om door te surfen naar de bronnen onder het Wikipedia-artikel om te checken of de informatie echt betrouwbaar is.”

Overrompeld

Zowel Smit als Beerens zien soms collega’s die overrompeld raken door de technische vaardigheden van hun leerlingen. Beerens: “Ze lopen zelf soms helemaal vast in de techniek en zijn dan ontzettend onder de indruk als ze die kinderen bezig zien.” Smit: “Laatst legde zo’n wizkid mij nog uit hoe ik het beeld van de beamer groter kon krijgen. Jaren geleden kon ik daar nog onzeker van raken, maar nu ben ik er vooral blij mee. Je hoeft als docent niet alles te kunnen.”

“Stel je open op,” zegt ook Walraven. “Het is toch prachtig als je kunt leren van leerlingen die een mooi filmpje of een spannende presentatie in elkaar draaien? Probeer wat minder de touwtjes in handen te houden en wat meer met leerlingen samen te werken.”

Tips!

  • Maak aandacht voor kritisch brongebruik structureel onderdeel van het curriculum. Losse projecten hebben weinig zin. Integreer het zo veel mogelijk in bestaande lessen, zoals een zoekopdracht voor geschiedenis of een workshop nepnieuws herkennen bij maatschappijleer.
  • Maak met je collega”s voor leerlingen richtlijnen voor kritisch bronnengebruik, zoals “Eén bron is geen bron” en “Informatie van onafhankelijke bronnen is betrouwbaarder”.
  • Laat je niet afschrikken door de technische vaardigheden van je leerlingen. Ze kunnen dan misschien een spannend filmpje maken of weten beter hoe de beamer werkt, maar hebben echt nog jouw hulp nodig bij het verzamelen, beoordelen en ordenen van informatie. -
  • Wees bereid om van je leerlingen te leren: zo”n spannend filmpje wil je misschien zelf ook wel kunnen maken?
  • Veel leerlingen geloven dat alles wat op internet staat waar is, ook als ze al ouder zijn. Denk dus niet te snel dat ze wel weten welke online informatie betrouwbaar is, maar blijf ze helpen.

Blijf ze helpen

Eenmaal van de middelbare school zijn al die leerlingen nog geen mediawijze burgers, blijkt onder meer uit de ervaringen van Jeroen van der Laan, practor op het Hoornbeeck College. “Mbo-studenten vinden het vaak nog heel lastig om goed bronnen te beoordelen. Als ze het bovenaan in de resultatenlijst van Google zien staan, dan geloven ze dat het waar is.” Vanuit zijn practoraat OnderwijsOnline helpt Van der Laan collega’s om hier goed mee om te gaan. “Docenten moeten studenten niet alleen zeggen dat ze kritisch met bronnen moeten omgaan, maar dit ook voordoen. Laat zien hoe je zelf een zoekopdracht uitvoert, waar je begint en waar je naar kijkt. Pas dan gaan studenten begrijpen wat er van ze verwacht wordt en hoe ze het zelf moeten aanpakken.”

Terugkerende uitdaging is de weging van bronnen. Van der Laan merkt dat veel mbo-studenten het onvoldoende gewend zijn om verschillende visies naast elkaar te zetten. “Zodra ze een bron hebben, stoppen ze vaak met zoeken. Ze moeten het echt leren om verder te kijken, om er dus moeite voor te doen. Vergeet niet dat ze gewoonlijk alleen hun mobiel tevoorschijn halen om te kijken op nu.nl of sociale media. Langere teksten vinden ze al snel te veel inspanning kosten.”

Neem een stap terug

Al te vaak ziet Van der Laan dat scholen allerlei devices binnenslepen zonder visie. “Ict is natuurlijk enkel een hulpmiddel. Het begint bij de waarden die je als school wilt uitdragen. Je hoeft niet altijd het nieuwste van het nieuwste in huis te hebben. Zorg vooral dat je als docent datgene wat je wel tot je beschikking hebt, goed weet te gebruiken, al gaat het maar om een powerpoint.” Ook Walraven onderstreept het belang van een duidelijke visie: “Alle scholen doen wel iets, maar als je ze vraagt waarom ze dit doen, wat ze ermee hopen te bereiken voor hun leerlingen, dan kan het soms lang stil blijven.”

Beerens herinnert zich nog goed de keuze om geen filters op de Chromebooks van de leerlingen in groep 8 te zetten. “Veel scholen doen dit, maar we dachten: waarom eigenlijk? Zodra kinderen thuiskomen, kunnen ze toch overal bij, van geweldsfilmpjes tot pornowebsites. Ik heb daar helemaal geen illusies over. Ik denk dat het beter is om ze voor te lichten waarom het niet oké is om naar zulke informatie op zoek te gaan.”

Smit stelde jaren geleden voor de school een beleidsplan op. “Daarmee hadden we de school natuurlijk nog niet veranderd, maar het was een belangrijk begin. We geven het de tijd, evalueren geregeld en komen telkens een stap verder.” Het helpt dat de school haar direct aanwees als centraal aanspreekpunt. “Docenten weten me steeds beter te vinden: ze horen van een collega dat ik iets doe en schakelen dan mijn hulp in.” Jaarlijks krijgt ze bijscholing. “Het veld verandert voortdurend. Ik heb het nog geen moment saai gevonden.”

Tekst: Winnifred Jelier | Foto: Wilbert van Woensel

PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs