U bent hier

Intermezzoklas: om brug te slaan tussen PO en VO

Een achtstegroeper die nog niet klaar is om naar de middelbare school te gaan? Geen probleem bij Stichting Penta in Hoorn. Daar is namelijk een Intermezzoklas opgezet door grondlegger Karien Welling en met ondersteuning van begeleider Lonneke Lamers en schoolleider Gerrit Minzinga, beiden van basisschool Ichthus, en bestuurder Gea Koops. ‘’Kansenongelijkheid wordt deels aangepakt als je denkt aan een bredere intermezzostroom. Die vormt op den duur de brug tussen PO en VO op maat getemporiseerd en gepersonaliseerd.’’

De inspiratie om bij stichting Penta een ‘Intermezzoklas’ op te richten, kwam bij Gerrit Minzinga vanuit oriëntatie in het buitenlandse onderwijs. ‘’Mijn persoonlijke passie hiervoor is eigenlijk ontstaan toen ik in Stockholm vijf verschillende scholen heb bezocht die dit al deden. Hierin kwamen kinderen van hoog- en laagopgeleiden of verschillende culturen samen en dat heeft mij erg geïnspireerd. Inspiratie om de school om de leerling heen te bouwen en waar leerlingen vanuit hun eigen ontwikkelingsbehoeften worden gevolgd’’, legt hij uit. “Want de leerling is er niet voor de school, de school moet er zijn voor de leerling.”

En naar die ontwikkelingsbehoeften luisteren is hard nodig, vindt het team. Want sommige achtstegroepers zijn nog niet rijp voor de middelbare school. ‘’Je kunt niet altijd zeggen: je zit nu in groep acht en bent toe aan het VO. Je moet kijken naar hoe de totale menswording op dat moment is en of ze leerlingen wel daadwerkelijk klaar zijn om die stap te zetten. We willen de houterige overgang naar het vo voorkomen door onze werkwijze heel erg sterk te verbinden met de pedagogische relatie’’, zegt Minzinga.

Persoonlijke ontwikkeling

Binnen stichting Penta ontmoette Minzinga enkele andere collega’s die dezelfde drive hadden om een intermezzoklas op te richten. Waarin Gea Koops als bestuurder dit mogelijk maakt en faciliteert, zo heeft zij een werkbezoek naar 10-14 groepen geïnitieerd. Lonneke is erg betrokken bij individuele leerlingen op de werkvloer. Koops benadrukt: ‘’We proberen met de Intermezzoklas echt een brug te slaan tussen het po en vo, vooral voor leerlingen die qua persoonlijke ofwel cognitieve / sociaal-emotionele ontwikkeling nog niet klaar zijn voor de vervolgstap. Zij hebben meer tijd en een tussenstap nodig.’’

Lamers vervolgt: ‘’Het idee voor een intermezzoklas is ook geboren uit een casus waarin het vo aangaf: ‘Leuk dat er slimmere kinderen (versnellers) eerder naar ons komen, maar we lopen in de tweede en derde klas vast met ze. De kennis hebben ze bij zich maar het toepassen lukt ze nog niet’’, legt ze uit. Het Intermezzoteam wil onderwijs bieden voor alle leerlingen, ook zij die zijn afgehaakt en thuiszitten. ''Vanuit de inclusiegedachte willen we dat echt alle leerlingen weer aansluiting vinden.''

Opbloeien

Dit schooljaar bevat de intermezzoklas tien leerlingen, waarvan vier meisjes en zes jongens. ‘’Dit jaar zijn er ook leerlingen van andere scholen gestart. Sommige leerlingen konden moeilijk meekomen op hun vorige school, maar komen hier weer helemaal tot bloei. Van kinderen die nog geen vijf minuten in een boek kunnen kijken naar gesprekken met het VO om de leerlingen een goed vervolg te geven. Daar doen we het voor’’, zegt Lamers.

Hoewel de intermezzoklas een pril begin kent is, denkt het team wel na over de toekomst. Volgend jaar al groeit de groep. ‘’Hoe ziet dit er over vijf tot tien jaar uit?’’, zegt Koops. ‘’Je begint met een innovatie, dan is het altijd klein. Maar nu we zien dat het goed werkt en PO en VO echt samenwerken, richten we ons op volledige klassen over twee jaar. Waarbij bij een eventuele stelselwijziging er een ‘midden-traject’ ontstaat waar kinderen een gepersonaliseerde route kunnen volgen. En gemengde teams van PO en VO docenten samenwerken rondom de ontwikkelvragen van leerlingen.”

Coalitie

Maar daarvoor moet er wel een cultuurwisseling plaatsvinden. ‘’Binnen het VO worden veel docenten erg gestuurd vanuit het systeem. In het PO is dat flexibeler. Bij deze innovatie van binnenuit moet je vooral op zoek gaan naar een ‘ coalitie–of-the-willing' : van welwillende mensen vanuit po en vo die met elkaar willen coöpereren en creëren’, geeft Minzinga als gouden tip voor stichtingen die iets soortgelijks willen aanpakken. Nu is stichting Penta verbonden aan 1 VO-stichting met een doorstroomsubsidie en samenwerkingsovereenkomst. Maar de komende tijd willen zij met alle vier stichtingen in Hoorn samenwerken aan een ‘middenroute’ tussen PO en VO. ‘’Zo kunnen de ouders (en leerlingen) altijd blijven kiezen naar welke  school hun kinderen in het vervolgonderwijs gaan.’’

Dat is nu ook de beweging die gaande is: meer bestuurders de handen ineen laten slaan. ‘’Hier in Hoorn willen we graag toe naar een intensievere samenwerking. Het is een kleinstedelijk gebied, maar ook wij hebben bepaalde stadswijken die worden aangemerkt als achterstandswijken. Daar wonen leerlingen uit verschillende culturen en achtergronden met grotere onderwijsbehoeften. Voor die leerlingen is het per definitie een grotere stap om door- en op te stromen in het funderend onderwijs en zij moeten harder werken op om het gemiddelde niveau te komen. Kansenongelijkheid wordt dus ook voor een deel ook aangepakt als je een bredere intermezzostroom mogelijk maakt. Wij geven we deze kinderen het maximale mee zodat zij zelf de onderwijsachterstandskloof zo goed mogelijk kunnen overspringen’’, denkt Koops.

Potentieel

‘’Want op deze manier gun je de leerlingen om zich tot hun volledige potentieel te ontwikkelen. Als je nu onze school in komt lopen, zie je dat de kinderen opbloeien, weer zin krijgen om te leren. Ze zijn betrokken en zijn aangesloten op het onderwijs. De bepalende succesfactor is de zin om te leren. We willen dat iedereen kan aansluiten en zich optimaal en in het eigen tempo kan ontwikkelen, zegt Koops.

Alle drie zijn ze ontzettend blij met de resultaten die de intermezzoklas tot nu toe heeft bereikt. ‘’Het is ontroerend mooi om op deze manier te werken. De leerkrachten betrokken te zien op de ontwikkelvraag van leerlingen die vanzelfsprekend de lijn van het curriculum in gaten houden. Het is een prachtige manier van werken die veel plezier geeft’’, meent Lamers. Minzinga vult aan: ‘’Maar als je op deze manier om wil gaan met leerlingen, moet je ook zo in je organisatie met de professionals omgaan. Het één heeft het ander nodig.’’

En in deze verbinding tussen volwassenen en kinderen ontstaat inspiratie en betrokkenheid in het onderwijs, om zo het leren weer mooi vorm te geven. ‘’Onderwijs samen vormgeven met hart en ziel. Dit is het beste praktijkvoorbeeld van geïnspireerd goed onderwijs’’, sluit Koops af.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs