U bent hier

Input (profiel)organisaties op wetsvoorstel Uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs

Eind vorige week deed Verus samen met een aantal andere (profiel)organisaties een aantal aanbevelingen aan de leden van de Onderwijscommissie van de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs. Deze wet maakt het mogelijk dat sneller ingegrepen kan worden bij scholen waar de kwaliteit of de veiligheid niet in orde is. Wij vinden het wetsvoorstel te veel incidentgedreven en niet goed onderbouwd. Vooralsnog vinden wij het bestaande instrumentarium voldoende.

In de afgelopen jaren heeft zich in het onderwijs een aantal ernstige incidenten voorgedaan. Denk aan de problemen met de examens bij het vmbo in Maastricht en de ophef die ontstond rond het Amsterdamse Cornelius Haga Lyceum. In de politiek ontstond het beeld dat de minister van onderwijs onvoldoende middelen had om bij dergelijke incidenten in te kunnen grijpen. Dit leidde tot het wetsvoorstel Uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs, dat minister Slob eind september naar de Tweede Kamer stuurde. In deze wet wordt onder meer geregeld dat de minister naast de gewone aanwijzing een spoedaanwijzing kan geven. Verder wordt de definitie van wanbeheer uitgebreid, ook structurele overtredingen op het gebied van burgerschap en veiligheid komen daar onder te vallen. Ook worden termijnen rond inspectierapporten ingekort.

Kritiek

De Raad van State was zeer kritisch over het conceptwetsvoorstel. De Raad vindt dat het kabinet het nut, de noodzaak en de proportionaliteit van het wetsvoorstel ‘onvoldoende’ aantoont en dat het wetsvoorstel daarom nog niet zou moeten worden ingediend. Maar dat deed de minister, na enkele aanpassingen in de memorie van toelichting, dus wel. Ondanks de demissionaire status van het kabinet, wil de Kamer het wetsvoorstel gaan behandelen, te beginnen met schriftelijke vragen aan de minister.

Ter gelegenheid van deze vragenronde heeft Verus, samen met VBS, VGS, ISBO en VBSO eind vorige week een aantal aanbevelingen naar de leden van de commissie OCW gestuurd. We sluiten ons daarin aan bij de kritiek van de Raad van State: “Het wetsvoorstel is niet gebaseerd op een grondige evaluatie van het huidige instrumentarium, terwijl wanneer nieuwe, verregaande instrumenten worden ingevoerd, duidelijk moet zijn dat het bestaande instrumentarium niet toereikend is.” Een van de aanbevelingen luidt dan ook om te zorgen voor een empirisch gefundeerde argumentatie en analyse. Bij de onderbouwing van het wetsvoorstel dient ook het recente advies van de Onderwijsraad over Artikel 23 van de Grondwet (Grenzen stellen, ruimte laten) te worden betrokken. Hierin stelt de Onderwijsraad ons inziens terecht dat de overheid in plaats van het steeds verder (incidentgericht) uitbreiden van de onderwijswetgeving, eerder naar andere wetgeving dan de onderwijswetgeving moet kijken.

Brieven

In onze aanbevelingen wijzen we daarnaast onder andere op het belang van procedurele waarborgen bij zowel bij het proces rond inspectierapport als bij de inzet van interventies als aanwijzing en spoedaanwijzing. Dit bevordert de zorgvuldigheid en rechtszekerheid. Met name bij de spoedaanwijzing komen deze wat ons betreft te veel in het gedrang. Wij raden de invoering ervan dan ook af. De complete brief met alle aanbevelingen kun je hier lezen.

Eerder reageerde Verus, samen met een aantal andere organisaties al kritisch op het conceptwetsvoorstel waarover begin 2020 een internetconsultatie werd gehouden. De brief die wij toen stuurden kun je hier lezen.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs