U bent hier

Inspectie gaat bestuursgericht toezicht verscherpen

De onderwijsinspectie gaat het bestuursgerichte toezicht verder versterken, met name in de uitvoering. Dat blijkt uit de Evaluatie Vernieuwd Toezicht, de voortgangsrapportage 2018/2019 van de inspectie. Vanaf augustus 2021 krijgen scholen met de nieuwe onderzoekskaders te maken, maar komend schooljaar gaan zij er al iets van merken in de werkwijze. 

Dit schooljaar is het derde van het vernieuwde toezicht van de inspectie. Tijd om het eigen toezicht onder de loep te nemen en te kijken wat er beter kan en moet, meende de inspectie. Dat is op verschillende manieren gebeurd. Naast eigen onderzoek naar de waardering van het veld, een interne evaluatie onder medewerkers en een onderzoek naar de betrouwbaarheid van de eigen  oordelen heeft het Kohnstamm Instituut een onderzoek uitgevoerd naar Excellente scholen en heeft de Radboud Universiteit de effecten van het toezicht in kaart gebracht. 

De meeste scholen en besturen voldoen aan de wettelijke minimumeisen voor kwaliteit en financieel beheer. Maar het toezicht van de inspectie is niet alleen bedoeld om de onderwijskwaliteit en de financiële continuïteit te bewaken. De taak is ook om te stimuleren dat besturen aan continue kwaliteitsverbetering doen, zodat leerlingen en studenten het best mogelijke onderwijs krijgen, aldus de inspectie. Daar zit ruimte voor verbetering. Zo is bijvoorbeeld een kwart van de 15-jarigen onvoldoende leesvaardig. (Staat van het Onderwijs 2020).  

Open gesprek

De inspectie meent dat bij het vernieuwde toezicht de houding van een inspecteur belangrijk is. Een meer open gesprek leidt tot meer vertrouwen en dat is belangrijk voor een verbetercultuur binnen een onderwijsorganisatie. Als vooral het streng beoordelen centraal staat, heeft een inspecteur minder impact op die verbetercultuur, al blijft deze houding noodzakelijk bij besturen en scholen die niet aan de basiskwaliteit voldoen. Stimuleren boven basiskwaliteit is dan nog niet aan de orde. Dit onderscheid tussen stimuleren en beoordelen wil de inspectie beter gaan verankeren in de aanpak.

De uitgangspunten blijven onveranderd. Het stimuleren vormt samen met het waarborgen van onderwijskwaliteit de kern van het toezicht. De inspectie verwacht dat de aanscherping van het onderzoekskader ertoe zal leiden dat het bestuur, meer dan nu, waarborgt dat de kwaliteit van het onderwijs op de scholen in orde is én dat besturen in samenwerking met hun scholen ambities voor beter onderwijs waarmaken. Daarmee moet bereikt worden dat het toezicht meer effect heeft. 

Komend schooljaar

De inspectie waarborgt aanvullend op het bestuur en grijpt in waar nodig. De aanscherping van het toezicht zit ‘m niet alleen in de aangepaste onderzoekskader voor 2021-2024, ook de werkwijze kan nog beter, stelt de inspectie. Komend schooljaar gaat daar al aandacht naar toe. Verder moet het herziene kader 2021-2024 ook leiden tot meer aandacht voor problemen die de individuele school en het individuele bestuur overstijgen, zoals omschreven in bijvoorbeeld de Staat van het Onderwijs, themaonderzoeken en Peil-onderzoeken.

Op dit moment is de inspectie de speerpunten en aanpassingen aan het verwerken in de onderzoekskaders voor 2021-2024. In het najaar worden deze kaders uitgebreid voorgelegd aan besturen, scholen, belangenorganisaties en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Inzet is om in augustus 2021 te starten met het aangepaste kader. 
 

PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs