U bent hier

Inspectie: Beleid zwakke scholen voorbeeld voor verbetering onderwijs

Zwakke en zeer zwakke scholen zijn een goed voorbeeld voor andere scholen als het gaat om de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Dat was de boodschap van inspecteur-generaal van het Onderwijs Annette Roeters vandaag tijdens een ‘vragenuurtje’ met de Vaste Kamercommissie voor Onderwijs over het Onderwijsverslag 2011/2012.

Roeters wees er in de bijeenkomst met de Kamerleden nog maar eens op dat er de afgelopen vijf jaar spectaculaire resultaten zijn geboekt wat betreft het terugdringen van het aantal (zeer) zwakke scholen. Vooral in het basisonderwijs waar het percentage daalde van 11 naar 3 procent. En wat opvalt, is dat de effecten van die verbeterslag duurzaam zijn, voormalige (zeer) zwakke scholen doen het doorgaans beter dan andere scholen die blijven hangen in een basisarrangement.

Van de wijze waarop de achterblijvende scholen zich uit het moeras hebben opgewerkt, kunnen veel collega-scholen leren. Wat nu precies dé succesfactor is, is moeilijk aan te geven, om dat het om een reeks van aspecten gaat, aldus Roeters. Maar feit is dat op het moment dat de Inspectie een bestuur confronteert het met het slechte nieuws van een onderpresterende school, dat leidt tot een bezinning op een aanpak die moet leiden tot een herstel van de tekortkomingen, en meer. Besturen spelen daarin een cruciale rol, legde de inspecteur-generaal uit. Zij moeten de aanzet geven in een omslag, helder de lijnen uitzetten, doelen stellen. En in de praktijk blijkt deze ‘wake-up call’ zeer effectief.

Ervaringen hoopgevend
Die ervaringen met het tegengaan van (zeer) zwakke scholen zijn hoopgevend voor het hele onderwijs. Want die laten zien dat de kwaliteit van het onderwijs wel degelijk op een hoger plan is te brengen. Leerkrachten op voormalige (zeer) zwakke scholen slagen er bijvoorbeeld goed in om zich complexe lesvaardigheden eigen te maken. Dat moet dus ook haalbaar zijn voor leerkrachten op andere scholen, die nu slechts over basisvaardigheden beschikken. Het probleem van het onderwijs is namelijk dat er een stagnatie is wat betreft de kwaliteitsontwikkeling. Inspecteur-generaal Roeters noemde het zorgelijk dat er een grote groep van scholen is die niet verder komt dan het basisarrangement.

In dit verband kwam ook een vraag uit de commissie of besturen wel voldoende tijd hebben om zich ook nadrukkelijk met onderwijs-inhoudelijke zaken bezig te houden. Volgens Roeters is dat niet zozeer een kwestie van ‘tijd’ maar van ‘prioriteit’. Er zijn goede voorbeelden van besturen die het onderwijs centraal stellen, en daarnaast ook randvoorwaardelijke zaken als huisvesting en financiën in de vingers hebben.

Klassengrootte
Bisschop (SGP) vroeg zich af of de onderwijskwaliteit op scholen onder druk staat omdat leerkrachten met een hogere werkdruk te maken hebben door grotere klassen. De inspecteur-generaal kon dat niet bevestigen, maar merkte wel op dat de Inspectie de ontwikkeling van de klassengrootte nauwlettend in de gaten houdt. Ze voegde er aan toe dat er schoolbesturen zijn die met het hetzelfde budget als andere besturen in staat zijn om goede resultaten te boeken.

Rog (CDA) is het opgevallen dat vooral kleine (zeer) zwakke scholen hun achterstand hebben goedgemaakt. Hij vroeg zich af of die leerkrachten meer dan op grotere scholen beter in staat zijn om complexe lesvaardigheden te etaleren. Roeters reageerde dat juist op veel kleine scholen de kwaliteit te wensen overliet en dat daarom op die scholen een enorme vooruitgang is geboekt. Maar het is niet zo dat deze leerkrachten over meer complexe lesvaardigheden beschikken.

Bezinning op werkwijze Inspectie
Vanuit de commissie werd de suggestie gedaan om, net als voor (zeer) zwakke scholen, vliegende brigades in te stellen voor modaal presterende scholen. De inspecteur-generaal vertelde de commissie dat de Onderwijsinspectie zich bezint op haar werkwijze. Sinds de invoering van het risicogericht toezicht in 2007 focust de Inspectie zich vooral op de slecht presterende scholen. De grote middenmoot van scholen die basiskwaliteit levert krijgt minder de aandacht van de inspecteurs. 

Maar inmiddels staat wel vast dat een grotere betrokkenheid van de Inspectie ertoe kan bijdragen dat scholen zich gestimuleerd voelen om er een tandje bij te zetten. Roeters pleitte er voor om de wet op het Onderwijstoezicht op dit punt bij te stellen. 

Op een latere datum zal de Tweede Kamer met bewindslieden debatteren over het Onderwijsverslag.

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs